Het is bijna niet te geloven! Een van de getrouwste verdedigers van de Inquisitie vocht recentelijk (het boek dateert van 1989) nog dit decreet (van de Spaanse koningin-regentes Maria-Christina in 15 juli 1834) aan, beschouwend als een vorm van machtsmisbruik; de Spaanse regering had het echt niet ‘om een kerkelijke rechtbank zonder toestemming van de Heilige Stoel op te heffen’, omdat ze niet bevoegd was zich uit te spreken ‘over geestelijke aangelegenheden’. Het Vaticaan moet zich ongetwijfeld niet gekwetst voelen, want het heeft nooit een protest hieromtrent geuit.
***Bron 6: blz. 30/32***
Posts tonen met het label het Heilig Officie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label het Heilig Officie. Alle posts tonen
dinsdag 5 februari 2008
1973. Opheffing pauselijke veroordeling van de vrijmetselarij
Het was eerder ondenkbaar geweest maar een reeks pauselijke veroordelingen van de vrijmetselarij sedert de bul In Eminntie (1738) tot en met de encycliek Humanum Genus (1884) is nu een einde gekomen; in 1973 werd ook Canon 2335, gericht tegen de vrijmetselarij, buiten werking gesteld...
***Bron 9: blz. 287***
***Bron 9: blz. 287***
1967. Het einde van de Inquisitie en van geheime processen zonder beroepsrecht
In Rome overleefde de inquisitie zichzelf en pas in 1908 liet Pius X de pijnlijke benaming Inquisitie schrappen. ‘Congregatie van het Heilig Officie’ klonk ook niet zo goed; in 1965, aan het einde van het Tweede Vaticaans Concilie, maakte Paulus VI er de Congregatie voor de Geloofsleer van. Daarna geeft hij haar een andere vorm: zij bewaart een rechtbank die bevoegd is ‘dwalingen tegen het geloof’ te beoordelen, maar volgens de voorschriften van gewone processen, en beroep is toegestaan. Er moest dus tot 15 augustus 1967 worden gewacht voordat de Romeins Inquisitie afstand deed van geheime processen zonder recht van beroep.
***Bron 6: blz. 30/32***
***Bron 6: blz. 30/32***
1966. REGISTER VAN VERBODEN BOEKEN, BUITEN WERKING GESTELD
Een dergelijke ‘stof’ (verhandeling, boek, enzovoort) zou met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op de index librorum prohibitorum (Register van verboden boeken) zijn geplaatst. Deze Index werd in 1559 van kracht en pas op 14 juni 1966 buiten werking gesteld. Is als zodanig alleen nog van historisch belang; slecht de morele waarde is gebleven in die zin dat van de gelovigen gevraagd word zich in acht te nemen voor geschriften die geloof en goede zeden in gevaar zouden kunnen brengen.
***Bron 9: blz. 288***
***Bron 9: blz. 288***
1834. De vierde afschaffing van het heilig officie in Spanje
...Toen na de dood van FerdinandVII de liberalen weer aan de macht waren gekomen, stelde zich merkwaardigerwijs de vraag of een insituut dat al dood was in stilte moest worden begraven. De ministers verschilden hierover van mening, maar de herinnering aan de weifelingen van Ferdinand VII en de aanwezigheid van het carlistische gevaar eden hen ten slotte kiezen voor een nieuwe, plechtige afschaffing van het Heilig Officie. Dit werd op 15 juli 1834 door koningin-regentes Maria-Christina gedecreteerd. Bovendien werd besloten dat de bezittingen van de Inquisitie zouden worden gebruikt ‘ter delging van de staatschulden’.
***Bron 6: blz. 35***
***Bron 6: blz. 35***
1826. Surrogaat-inquisitie veroordeeld Cayetano Ripoll
Maar in 1824 probeerden de bisschoppen op eigen houtje een surrogaat-Inquisitie op te richten: Juntas de fe werden in enkele steden ingesteld. Die vanValencia begon snel het proces tegen een ongelukkige schoolmeester, Cayetano Ripoll, die zich ‘deïst’ noemde. De koning liet de Juntas de fe ontbinden, wat niet verhinderde dat de zaak-Ripoll als een tragische klucht eindigde. Hij werd aan de wereldlijke macht overgeleverd als ‘verstokt ketter’ en de schoolmeester moest, zoals in de goede oude tijd, worden verbrand. Dat durfde men niet , maar in 1826 werd hij opgehangen boven een kist waarop vlammen waren geschilderd.
***Bron 6: blz. 35***
***Bron 6: blz. 35***
1823 in spanje was de inquisitie er moeilijk onder te krijgen
In Spanje was de Inquisitie er moeilijk onder te krijgen. Vanaf het herstel van het absolutisme in 1823 en tijdens de witte tereur zetten de bisschoppen, onder leiding van de oud-inquisiteur-generaal Castillón engesteund door het leger en de uiterst rechtse adel, een onvermoeibare campagne op touw voor de heroprichting van de ‘heilige rechtbank’, die als enige in staat was tegen de ‘goddelosheid’ en de toetroom van ‘slechte boeken’ te vechten.
Ferdinand VII voelde daar zonder twijfel wel iets voor, maar de buitenlandse ambasadeurs enzijn geznt inParijs waarschuwden hem tegen de kwalijke gevolgen die een dergelijke beslissing in Europa zou hebben. Bovendien wantrouwde hij de uiterst rechtsen, die geen gelegenheid voorbij lieten gaan om tegen hem samen te zweren. Hij hield dus zijn mond.
***Bron 6: blz. 34***
Ferdinand VII voelde daar zonder twijfel wel iets voor, maar de buitenlandse ambasadeurs enzijn geznt inParijs waarschuwden hem tegen de kwalijke gevolgen die een dergelijke beslissing in Europa zou hebben. Bovendien wantrouwde hij de uiterst rechtsen, die geen gelegenheid voorbij lieten gaan om tegen hem samen te zweren. Hij hield dus zijn mond.
***Bron 6: blz. 34***
1821. Afschaffing van de inquisitie in portugal
Door de revolutie van augustus 1820 (welke revolutie, de Spaanse?) werd de inquisitie van lissabon opgeruimd en op 5 april 1821 afgeschaft.
***Bron 6: blz. 34***
***Bron 6: blz. 34***
1820. Spanse inquisitie voor de derde keer afgeschaft
De laatse inquisiteur-generaal van Spanje, Castillón y Sales, die Mier in 1818 opvolgde, had nauwelijks tijd om streng op te treden. Begin 1820 zegevierde de liberale militaire opstand en de koning moest trouw zweren aan de grondwet van 1812. Op 9 maart werd de Inquisitie voor de derde keer afgeschaft. Het volk, dat niet zo’n medestander van het Heilig Officie was als men had doen voorkomen, had toen al de poorten van de Inquisitoriale gevangenissen geforceerd.
***Bron 6: blz. 34***
***Bron 6: blz. 34***
1814. Ferdinand VII verklaarde de grondwet van 1812 ongeldig, en de Inquisitie is terug
Deze bepalingen (de Spaanse Grondwet van 1812) zouden neit lang van kracht zijn. Nagenoeg onmiddellijk na zijn terugkeer in Spanje verklaarde Ferdinand VII in maart 1814 alle beslissingen van de Cortes van Cadiz ongeldig en op 21 juli verleende hij formeel de rechtbank van de Inquisitie opnieuw ‘de uitoefening van haar jurisdictie’ en de censuur van boeken. Tegelijkertijd werd de ‘heilige rechtbank’ weer opgericht in Mexico, Lima en Cartagena (Colombia).
***Bron 6: blz. 34***
***Bron 6: blz. 34***
1812. De inquisitie opnieuw afgeschaft via de nieuwe spaanse grondwet
In 1810 waren de Cortes, buiten de door de Franse legers bezette gebieden, bij elkaar gekomen n Cadiz; zij stelden daar de Grondwet van 1812 op en discussieerden eindeloos over het lot van de Inquisitie; ze wisselden uiteenzettingen, artikelen in de pers en vele, soms zeer heftige, pamfletten met elkaar uit. De aangenomen tekst, die volgens een het Heilig Officie goedgezinde schrijver ‘plagiaat van de Franse revolutionaire Grondwet was’, stelde nochtans: ‘De religie van de Spaanse Natie is en zal altijd de apostolische en de alleen ware roms-katholieke blijven en de Natie verbiedt de uitoefening van elke andere.’ Overigens worden aan de burgers waarborgen voor hun vrijheid verleend en aan de justiciabelen een rechtwaardige behaneling door de rechtbanken. De vraag rees dus of de Inquisitie al dan niet verenigbar was met de Grondwet. Het was voldoende om de artikelen met betrekking tot de rechtelijke procedure te vergelijken met die van de Instructies van het Heilig Officie uit 1561 en de tegenstanders ervan lieten dat niet na. Om het debat te verbreden bepleitte de geestelijke Ruiz de Padron, hoewel ‘beboegd minister van het Heilig Officie’, de overbodigheid van de rechtbank van de Inquisitie met haar ‘diametraal aan de Grondwet tegengesteld’ karakter. Deze argumenten werden vermeld in een populair werk ‘De Inquisitie zonder masker’ van Antonio Puigblanche, die eraan toevoegde: ‘Dit instituut stond de vooruitgang de wetenschappen in de weg en heeft het despotisme gesteund.’...
...Hoewel de Cortes op 22 februari 1813 met negentig stemmen voor en zestig tegen de knoop doorhakten door de rechtbank van de Inquisitie ‘strijdig met de Grondwet’ te verklaren, begon hun decreet met aan de bisschoppen de bevoegdheid te geven ‘geloofszaken te berechten’. De verdwijning van het Heilig Officie opende dus niet noodzakelijk de poort naar geestelijke vrijheid. Het decreet bevatte overigens en tupisch inquisitoriale prakktijk door in artikel IV te stipulerendat ‘elke Spanjaard bij een kerkelijke rechtbank van het delict ketterij kon worden beschuldigd’.
***Bron 6: blz. 33/34***
...Hoewel de Cortes op 22 februari 1813 met negentig stemmen voor en zestig tegen de knoop doorhakten door de rechtbank van de Inquisitie ‘strijdig met de Grondwet’ te verklaren, begon hun decreet met aan de bisschoppen de bevoegdheid te geven ‘geloofszaken te berechten’. De verdwijning van het Heilig Officie opende dus niet noodzakelijk de poort naar geestelijke vrijheid. Het decreet bevatte overigens en tupisch inquisitoriale prakktijk door in artikel IV te stipulerendat ‘elke Spanjaard bij een kerkelijke rechtbank van het delict ketterij kon worden beschuldigd’.
***Bron 6: blz. 33/34***
‡ 1811. De bezwaarende verhandeling van juan Antonio Ilorente
Aan de zijde van Jozef Bonaparte bevonden zich liberalen, zoals de ex-minister Urquijo en een priester die heel wat ophef zal maken en die het zwarte schaap wordt van de verdedigers van de Inquisitie:, oud-secretaris-generaal van het Heilig Officie te Madrid, verdacht geworden, met name omdat hij de inquisiteur-generaal een plan had voorgelegd om de procedure van het ‘heilig tribunaal’ te herzien. Jozef benoemt hem tot Staatsraad en draagt hem op de archieven van de Inquisitie te bestuderen. Llorente wijdt zich met hart en ziel aan deze taak en hij presenteert in 1811 aan de Koninklijke Aacademie een ‘Historische verhandeling over hoe de Spaanse nationale opinie tegenover de inquisitoriale rechtbank ston’; hierin brengt hij de tegenstand in herinnering waarop de Iquisitie vanaf haar begintijd is gestuit. In het vervolg zullen de tegenstanders van het Heilig Officie uit deze verhandeling hun argumnten putten. In 1813 wordt koning Jozef uit Spanje verjaagd; een aantal Afrancesados, onder wie de oud-grootinquisiteur Arce en Juan Antonio Llorente, vergezelt hem naar Frankrijk.
***Bron 6: blz. 32/33***
***Bron 6: blz. 32/33***
1808. Napoleon schaft een eerste keer de Inquisitie in Spanje af
Na de troonsafstand van Karel IV en aan de vooravond van de intocht van de Fransen in Madrid treed d inquisiteur-generaal af en wordt een van de notoirste ‘verfransten’ (afrancesados). Hij loopt over naar koning Jozef, die hem tot zijn grootaalmoezenier aanstelt. Het Heilig Officie ligt aan de voeten van de nieuwe machthebber. Veroordeelt het de opstand van Dos de Mayo niet krachtdadig als een ‘schandelijk oproer van het gepeupel’? Deze onderwerping verhinderde Napoleon niet om op 4 december het decreet te onderekenen waardoor de Inquisitie werd afgeschaft en haar bezittingen geconfisqueerd;
***Bron 6: blz. 32***
***Bron 6: blz. 32***
1789. De angst van Inquisitie voor de Franse Revolutie
Vanaf 1789 droeg de angst van de koning van Spanje, de clerus en de adel voor de Franse Revolutie bij tot een opnieuw toenemende macht van de Inquisitie. Zij wordt duidelijk de politieke helper van het absolutisme,, dat zij overigens al sinds 1747 verdedigt door in haar Index van verboden boeken naast filosofische en theologische werken ook willekeurig in Frankrijk uitgegeven historische en literaire werken op te nemen. In de Index van 1790 vindt men naast Voltaire, Rousseau en de encyclopedisten eveneens ‘galante’ werken zoals de Fabels van La Fontaine, ongevaarlijk werken als Robinson Crusoe en een geografiemethode die in 1781 door een Franse priester werd geschreven. De verboden beletten niet dat de veroordeelde werken clandestien in enorme hoeveelheden de Spaanse grens passeerden, waar smokkel traditioneel een actieve en winst gevendebezigheid was.
***Bron 6: blz. 29***
***Bron 6: blz. 29***
Afschaffing Inquisitie in Milaan, Sicili¨en Toscane
‡ 1775. In Milaan werd de inquisitie door Jozef II afgeschaft.
***Bron 6: blz. 30***
‡ 1782. Op Sicilië en Toscane verdwijnt de inquisitie
***Bron 6: blz. 30***
***Bron 6: blz. 30***
‡ 1782. Op Sicilië en Toscane verdwijnt de inquisitie
***Bron 6: blz. 30***
1768. Vervolging van belangrijke personen door de inquisitie
...Toch bewaarde de Inquisitie in haar vervaltijd tot an het einde van de eeuw de macht om zelfs belangrijke personen, tot aan ministers toe, te vervolgen wanneer ze zich instemmend betoonden met de ‘filosofische’ ideeën. In 1768 beschuldigde ze Campomanes, een getalenteerd schrijver, en minister Floridablanca, in 1776 speelde de beroemde zaak-Olavide. Pablo Olavide, intendant van Andalusië, had pogingen gedaan de Sierra Morena met kolonisten te bevolken en een hervominsplan voor de Spaanse universiteit opgesteld. Hij werd door de Inquisitie twee jaar gevangengezet, dan verscheen hij in een besloten auto en werd veroordeeld tot acht jaar opsluiting in een klooster. Hij slaagde er gelukkig in naar Frankrijk te vluchten. Karel III had niets gedaan om hem te beschermen.
Luis de Urquijo, minister van Karel IV moest eveneens ‘penitentie’ doen boor het Heilig Officie, omdat hij een tragedie van Voltaire had vertaald. Hij werd ad cautelam (onder voorbehoud) vijgesproken. In 1799 stelde hij Karel IV voor de Inquisitie af te schaffen, maar hij wer bij het Heilig Officie aangebracht en in 1801 naar Mallorca verbannen.
***Bron 6: blz. 29***
Luis de Urquijo, minister van Karel IV moest eveneens ‘penitentie’ doen boor het Heilig Officie, omdat hij een tragedie van Voltaire had vertaald. Hij werd ad cautelam (onder voorbehoud) vijgesproken. In 1799 stelde hij Karel IV voor de Inquisitie af te schaffen, maar hij wer bij het Heilig Officie aangebracht en in 1801 naar Mallorca verbannen.
***Bron 6: blz. 29***
Sebastiao Carvalho de Melo en de reorganisatie van de Inquisitie in Portugal
...Omsreeks het midden van de achttiende eeuw echter begint een groep Portugese aristocraten (vooral degenen die in het buitenland zijn geweest) zich te verzetten tegen de Inquisitie; zij worden gesteund door enkele ‘progressieve’ priesters: Verney stelt een reorganisatie van het Heilig Officie voor. Zijn opvattingen krijgn de instemming van de sterke man die alles in Portugal zal veranderen: Sebastiao Carvalho de Melo, markies van Pombal en vanaf 1750 premier van de zwakke Jozef I. Hij bouwde Lissabon na de aaardbeving van 1755 weer op en bracht de nationale handel tot ontwikkeling. Zijn tegenstanders zijn de grote adellijke families en de jezuïten. Hij rekent door middel van bleodige executies af met de adellijke samenzweerders, wijst de jezuïeten uit, confisqueert hun bezittingen en stuurt sluw de Inquititie op hen af, die Malagrida als ketter veroordeelt. In werkelijkheid werd deze jezuïet ervan verdacht te hebben deelgenomen aan de samenzwering en de aanslag van de adel op Joseph I. Hoewel er tot 1765 nog enkele openbare autos zijn, is Pombal vastbesloten het Heilig Officie alle macht te ontnemen. Hij benoemt zijn eigen broer Paulo de Carvalho tot inquisiteur-generaal en laat in 1768 door de koning de volledige vernietiging verordenen van de lijsten van de families van joodse afkomst. De Inquisitie had kunnen reageren, maar hij geeft haar de rang van koninklijke raadgever, een eerbewijs dat haar onder zijn controle brengt. Verordeningen in 1773 en 1774 verboden daarna elk onderscheid tussen oude en nieuwe christenen en dat zal inderdaad niet meer worden gemaakt. De Inquisitie van Goa werd in 1774 opgeheven en heowel die van Lissabon bleef bestaan, werd haar een nieuw reglement opgelegd waarin de oude voorschriften werden afgeschaft, alle begane excessen aan de jezuïeten werden toegeschreven en e procedure geregulariseerd.
***Bron 6: blz. 30***
***Bron 6: blz. 30***
Het einde van de macht van de Spaans Inquisitie
‡ 1747. Koning karel VII ontnam de inquisitie elke macht.
1740-de inquisitie-1750
***Bron 6: blz. 30***
1740-de inquisitie-1750
***Bron 6: blz. 30***
1740. Verval van de inquisitie in spanje
Vanaf 1740 neemt de activiteit van het Heilig Officie duidelijk af; het aantal auto-da-fe’s vermindert, men gaat minder vaak over tot verbranden - onder de regeringen van Karel III en Karel IV (spaanse koningen) dus van 1759 tot 1808, waren er ‘maar’ tien ‘overgedragen’ veroordeelden, van wie er ‘slechts’ vier werden verbrand - en de autos voltrekken zich in de beslotenheid van een kerk (autos particulares). In 1745 ontdekte het Heilig Officie met verraging de jansenisten en door een merkwaardige uit onwetendheid voortkomende verwarring zal het alles wat uit het Frankrijk van de Verlichting komt onder die noemer brengen. Omdat de processen, de veroordelingen en ten gevolge daarvan ook de confiscaties veel schaarser worden, kent het instituut een financiële crisis, die nog ernsitger zal worden.
***Bron 6: blz. 28/29***
***Bron 6: blz. 28/29***
1738. Veroordeling van de vrijmetselarij
... maar aan de reeks pauselijke veroordeling van de vrijmetselatij sedert de bul ‘In Eminentie’ (1738) tot en met de encylek ‘Humanum Genus’ (1884)i...
***Bron 9: blz. 287***
***Bron 9: blz. 287***
Abonneren op:
Reacties (Atom)