dinsdag 5 februari 2008

DE KRUISTOCHTEN: 1099. De verovering van jeruzalem door de christenen 1191.

Het einddoel van hun bedevaart
Als de kruisvaarders in 1099 Jeruzalem bereiken, maakt een onbeschrijfelijke emotie zich an hen meester. De stad schittert in de zon. De kruisvaarders houden haar voor het hemelse Jeruzalem. Zij geloven niet de erfgenamen te zijn van Israël, maar Israël zelf, het volk van God. ‘ Ze konden hun tranen niet bedwingen; Ze wierpen zich op hun knieën en dankten de God, dat hij het hun vergund had, het einddoel van hun bedevaart te bereiken, de Heilige Stad, waar onze Heiland de wereld had willen redden. Het was aangrijpend het gesnik van al die mensen te horen!’ volgens de kroniekschrijvers.
Op 13 juni roepen zij een vasten uit alvorens de stad te bestormen. Die bestorming mislukt: ze hebben geen ladders. Overtuigd van een wonder, hebben ze niet gezorgd voor belegeringswerktuigen. Al gauw worden ze in het nauw gedreven door gebrek aan water, leeftocht, materialen en vaklieden. Gelukkig arriveert in Jafa een Genuees eskadr met materiaal en timmerlieden.
Nog maar twaalfduizend man, uitgehongerd en belegerd, bieden de Franken een trieste aanblik. Opnieuw roepen zij een vasten uit. Op 8 juli trekken de kruisvaarders met knorrende magen, biddend en psalmen zingend om de Cyclopische muren van Jeruzalem, waarachter het einddoel van hun tocht, het graf van de Verlosser, ligt. Zij zijn Israël rondom de muren van Jericho, maar deze muren blijven overeind staan. Op 10 juli gaan ze tot de aanval over en 15 juli stormen ze over de muur en en nemen de stad in. Twee dagen van plundering en moord volgen. De veroveraars van Jeruzalem doden, als zij het einddoel van hun bedevaart hebben bereikt, alle inwoners van de stad van Christus, alle moslims, alle joden. Zij zijn bezeten van haat en moordlust en uitzinnig belust op buit. Ze vinden en pakken wat ze hebben gezocht: goud, zilver, zijden stoffen, gouden en zilveren lampen.
Deze ‘bloedige taak’ van de kruisvaarders maakt in de hele wereld, maar vooral in die van de islam een verpletterende en onuitwisbare indruk.
Na de inname van Jeruzalem zijn de kruisvaarders, armen, geestelijken en ridders eenstemmig van oordeel dat de stad moet worden behouden en verdedigd. Over hoe dit moet gebeuren verschilt men echter van mening. De armen en geestelijken willen een soort kerkelijke staat geleid door een patriarch, die door de paus moet worden benoemd en als diens plaatsvervanger moet optreden. De vorsten spreken zich uit voor een wereldlijke macht, geënt op het feodale voorbeeld in hun vaderland.
***Bron 10: blz.45/53***
Christelijke getuigenis van de verovering van Jeruzalem
Een van de belangrijkste bronnen voor de eerste kruistocht is de Anonymi Gesta Francorum. Bohemundis daarin de grote leider. Over de inname van Jeruzalem door de kruisvaarders wordt verteld:
‘Toen namen onze heren maatregelen om de stad met belegeringswerktuigen in te nemen om het graf van onze Verlossser te kunnen vereren. Zij lieten twee houten kastelen bouwen en nog tal van andere wrktuigen. Hertog Godfried liet zijn kasteel met belegeringswerktuigen uitrusten en graaf Raimond ook. Het hout hiervoor lieten ze uit verre streken halen. Toen de Saracenen zagen dat wij deze werktuigen bouwden, versterkten zij de stad op voortreffelijke wijze en trokken ‘s nachts de torens hoger op. (...)
Woensdag en donderdag vielen we de sta van alle kanten hevig aan. Maar wij drongen niiet binnen voordat de bisschoppen en priesters met hun predikaties en vermaningen hadden bereikt dat allen ter ere van God rondom Jeruzalem een processie hielden die gepaard ging met gebed, vasten en het geven van aalmoezen. Vrijdagochtend vielen wij de stad weer van alle kanten aan, maar zonder iets uit te richten. Wij waren allen verbaasd en bevreesd. Toen het uur naderde warop onze Heer Jezus Christus het niet onwardig achtte woor ons aan het kruis te lijden, streden onze ridders, hertog Godfried en zijn broer Eustachius, op het kasteel. Op dat ogenblik beklom een van onze ridders, Letold, de muur. Toen hij boven was, vluchtten alle verdedigers van de muren naar de stad. De onzen achtervolgden hen onder moord en doodslag tot aan de Tempel van Salomo, waar zo’n slachting plaatsvond dat de onzen tot aan hun enkels in het bloed stapten.
Graaf Raimond leidde zijn troepen aan de zuidkant en bracht zijn houten kasteel tot bij de muur. Maar het kasteel werd door een gracht van die muur gescheiden en men leit omroepen dat ieder die drie stenen in de gracht gooeide 1 dinar ontving. Het duurde drie dagen en nachten tot de gracht vol was. Toen werd het kasteel tegen de muur geduwd. De verdedigers van de stad verweerden zich echter hevig met vuur en stenen. Toen de graaf hoorde dat de Franken al in de sta waren zei hij tegen zijn mannen: “Waar wachten jullie nog op? De mannen uit Noord-Frankrijk zijn al in de stad!”.
Daarop gaf de emir, die het bevel voerde in de Toren van David, zich over aan de graaf en opende de poort waar de pelgrims hun belasting plachten te betalen. De kruisvaarders drongen de stad binnen en vervolgden de Saracenen onder moord en doodslag tot de Tempel van Salomo, waarbij de vijand zich verzamelde en de hevigste tegenstand van de hele dag bood, zodat de Temole droop van het bloed. Uiteindelijk, toen het verzet van de heidenen was gebroken, maakten de onzen zich van vele mannen en vrouwen in de Tempel meester, die ze al naar hun goeddunken doodsloegen of in leven lieten. Op het achterdak van de Tempel had zich ook een groot aantal heidenen vanbeide seksen verzameld aan wie Tracred en Gason van Béarn hun baniers gaven. Het duurde niet lang of de kruisvaarders liepen door de hele stad, maakten goud, zilver, paarden en muilezels buit en plunderden huizen waar van alles te halen viel.
Anonymi Gesta Francorum
***Bron 10: blz.134/135***
De inname van Jeruzalem volgens een Arabische geschiedschrijver
‘De Franken trokken dus naar Jeruzalem, nadat ze Akko tevergeeds hadden belegerd. Veertig dagen hielden ze de stad omsingeld. Ze bouwden twee torens, een ervan aan de kant van de berg Sion, maar de moslims staken deze in brand en dooden allen, die erin zaten. Nauwelijks was dit gebeurd of er kwam een bode met de noodkreet dat de stad aan de andere kant was ingenomen. Inderdaad namen de Franken de stad van de andere kant in. Dat gebeurde op vrijdagochtend 22 sja’ban 492 (15 juli 1099). De inwoners werden aan de vernietinging prijsgegeve. De Franken bleven een week in de stad en vermoordden in die tijd alle inwoners. Een groep verschanste zich in het bedehuis van David en bood enkele dagen verzet. Nadat de Franken hadden beloofd hen te zullen sparen, gaven ze zich over. De Franken hielden woord en trokken ‘s nachts weg in de richting van Aksalon, waar ze zich vestigden. In de Aksa-moskee daarentegen doodden de Franken meer dan zeventigduizend(!) moslims, onder wie vele imams, theologen, vromen en asceten die hun land haadden verlaten om in afzondering op deze heilige plaats te leven. Uit de Rotskoepel roofden de Franken meer dan veertig zilveren luchters, die elk meer dan 3600 drachme (zo’n 14 kg.) wogen, een grote zilveren luchter van veertig Syrische pond, nog honderdvijftig kleinere zilveren luchters en meer dan twintig gouden, een enorme buit. De Syriche vluchtelingen, onder wie kadi Abu Sa’d al-Harawi, kwam in de maand Ramadan in Bagdad aan. In de kanselarij van de kalief gaven ze een ooggetuigenverslag, waardoor allen ttranen in de ogen kregen en dat het hart brak. Vrijdags kwamen ze in de Grote Moskee en smeekten om hulp. Huilend vertelden ze wat de moslims in deze heilge stad hadden geleden: mannen vermoord, vrouwen en kinderen gevangen, alle have en goed geroofd. Door het grote onheil dat hen had getroffen, braken ze zelfs het vasten.’
Ibn al-Athir (1160-1234) schreef in zijn Volledige Geschiedenis over de inname van Jeruzalem
***Bron 10: blz.135/136***

1 opmerking:

Anoniem zei

Klopt wat je schrijft ,vandaar dat ik zeg ,Alle religie is moord ,en als God bestaat is het een massa moordenaar en zou zeker de dood straf moeten krijgen.

Met een (God Loose) groet
Theo.
theo.1000@live.nl