Posts tonen met het label De Islam en de kruistochten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Islam en de kruistochten. Alle posts tonen

dinsdag 5 februari 2008

1191. De val van het frankische koninkrijk jeruzalem

Saladin trekt als triomfator Jeruzalem binnen
De Franken worden in 1187 bij Hattin verpletterend verslagen. Al in 1183 van lafheid beschuldigd omdat hij heeft geweigerd slag te leveren met Saladin, gaat Guido onmiddellijk overstag, besluit slag te leveren en geeft zijn leger 3juli opdracht te vertrekken. Met meer dan zestigduizend man verspert Saladin hem de weg naar de bronnen van hattin. Raimond III raad hen aan zich te verschansen op een platteau , waarop zich als afgeknotte kegels twee ronde bulten verheffen die de Hoorns van Hattin worden genoemd. Daar worden ze volkomen door Saladin omsingeld. In volle wapenrusting en gekweld door een vreselijke dorst brengen de Franken de nacht door. De volgende morgen begint de slag. In het begin van de middag besluit Raimond III een uitbraakpoging te doen. Met al zijn ridders rijdt hij de bijand tegmoet. Demoslims pareren de uitval met een wonderlijke manoeuvre. Ze openen hun front, latenRaimond en zijn troepen door en sluiendan weer de rijen. Raimond ontkomt, maar de rest van het christelijke leger wordt stap voor stap meer bijeengedreven en jammerlijk afgemaakt. In één dag heeft Saladin de totale militaire macht van de Franken volledig vernietigd. Ze houden nog hun sadsmuren en kastelen over, maar wie moeten die verdedigen? Het land heeft geen leger, geen wapens, geen reserve meer.
De Sultan behandelt Guido van Lusignan als koning en spaart de levens van de gevangenen maar Reinout van Châtillon slaat hij eigenhandig het hoofd af. Tempeliers en hospitaalridders verklart hij tot gezworen vijanden van de islam. Dan begint hij aan een zegentocht. Een Arabische kroniekschrijver meldt da hij in enkele weken 52 steden verovert. In jeruzalem zeggen de Franken tegen Saladin: als u ons leven niet spaart, laten we geen levende ziel in de stad over en steken we alle moskeeën in brand alvorens strijdend ten onder te gaan. Op de dreigementen van het in brand steken van de Omar-moskee en het doden van alle moslims zegt Saladin : ‘Ik zal met jullie niet anders doen dan wat jullie in 1099 met de bevolking van Jeruzalem deden (zie 1096 de eerste kruistocht, Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?): jullie hebben de inwoners vermoord of in slavernij weggevoerd en dergelijke wreedheden begaan.’
Dan stelt Saladin de voorwaarde dat iedere inwoner zich vrij moet kopen. Idere man moet 10dinar betalen (munten met een gezamelijke waarde van 40 gr. Goud), iedere vrouw en ieder kind 5. Voor de armen geldt een speciale prijs: 10 000 dinar voor zevenduizend armen. De patriarch en de burgerij dragen hun steentje bij, maar de militaire orden houden hun schatkisten gesloten. Saladin en zijn broer betalen zelf het vrijkopen van vele christenen. In totaal worden achtduizend Franken collectief vrijgekocht, tienduizend gratis vrijgelaten en tien- tot vijftienduizend als slaven verkocht. Vijfduizend gaan als dwangarbeiders naar Egypte. Op 2 oktober 1187 trekt Saladin als triomfator Jeruzalem binnen...
***Bron 10: blz. 112/116***
Saladins herovering van Jeruzalem
Op 20 september verschijnt Saladin met zijn leger voor Jeruzalem. We volgen het verslag van Ernoul, schildknaap van Balian van Ibelin.
‘ Toen hij het beleg sloeg voor de stad zond hij een boorschap dat de stad zich moest overgeven. Hij wilde de voorwaarden nog nakomen die hij had aangeboden toen hij hen naaar Aksalon ontbood, maar dan moesten ze nu de stad overgeven? Zij moesten goed beseffen dat hij en eed had afgelegd haar, als hij de stad moest belegeren, alleen gewapenderhand in te nemen. Maar de bewoners van Jeruzalem lieten hem zeggen dat zij hem de stad nooit zouden overgeven.’
Als de belegering voorduurt en Saladin de druk op de stad opvoert, sturen de christenen in de stad Balian van Ibelin naar Saladin. ‘Hij verscheen voor de sultan en zei hem dat de christenen in Jeruzalem de stad willen overgeven op voorwaarde van lijfsbehoud. Dat hadden zij hem opgedragen. Saladin antwoordde dat zij te laat waren.
Balian smeekt hem om genade te laten gelden. Hiertoe is Saladin bereid, maar dan moet er losgeld worden betaald. Als het door Saladin geëiste losgeld voor Balian en de zijnen te hoog is, is Saladin bereid tot verdere concessies, met name voor de gezamelijke afkoopsom voor de armen die de losprijs van 10 besant voor één man, 5 voor één vrouw en 1 voor één kind niet kunnen betalen. Men wordt het eens over de prijs van 30 000 besant voor zevenduizend mannen. Daarbij wordt bepaald dat twee vrouwen of tien minderjarige kinderen voor één man tellen. ‘Daar haalden zij de sleutels van de poorten en zonden deze naar Saladin. Deze was zeer verheugd ze te ontvangen en betuigde God de Heer zijn dank. Hij stuurde ridders en soldaten om de Davidstoren te bezetten en liet er zijn banieren op zetten. Alle stadspoorten liet hij sluiten, behalve die van David. Hierbij plaatste hij ridders en soldaten opdat de christenen de stad niet zouden verlaten. De Saracenen konden langs deze poort in- en uitgaan om te kopen wat de christenen hadden te verkopen.’
Dat is vrijdag 2 oktober. Saladin laar bekendmaken dat iedereen die zich wil vrijkopen de losprijs binnen veertig dagen bij de Davidstoren moet inleveren. Zo gebeurt het. Ernoul is vol lof over Saladin, die ervoor zorgt dat er geen enkele geweldpleging plaatsvindt. Dezelfde edelmoedigheid van Saladin bezit ook zijn broer, hier Saif ed-Din genoemd. ‘Toen allen die zichzelf konden vrijkopen en de armen die waren vrijgekocht Jeruzalem hadden verlaten, bleven er nog veel armen in de stad over. Daarom ging Saif ed-Din naar zijn broer Saladin en zei: “Heer, ik heb u met Gods hulp dit land en deze stad helpen veroveren en daarom verzoek ik u mij duizend armen die nog in de stad zijn als slaven af te staan.” Saladin vroeg hem wat hij met hen wilde doen, waarop hij antwoordde dat hij vrij over hen wilde beschikken als de sultan ze hem gaf. Daarop gaf Saladin zijn ambtenaren opdracht zijn broer duizend slaven te geven. En toen Saif ed-Din de duizend armen als slaven kreeg, gaf hij hun om der wille Gods de vrijheid.
Daarop kwam ook de patriarch en verzocht de sultan hem om Godswil een aantal armen te geven die zich niet konden vrijkopen en nog in de stad waren. Saladin gaf hem er vijhonderd, en de patriarch schonk hun de vrijheid. Daarop begaf Balian zich naar de sultan en vroeg hem om een aantal armen. Saladin gaf ook hem er vijfhonderd en Balian schonk hun de vrijheid. Daarop sprak Saladin tot zijn mannen: “Mijn broer heeft zijn weldadigheid bewezen, en de patriarch en Balian de hunne, nu zal ik ook de mijne tonen.” Hij gaf zijn ambtenaren in Jeruzalem bevel een kleine poort bij Sint-Lazarus te openen en wachten te plaatsen bij de poort van David. In de stad werd omgeroepen dat alle armen de stad moesten verlaten. Saladin gaf opdracht dat de soldaten allen die de poort van David uitgingen moesten onderzoeken. Als er iemand bij was die genoeg bij zich had om zich vrij te kopen, dan moest men hem dit afnemen en in de gevangenis werpen. Het onderzoek en het leiden van de stroom mensen duurde vann zonsopgang tot zonsondergang. De oude mensen die de stad mochten verlaten, werden door het poortje bij Sint-Lazarus weggevoerd. Op die wijze bewees Saladin zijn weldadigheid aan talloze armen. (...)
Nu zal ik u nog zeggen hoe edel Saladin handelde tegenover de naar Jeruzalem gevluchte vrouwen en dochters van de ridders, die in de strijd waren gesceuveld of gevangengenomen. Toen deze vrouwen zich hadden vrijgekocht en de stad hadden verlaten, begaven zij zich gezamenlijk naar Saladin om zijn genade in te roepen. Toen de sultan hen zag, vroeg hij wie ze waren en wat tze wensten. Daarop vroeg hij hun wat zij verlangden. In antwoord daarop smeekten zij hem hun om Godswil genade te tonen. Van sommigen hield hij de echtgenoten in gevangenschap. Die van anderen waren gevallen in de strijd, zij hadden hun goederen verloren-wilde hij hen om Godswil niet met raad en daad bijstaan? Toen Saladin hun tranen zag, kreeg hij medelijden en ook hij moest huilen. Tot de vrouwen wier echtgenoten nog leefden zei hij dat zij hem moesten meedelen of dezen gevangenzaten. Wie zich in gevangenschap bevond, zou hij de vrijheid schenken. En allen die men vond werden in vrijheid gesteld. Daarop gaf hij opdracht om aan de vrouwen en dochters wier mannen en vaders gesneuveld waren rijke toelagen te geven uit zijn schatkist, aan de een meer, aan de ander minder, al naar gelang hun stand. Zij ontvingen zoveel dat zij voor God en de wereld hun dank uitspraken voor de eer en de weldaden die Saladin hun had bewezen.
***Bron 10: blz. 136/137***

1191. De val van het frankische koninkrijk jeruzalem

Saladin trekt als triomfator Jeruzalem binnen
De Franken worden in 1187 bij Hattin verpletterend verslagen. Al in 1183 van lafheid beschuldigd omdat hij heeft geweigerd slag te leveren met Saladin, gaat Guido onmiddellijk overstag, besluit slag te leveren en geeft zijn leger 3juli opdracht te vertrekken. Met meer dan zestigduizend man verspert Saladin hem de weg naar de bronnen van hattin. Raimond III raad hen aan zich te verschansen op een platteau , waarop zich als afgeknotte kegels twee ronde bulten verheffen die de Hoorns van Hattin worden genoemd. Daar worden ze volkomen door Saladin omsingeld. In volle wapenrusting en gekweld door een vreselijke dorst brengen de Franken de nacht door. De volgende morgen begint de slag. In het begin van de middag besluit Raimond III een uitbraakpoging te doen. Met al zijn ridders rijdt hij de bijand tegmoet. Demoslims pareren de uitval met een wonderlijke manoeuvre. Ze openen hun front, latenRaimond en zijn troepen door en sluiendan weer de rijen. Raimond ontkomt, maar de rest van het christelijke leger wordt stap voor stap meer bijeengedreven en jammerlijk afgemaakt. In één dag heeft Saladin de totale militaire macht van de Franken volledig vernietigd. Ze houden nog hun sadsmuren en kastelen over, maar wie moeten die verdedigen? Het land heeft geen leger, geen wapens, geen reserve meer.
De Sultan behandelt Guido van Lusignan als koning en spaart de levens van de gevangenen maar Reinout van Châtillon slaat hij eigenhandig het hoofd af. Tempeliers en hospitaalridders verklart hij tot gezworen vijanden van de islam. Dan begint hij aan een zegentocht. Een Arabische kroniekschrijver meldt da hij in enkele weken 52 steden verovert. In jeruzalem zeggen de Franken tegen Saladin: als u ons leven niet spaart, laten we geen levende ziel in de stad over en steken we alle moskeeën in brand alvorens strijdend ten onder te gaan. Op de dreigementen van het in brand steken van de Omar-moskee en het doden van alle moslims zegt Saladin : ‘Ik zal met jullie niet anders doen dan wat jullie in 1099 met de bevolking van Jeruzalem deden (zie 1096 de eerste kruistocht, Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?): jullie hebben de inwoners vermoord of in slavernij weggevoerd en dergelijke wreedheden begaan.’
Dan stelt Saladin de voorwaarde dat iedere inwoner zich vrij moet kopen. Idere man moet 10dinar betalen (munten met een gezamelijke waarde van 40 gr. Goud), iedere vrouw en ieder kind 5. Voor de armen geldt een speciale prijs: 10 000 dinar voor zevenduizend armen. De patriarch en de burgerij dragen hun steentje bij, maar de militaire orden houden hun schatkisten gesloten. Saladin en zijn broer betalen zelf het vrijkopen van vele christenen. In totaal worden achtduizend Franken collectief vrijgekocht, tienduizend gratis vrijgelaten en tien- tot vijftienduizend als slaven verkocht. Vijfduizend gaan als dwangarbeiders naar Egypte. Op 2 oktober 1187 trekt Saladin als triomfator Jeruzalem binnen...
***Bron 10: blz. 112/116***
Saladins herovering van Jeruzalem
Op 20 september verschijnt Saladin met zijn leger voor Jeruzalem. We volgen het verslag van Ernoul, schildknaap van Balian van Ibelin.
‘ Toen hij het beleg sloeg voor de stad zond hij een boorschap dat de stad zich moest overgeven. Hij wilde de voorwaarden nog nakomen die hij had aangeboden toen hij hen naaar Aksalon ontbood, maar dan moesten ze nu de stad overgeven? Zij moesten goed beseffen dat hij en eed had afgelegd haar, als hij de stad moest belegeren, alleen gewapenderhand in te nemen. Maar de bewoners van Jeruzalem lieten hem zeggen dat zij hem de stad nooit zouden overgeven.’
Als de belegering voorduurt en Saladin de druk op de stad opvoert, sturen de christenen in de stad Balian van Ibelin naar Saladin. ‘Hij verscheen voor de sultan en zei hem dat de christenen in Jeruzalem de stad willen overgeven op voorwaarde van lijfsbehoud. Dat hadden zij hem opgedragen. Saladin antwoordde dat zij te laat waren.
Balian smeekt hem om genade te laten gelden. Hiertoe is Saladin bereid, maar dan moet er losgeld worden betaald. Als het door Saladin geëiste losgeld voor Balian en de zijnen te hoog is, is Saladin bereid tot verdere concessies, met name voor de gezamelijke afkoopsom voor de armen die de losprijs van 10 besant voor één man, 5 voor één vrouw en 1 voor één kind niet kunnen betalen. Men wordt het eens over de prijs van 30 000 besant voor zevenduizend mannen. Daarbij wordt bepaald dat twee vrouwen of tien minderjarige kinderen voor één man tellen. ‘Daar haalden zij de sleutels van de poorten en zonden deze naar Saladin. Deze was zeer verheugd ze te ontvangen en betuigde God de Heer zijn dank. Hij stuurde ridders en soldaten om de Davidstoren te bezetten en liet er zijn banieren op zetten. Alle stadspoorten liet hij sluiten, behalve die van David. Hierbij plaatste hij ridders en soldaten opdat de christenen de stad niet zouden verlaten. De Saracenen konden langs deze poort in- en uitgaan om te kopen wat de christenen hadden te verkopen.’
Dat is vrijdag 2 oktober. Saladin laar bekendmaken dat iedereen die zich wil vrijkopen de losprijs binnen veertig dagen bij de Davidstoren moet inleveren. Zo gebeurt het. Ernoul is vol lof over Saladin, die ervoor zorgt dat er geen enkele geweldpleging plaatsvindt. Dezelfde edelmoedigheid van Saladin bezit ook zijn broer, hier Saif ed-Din genoemd. ‘Toen allen die zichzelf konden vrijkopen en de armen die waren vrijgekocht Jeruzalem hadden verlaten, bleven er nog veel armen in de stad over. Daarom ging Saif ed-Din naar zijn broer Saladin en zei: “Heer, ik heb u met Gods hulp dit land en deze stad helpen veroveren en daarom verzoek ik u mij duizend armen die nog in de stad zijn als slaven af te staan.” Saladin vroeg hem wat hij met hen wilde doen, waarop hij antwoordde dat hij vrij over hen wilde beschikken als de sultan ze hem gaf. Daarop gaf Saladin zijn ambtenaren opdracht zijn broer duizend slaven te geven. En toen Saif ed-Din de duizend armen als slaven kreeg, gaf hij hun om der wille Gods de vrijheid.
Daarop kwam ook de patriarch en verzocht de sultan hem om Godswil een aantal armen te geven die zich niet konden vrijkopen en nog in de stad waren. Saladin gaf hem er vijhonderd, en de patriarch schonk hun de vrijheid. Daarop begaf Balian zich naar de sultan en vroeg hem om een aantal armen. Saladin gaf ook hem er vijfhonderd en Balian schonk hun de vrijheid. Daarop sprak Saladin tot zijn mannen: “Mijn broer heeft zijn weldadigheid bewezen, en de patriarch en Balian de hunne, nu zal ik ook de mijne tonen.” Hij gaf zijn ambtenaren in Jeruzalem bevel een kleine poort bij Sint-Lazarus te openen en wachten te plaatsen bij de poort van David. In de stad werd omgeroepen dat alle armen de stad moesten verlaten. Saladin gaf opdracht dat de soldaten allen die de poort van David uitgingen moesten onderzoeken. Als er iemand bij was die genoeg bij zich had om zich vrij te kopen, dan moest men hem dit afnemen en in de gevangenis werpen. Het onderzoek en het leiden van de stroom mensen duurde vann zonsopgang tot zonsondergang. De oude mensen die de stad mochten verlaten, werden door het poortje bij Sint-Lazarus weggevoerd. Op die wijze bewees Saladin zijn weldadigheid aan talloze armen. (...)
Nu zal ik u nog zeggen hoe edel Saladin handelde tegenover de naar Jeruzalem gevluchte vrouwen en dochters van de ridders, die in de strijd waren gesceuveld of gevangengenomen. Toen deze vrouwen zich hadden vrijgekocht en de stad hadden verlaten, begaven zij zich gezamenlijk naar Saladin om zijn genade in te roepen. Toen de sultan hen zag, vroeg hij wie ze waren en wat tze wensten. Daarop vroeg hij hun wat zij verlangden. In antwoord daarop smeekten zij hem hun om Godswil genade te tonen. Van sommigen hield hij de echtgenoten in gevangenschap. Die van anderen waren gevallen in de strijd, zij hadden hun goederen verloren-wilde hij hen om Godswil niet met raad en daad bijstaan? Toen Saladin hun tranen zag, kreeg hij medelijden en ook hij moest huilen. Tot de vrouwen wier echtgenoten nog leefden zei hij dat zij hem moesten meedelen of dezen gevangenzaten. Wie zich in gevangenschap bevond, zou hij de vrijheid schenken. En allen die men vond werden in vrijheid gesteld. Daarop gaf hij opdracht om aan de vrouwen en dochters wier mannen en vaders gesneuveld waren rijke toelagen te geven uit zijn schatkist, aan de een meer, aan de ander minder, al naar gelang hun stand. Zij ontvingen zoveel dat zij voor God en de wereld hun dank uitspraken voor de eer en de weldaden die Saladin hun had bewezen.
***Bron 10: blz. 136/137***

1169 Saladin (politiek begin)

1147-kruistochten-1189
De wreedheid van Reinout van Châtillon
De Latijnse staten hebben vrede en tijd nodig om een eenheid te vormen. Reinout van Châtillon verbreekt in 1187 het wapenstilstandsverdrag. Reinout overvalt opnieuw een grote karavaan, die van Damascus naar Cairo gaat. Hij ‘maakt alle goederen, dieren en wapens buit’ en neemt velen gevangen, die hij ‘in de gevangenis werpt’. Nu is voor Saladin de maat vol. Hij eist de uitlevering van een gevangengenomen naast familielid en de buit. Arrogant wijst Reinout dit verzoek af en Saladin kiest voor de oorlog. En zo wordt , zoals een kroniekschrijver meldt, ‘de beroving van een karavaan de aanleiding voor de ondergang van het koninkrijk Jeruzalem’. Saladin is op dat ogenblik op het toppunt van zijn macht. Het koninkrijk Jeruzalem is geïsoleerd en verzwakt, het vorstendom Antiochië heeft een verdrag gesloten met Saladin en Reinout van Châtillon en Raimond III van Tripoli zijn afgevallen.
Reinout van Châtillon wordt in 1153 prins van Antiochië. Al meteen toont hij zijn wreedheid aan patriarch Aimeric van Limoges, die het vorstendom heeft bestuurd. Hij beschuldigt hem van samenzwering, laat hem opsluiten in de vestingtoren en tot bloeodens toe geselen. Daarna worden hoofd en wonden ingesmeerd met honing en stelt men de naakte oude man in de brandende zon bloot aan de steken van vliegen en wespen.
***Bron 10: blz. 110***
Saladin trekt als triomfator Jeruzalem binnen
(Zie 1191. De val van het Frankische koninkrijk Jeruzalem)
Over Saladin
Saladin had niet alleen maar aanhanger in de islamitische wereld. De kalief was achterdochtig en de Zengiden bleven in hem een overweldiger zien. Zijn voorbeeld inspireerde verscheidene Arabische leiders in zijn tijd. Bij de Fraken stond zijn aanzien van meet af aan vast. Een verslag van zijn secretaris Baha ad-Din Ibn Shaddad.
Voorbeelden van Saladins vijgevigheid
De Profeet heeft gezegd: ‘Wanneer de vrijgevige mens struikelt, pakt God zijn hand’; er zijn meer uitspraken over vrijgevigheid overgeleverd. Saladins vrijgevigheid was algemeen bekend. Ik beperk mij hier tot enkele voorbeelden. Toen hij stierf bezat hij niet meer dan 47 drachme en een Tyrisch goudstuk. Hele provincies gaf hij weg. Hij veroverde Amida (in Mesopotamië). De zoon van Qara Arslan vroeg hem erom en hij gaf het hem. Ik heb zelf gezien hoe een hele rij afgevaardigden in Jeruzalem voor hem bijeen waren, toen hij had besloten naar Damascus e gaan en er niets meer in zijn schatkist was wat men hun had kunnen geven. Ik stond er echter op zeodat hij uiteindelijk een dorp verkocht dat staatsbezit was en wij de opbrengst daarvan onder hen verdeelden zonder dat er een drachme overbleef. Hij gaf in tijden van gebrek en in tijden van overvloed. Zijn schatmeesters hielden steeds heimelijk wat achter de hand voor als er plotseling geld nodig was. Ze wisten heel goed: als hij had geweten dat dat geld aanwezig was, had hij hett uitgegeven.
Zijn moed en standvastigheid
De volgende uitspraak van de Profeet is aan ons overgeleverd: ‘God heeft de moed lief, zelfs al doodt iemand maar een slang.’ Saladin was werkelijkeen van de moeigste mensen, standvastig en onverschrokken in gevaren. Ik zag hem eens in een gevech tegenover een groot aantal Franken, die onophoudelijk versterking kregen, maar zijn moed en vasthoudendheid namen toe. Op één avond landden meer dan zeventig vijandelijke schepen. Ik heb ze getld van het namiddaggebed tot zonsondergang. Maar hij scheen daardoor alleen maar moediger te worden. Aan het begin van de winter had hij zijn troepen verlof gegeven. Hij bleef alleen over met een klein detachtment en moest het opnemen tegen de sterke vijandelijke strijmacht. (...)
Elke dag wilde hij beslist een of twee maal op verkenning. Midden in het gevecht ging hij dan door de gelederen, alleen begeleid door een page die een paard aan de teugel had. Dan ging hij alle troepen van de rechter- naar de linkervleugel langs en gaf aanwijzingen. Vanaf hoger gelegen plaatsen sloeg hij de vijandelijke bewegingen gade en leidde de gevechten. Ondertussen luisterde hij naar iemand die hem gedeelten voorlas uit de traditioniele literatuur. Dat zijn mijn egen waarnemingen. Ik had gezegd dat de traditionele literatuur werd gelezen op elke waardige plaats, maar dat men nog nooit hed gehoord dat ze werd gelezen tussen voor het gevecht opgestelde troepen. Ik zie: ‘En als Uwe Majesteit het wil, dat men dat van u vertelt, zou dat heel mooi zijn.’ Hij stond het toe. Er werd een hoofdstuk gebracht en iemand, die het volgens de voorschriften had bestudeerd, las het voor terwijl wij allen te paarrd zaten en tussen de twe opgestelde legers reden. Nooit is mij opgevallen dat de vijanden hem te talrijk of te machtig zouden zijn geweest. Hij overdacht alles zeer goed, ging na welke mogelijheden er waren en nam dan maatregelen, zonder in toorn te ontsteken. Toornig werd hij nimmer. Op de dag van de grote slag in de vlakte van akko werden de moslims teruggeslagen. Trommels en vaandels vielen, maar hij hield met een handjevol manschappen net zo lang stand, todat hij zich et al zijnmensen op een heuvel kon terugtrekken. Daar schold hij hen uit en leidde hen terug in de strijd. Uteindelijk gaf God die dag de moslims de overwinning, met ongeveer zevenduizend gesneuvelden onder ruiterij en infanterie. Hij hkield niet op sijn mennen in het veld te brengen tegen vijanden die vere in de meerderheid waren, totdat duidelijk werd dat de moslims heet sttrijden moe waren. Toen besloot hij in te gaan op de door de Franken aangeboden vredesonderhandelingen. Zij waren nog meer afgemat dan wij en hadden nog grotere verliezen geleden. Maar anders dan bj ons wachtten zij de versterkingen. Dus het was voor ons voordeliger vrede te sluiten, zoals erna ook bleek toen het lot onthulde wat het voor ons verborgen had gehouden.
Over zijn menselijkheid
Op zekere dag stapte hij van zijn paard en werd hem zijn maaltijd opgediend. Daarop wilde hij opstaan, maar men zei hem dat het uur voor he gebed nabij ws. Hij ging weer zitten en zei: ‘Late we dan bidden en daarna gaan slapen.’ Hij was moe. Iedereen, behalve zijn oppassers, had zich al terggetrokken. Toen kwam er een oude Mameluk die Saladin heel hoogachtte. Hij gaf hem een verzoekschrift van een strijder in de heilige oorlog.’Nu ben ik moe,’ zei de sultan, ‘ geef mij dat later’. Maar de man hoorde dat niet en heild het verzoekschrift vlak voor de ogen van de verheven heerser, zodat hij het kon lezen. Saladin las de naam van degene, die hem had geschreven en zei: ‘Een verdienstelijk man.’ ‘Welnu,’ zei de Mameluk, ‘wil Uwe Majesteit er dan uw placet onder zetten.’ ‘Maar wij hebben hier geen inktkoker,’ antwoordde Saladin, want hij zat voor de ingang van de tent, zodat niemand naar binnen kon. De inktpot stond in de tent en die was zeer groot. Maar de Mameluk zei: ‘Daar staat de inktpot, achter in de tent!’ Dat betekende niets anders dan dat hij hem verzocht de inktpot te halen. De sultan draaide zich om, zag hem en zei: ‘Bij Allah, dat is waar! ‘ Hij pakte de inktpot en ondertekende. Toen merkte ik opk:’God zegt van zijn Profeet: “Gij zijt werkelijk een edelmoedig mens en mij dunkt dat Uwe Majesteit deze eigenschap met hem gemeen heeft”. ‘Saladin antwoordde: ‘Het heeft ons niets gekost: wij hebvben zijn wens vervuld en zijn daarvoor beloond.’ Eens bracht een wachtpost een huilende vrouw bij Saladin. ‘Die daar,’ zei de wacht, ‘komt van de Franken en heeft gevraagd haar bij de sultan te brengen, hier is zij dan. ‘De sultan beval de tolk haar te vragen wat zij wilde. Ze verttelde dat de dag ervoor plunderende moslims haar tent waren binnengedrongen en haar dochtertje hadden gestolen. ‘De hele nacht, van gisteravond tot vanmorgen, ben ik bezig geweest hulp te krijgen en onze hoofdmannen hebben me gezegd: “De koning van de moslims is medelijdend. We zullen je naar hem toe laten gaan en je moet hem dan maar om je dochter vrageen. “Zo hebben ze me laten gaan. Alleen nog van u hoop ik mijn kind terug te krijgen.’
Saladin was zeer ontroerd door medelijden en tranen stonden hem in de ogen. Ogenblikkelijk liet hij het meisje zoeken en er was nog geen uur voorbij toen de ruiter met het kind op de arm terugkeerde. De moeder wierp zich bij het zien van haar kind op de grond en drukte haar gezicht in het stof. Wij huilden samen met haar. Zij wierp een blik naar de hemel zonder dat wij konden verstaan wat zij zei. Toen werd haar haar dochtertje teruggegeven enbracht men haar naar het kamp terug.
Naar Baha ad-Din Ibn Shaddad
***Bron 10: blz. 143/146***
Saladins herovering van Jeruzalem
(Zie 1191. De val van het Frankische koninkrijk Jeruzalem)

1146. Nur ed-din (politieke begin)

1120-kruistochten-1147
Nur ed-Din is een Turk en, evenals de Franken, voor de Arabische bewoners van Syrië een vreemdeling. Maar in tegenstelling tot de Franken heeft hij het reilen en zeilen in de plaatselijke gemeenschappen altijd gerespecteerd. Hij is de baas over hen, maar hij steunt op de beginselen volgens welke zij worden bestuurd. En hij is moslim. Er is geen enkel bezwaar tegen een vreemdeling die de macht uitoefent als hij moslim is, de voorschriften van de islam in acht neemt en de traditionele instellingen eerbiedigt. Zo worden de Turken langzaam in de Syrische gemeenschappen opgenomen. Ze hebben de baa over hen kunnen spelen en hen kunnen verenigen, omdat ze niets overhoop hebben gehaald.
Voor Nur ed-Din is de djihaad zowel een ideologie als een staatszaak. Die ideologie steunt op drie hoofdpunten: een onoverbrugbare kloof tussen Franken en moslims, verzet tegen de tijdgenoten die hier onverschillig tegenover staan, en oproep tot de heilige oorlog. Zengi is de eerste die deze ideeën zo heeft geformuleerd. Aan de vooravond van het innemen van Edessa heeft hij erop aangedrongen tegen de Franken een ‘otale’ oorlog te voeren, net zolang tot ze geheel verdwenen zijn. Nur ed-Din maakt van e djihaad een volledige theorie. Aan de inhoud ervan voegt hij twee dingen toe: de uitzonderlijke heiligheid van Jeruzalem en het heilige land, en de noodzaak om in het Midden-Oosten de politieke eenheid van de islam te verwezenlijken. Het laatste is voorwaarde voor dedjihaad tegen de Franken en berust dus op een krachtige geestelijke beweging die de gemoederen al een eeuw bezighoudt: het hersel van de orthodoxie en de heroprichting van het soennisme. Zo wordt het hèt fundament voor een belangrijke volksbeweging.
***Bron 10: blz. 87/88***