Posts tonen met het label een joodse christelijke secte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label een joodse christelijke secte. Alle posts tonen

dinsdag 5 februari 2008

Wat waren de oudste geschreven getuigenissen tot ongeveer 1940

+ 900 oudste hebreeuwse schriftelijke getuigenissen
Voor de opzienbarende vondsten in Qumran aan de Dode Zee stamden de oudste bewaard gebleven Hebreeuwse schriftelijke getuigenissen uit de tiende eeuw, niet voor maar na Christus.
***Bron 9: blz. 78***

Wat waren de oudste geschreven getuigenissen tot ongeveer 1940

+ 900 oudste hebreeuwse schriftelijke getuigenissen
Voor de opzienbarende vondsten in Qumran aan de Dode Zee stamden de oudste bewaard gebleven Hebreeuwse schriftelijke getuigenissen uit de tiende eeuw, niet voor maar na Christus.
***Bron 9: blz. 78***

73. DE ROTSCITADEL VAN MASADA

Wat gebeurde er in Massada?
In 73 n.C. Pleegden na een heldhaftige tweejarige verzetstrijd tegen de Romeinen 960 mensen op deze rotscitadel (van Masada) in de woestijn massaal zelfmoord. Slechts enkele vrouwen en kinderen kinden ontkomen. Van hen stamt de overlevering van een verdedigingsrede, waarin niet alleen een zeer nationalistische, maar vooral ook aan deEssenen herinnerende religieuze ondertoon doorklinkt. Bovendien heeft men in Masada schriftrollen gevonden die op teksten van de Essenen gemeenschap lijken.
***Bron 9: blz. 94***

65/100. EVANGELIE

Hoe is de ketterij ontstaan?
...In Nicaea werd de vernietiging bevolen van alle geschriften die met de orthoddoxe leer strijdig waren, en elke afwijking van de toen vastgelegde interpretatie van Jezus was voortaan ketterij.
Heette het ten tijde van Nicea ook al Ketterij, zou van de kataren komen, bestonden zij toen al??
***Bron 9: blz. 61***
Wanneer en hoe zijn de evangelies ontstaan? (4/4)
1/4 De evangelieën zijn geschreven tussen de jaren 65 en 100 na Christus.
***Bron 3: blz. 17***
2/4 Als men bedenkt dat de evangelies vrij laat, namelijk omstreeks de tijd van de joodse Opstand en de verwoesting van Jeruzalem in het jaar zeventig, werden opgetekend, dan kan men zich voorstellen dat daarin veel niet opgenomen werd wat de Romeinen een doorn in het oog zou kunnen zijn.
***Bron 9: blz. 55***
3/4 In Nicaea en andere concilies in dezelfde tijd zal vermoedelijk de definietieve redactie van het Nieuwe Testament hebben plaatsgevonden. Dat betekent alleen al dat er van de vijfduizend tot op heden bewaard gebleven afschriften van het Nieuwe Testament er niet één van voor de vierde eeuw is.
***Bron 9: blz. 61/62***
4/4 In de apocriefe brief van Abtalion staat een ander, amusant voorbeeld van hoe nog geen tweeduizend jaar geleden overlevering functioneerde: ‘Hier zit ik dan en schrijf de geschiedenis hoe onze Heer Jezus Christus onze voorvader Kudrus gered (...) heeft (...). En Kudrus vertelde deze geschiedenis aan zijn eersgeboren zoon Phinees Anechpas. En Phinees Anechpas vertelde de geschiedenis aanzijn zoon Jozua.’ Om het verhaal niet te lang te maken: er volgden nog successievelijk ze zes zonen eer de geschiedenis eindelijk bij Abtalion belandde.
***Bron 9: blz. 63***

50/100 EEN OEREVANGELIE Q

... dat de verzameling woorden in het Thomas-evangelie, ook als zij pas omstreeks 140 n.C. werd samengestld, toch overleveringen bevat die zelfs ouder zijn dan de evangelies van het Nieuwe Testament, mogelijk zelfs al in de tweede helft van de eerste eeuw (50-100) zijn ontstaan’
Voor een dergelijke overlevering pleit ook de overeenkomt van tal van uitspraken van Jezus met Jezus-citaten in het Nieuwe Testament. Bijvoorbeeld vindt men in het veangelie van Thomas de Tweeling de beroemde uitspraak over de hoeksteen die door de bouwers werd afgekeurd (Thomas 66 en Marc. 12:10), de spreuk over het Koninkrijk des Vaders (Thomas 76 en Matth 13:43), he gebod ‘zoekt en ge zult vinden’ (Thomas 92 en Matth. 7:7), maar ook ‘de paarlen voor de zwijnen werpe’ (Thomas 93 en Matth. 7:6).
De lijst van overeenkomsen is hiermee lang niet ten einde, maar de vier genoemde voorbelden dienen slecht om aan te tonen dat er waarschijnlijk inderdaad een doorgaande lijn zowel door de officiële als door de niet-erkende apocriefe evangelies loopt. De wetenschap spreekt darbij van een oerevangelie Q (naar het Duitse woord Quelle = bron), waarop alle andere evangelies, de vier cononieke en de geheime apocriefe evangelies gebaseed zijn, Men vermoedt tegenwoordig dat dit evangelie Q een verzameling spreuken was, waarop vervolgens de vele vermaarde formuleringen stoelden die beginnen met ‘en Jezus sprak’. Met de aanname van een dergelijke algemene basis van alle evangelies rijst natuurlijk ook de vraag of men de vier erkende evangelisten Marcus, Mattheüs, Lucas en Johannes een exclusief openbaringskarakter kan blijven toekenen.
***Bron 9: blz. 60/61***

De Archeologie en het Nieuwe Testament

Wat heeft de archeologie nu kunnen opleveren om de geschiedenis van de stad (welke stad) alsmede de in het Nieuwe Testament genoemde gebeurtenissen wetenschappelijk te kunnen plaatsen? Dat is eigenlijk, we vermeldden het reeds, teleurstellend weinig in tegenstelling tot andere delen van Israël, waar zoveel gevonden werd. Wat de tijd van het Nieuwe Testament betreft is dat begrijpelijk: dat was tenslotte hooguit vijfendertig jaar.
*** Bron 13: blz. 137 ***

34. WEDEROPSTANDING VAN JEZUS

Overleefde Jezus de kruisiging? 3/3
1/3 Georges Moores beschrijft de kruisiging van Jezus die deze overleeft zou hebben, volgt niet alleen de opvatting van een aantal oude ketterse beweringen, maar ook die van de Koran, waardoor deze in de Islam en de Islamitische wereld grotendeels aanvaard is.
Welke zijn die oude ketterse secten die beweerden dat Jezus de kruisiging overleefde?
***Bron 3: blz. 22***
2/3 In de gnostische Nag Hammadi-teksten ‘De tweede logos van grote Seth’ vindt men de volgende zeer opmerkelijke passage: ‘een ander was degene die de alsem en de zure wijn dronk: niet ik was het, die met de rietstok werd geslagen, een ander was het die het kruis op zijn schouder droeg.’ Deze passage heeft diverse vermoedens opgeroepen; sommigen denken dat Jezus verder in de ondergrondse als verzetsstrijder leefde en pas in de vesting Masada op hoge leeftijd is gestorven; aanderen zien hem naar India trekken, daaar onderrichten en op hoge jaren in Kasjmir sterven.
***Bron 9: blz. 56***
3/3 In de Koran, die Jezus als profeet vereert, staat in soera 4:’Omdat (de joden) ongelovig waren en Maria ergerlijk belasterden, verder omdat zij zeiden:” Wij hebben de Messias Jezus, de zoon van Maria, gedood, de Afgezant Gods!” - terwijl ze hem helemaal niet gedood noch gekruisigd hadden. Veeleer was hun een ander als op hem gelijkend voorgehouden. Wie hierover een andere mening is toegedaan, bevindt zich werkelijk in twijfel en is dienaangaande niet op de hoogte! Hij volgt slechts een vermoeden! Zij hebben hem stellig niet gedood.’ (Verzen 156-158)
***Bron 9: blz. 56***
Wat is het verband tussen Jezus en de Islam?
... In elk geval is de zelfverzekerdheid van de koran verbazingwekkend. Misschien is ze echter minder verbazingwekkend als we bedenken dat uit de lijn van de verzetsstrijders via hun later vlucht naar de woestijn de traditie kan zijn ontsaan waaruit later de leer van Mohammed voortvloeide... Men heeft gissingen geuit volgens welke de vader van Mohammed lid van een Nazoreeërsekte zou zijn geweest en Mohammed zelf volgens de Nazoreese traditie zou zijn opgevoed. Een van zijn vrouwen zou jodin en Nazoreese zijn geweest. In feite wordt Jezus vanuit de Koran in overwegende mate vanuit Nazorees standpunt geschetst.
***Bron 9: blz. 57***

34. KRUISIGING VAN JEZUS

Is er een verband tussen de mensenoffers voor de moedergodin en de dood van Jezus?
Een ogenschijnlijke verlichte tijd als de onze komt de idee van mensenoffers weliswaar nog altijd als barbaars voor, toch kennen wij de mogelijkheid al uit de Hebreeuwse bijbel. Tenslotte wilde Abraham zijn zoon Isaac zonder aarzelen offeren en zag daar pas van af toen de Heer hem dat gebood. Anderhalf millennium nadien zou God dan werkelijk zijn eerstgeboren zoon hebben geofferd. Een van die Mythen is de offering van de jonge godheid. In hoeverre dat oeroude gebruik, dat men pas n onze tijd weer langzaam op het spoor begint te komen, de kruisdood van Jezus heeft beïnvloed, zal wel nooit zijn vast te stellen; toch is de tegenwoordig niet omstreden dood aan het kruis een bewijs van hoezeer alle menselijke waarheden, geloof, voorspellingen van goed en kwaad en zonde door mythen gestuurd en bepaald worden.
Hoe kan de eerstgeboren zoon van God bewust geofferd worden als Jezus pas tijdens het

concilie van Nicaea (325) tot zoon van God wordt verklaard?
***Bron 9: blz. 82-83***
Hoe konden de profetiën die in het Oude Testament staan en door Jezus in vervulling gaan zo juist voorspelt zijn?
Representanten van diverse esoterische scholen, onder wie de Russische schrijver en filosoof P.D. Ouspensky, hebben er altijd op gewezen dat de kruisiging als een soort mysteryspel geënsceneerd werd. En wolgens al wat men tegenwoordig over de religieuze offergebruiken in het Nabije Oosten weet, is die overweging er niet eens aan de haren bijgesleept. Jezus zelf zou er volgens de berichten in het Nieuwe Testament nauwgezet opgelet hebben dat de messiaanse prfetieën van het Oude Testament in vervulling gingen. Hij zegt zijn apostelen een ezelin te halen, opdat de schrift in vervulling zou gaan en hij op die ezelin Jeruzalem zou binnenrijden; en bij het Laatste Avondmaal voorspelt hij dat hij verraden zal worden. Bij Lucas herinneren de engelen de vrouwen aan het graf wat Jezus zelf gepredikt had: ‘Bedenk hoe hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: de mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en aan het kruis geslagen, maar op de derde dag verrijzen.’ (Luc. 24:6-8)
***Bron 9: blz. 89-90***

0. Maria magdalena 34

Maria Magdalena en de hogere maatschappelijke klasse
De strenge zedelijke gebruiken echter zouden zich wel tot de eenvoudiger lagen van de bevolking beperkt kunnen hebben. In het door Elie Kedourie geredigeerde werk ‘Die jüdische Welt staat niet voor niets: ‘Een der belangrijkste processen, zonder welke wij die periode geenszins kunnen begrijpen, was de hellenisesering van een zekere maatschappelijke laag in Judea’
Als men dat in aanmerking neemt, dan moet Maria Magdalena wel tot een hogere maatschappelijke klasse hebben behoord, omdat het vrouwen in de joodse gemeenschap gewoonlijk verboden was activiteiten buiten het gezin te hebben. Als gezellin van Jezus lijkt zij echter tot die vrouwen te hebben behoord die volgens de Franse geleerde Jérôme Carcopino zeker hun eigen leven leidden. Volgens zijn onderzoek ‘Feminisme en verval van zeden’ beklaagden zich namelijk de mannen van die tijd over de agressiviteit die vrouwen tijdens discussies toonden.
Een klacht die ons onwillekeurig herinnert aan Petrus’ klacht over Magdalena en refereert aan een andeere eis van de ‘eerste apostel’, die men in het evangelie naar Thomas de Tweeling vindt: ‘Simon Petrus sprak tot hen: “Moge Maria Magdalena van ons weggaan want vrouwen zijn het ware leven niet waard.” En Jezus sprak: “Waarlijk ik zeg u, ik zal haar leiden, om haar mannelijk te maken, opdat ook zij een levendige geest worde, vergelijkbaar me (die) de(r) mannen. Want iedere vrouw die zich mannelijk zal maken zal ingaan n het Rijk der hemelen”.
***Bron 9: blz. 41***
De vrouw die het Al kende
... En ze (Elaine Pagels) vervolgt: ‘Het “Evangelie van Maria” (die door de orthodoxen nimmer als apostel werd beschouwd) als begunstigd met visioenen en inzichten welke die van Petrus verre te boven gaan. De “Dialoog van de Verlosser” roemt haar niet alleen als visionaire, maar ook als aan alle anderen superieure apostelin. Zij is “de vrouw die het Al kende”.’
***Bron 9: blz. 58***
Pistis Sophia
In 1785 kocht vervolgens het Britisch Museum van Londen de collectie van een antiquair, waarbij zich de Pistis Sophia bevond waarin Magdalena de centrale figuur is. Deze Pistis Sophia, wat geloof en wijsheid betekent, is de belangrijkste mythe van het geloofsstelsel van de gnostische leraar Valentinas en bericht over de val en hernieuwde opkomst van de Sophia (wijshied), het eerste feminiene beginsel. Jezus reist daarin door de veelledige kosmos van dat stelsel, om ten slotte Maria te ontmoeen die hem aar zijn ervaringen vraagt. Ten anttwoord verrheft Jezus haar verre boven alle leerlingen, als hij haar gnosis, de geeheime kennis door ervaring, belooft: ‘Maria, gij zalige, die Ik in alle mysteriën van hen van de Hoogte zal voleindigen, spreek openlijk, gij, wier hart meer dan uw broeders op het Rijk der Hemelen is gericht.’ In een latere passage wordt Maria als ‘Volheid aller volheden’ en als ‘Voleinding van alle voleindigen’ genoemd...
***Bron 9: blz. 61/62***
Omkering van de oude vrouwelijke waarden
In elk geval zweeft boven alle mogelijke varianten de gemeenschappelijke idee van het offer. En als wij nu beseffen dat dat idee uit wel zéér oude tijden (moeder-godin) stamt, dan moeten wij ook de geur van zonde die om de tweede deelnemer aan het drama zweeft, van die tijd uit beoordelen. Zonde in verband met Maria Magdalena had altijd de bijsmaak van seksualiteit.Als men zich dan ook tegenwoordig afvraagt of zij wel werkelijk de hoer was die ze geweest zou zijn, dan mogen wij niet vergeten dat voor de omkering van de oude vrouwelijke waarden in mannelijke een ‘hoer’ een heilige vrouw in de tempel was, die haar seksualiteit an de godin offerde, en die pas door de patriarchen van de denigrerende betiteling ‘tempelprostituee’, hoer, werd voorzien. Dat dit gebruik niet alleen in de tempel heerste wordt ons in de Hebereeuwse bijbel duidelijk uit de niet-aflatende klachten van de profeten over losse zeden.
Maria Magdalena zou dus inderdaad wel een levenslustige en allerminst preutse vrouw geweest kunnen zijn, die zelfs de straffe wetten van de joden trotseerde. Een dergelijke geëmancipeerde vrouw zou ook in het mogelijke beeld van een revolutionaire Jezus passen..
***Bron 9: blz. 90/91***

0/34. TIMMERMANSZOON JEZUS UIT NAZARET

Was Jezus een Timmermanszoon?
Het beeld van Jezus als ‘arme timmermanszoon uit Nazaret kan in velerlei opzichten worden aangetast. Voor het ogenblik echter is het voldoende dat wij op een tweetal punten wijzen.
Het eerste punt is dat het woord, algemeen vertaald met ‘timmerman’ in de oorspronkelijke Griekse tekst niet alleen maar houtbewerker betekent. De nauwkeurigste vertaling zou ‘meester’ zijn, in de zin van meestersschap in elke kunst, ambacht of vak van geleerdheid. Het was dus evenzeer van toepassing op bijvoorbeeld een leraar als het voor een ambachtsman van welke stiel dan ook gold. Het is op grond van Markus 6:3 dat het verhaal van Jezus als timmerman ontstond. Echter wijst dr. Geza Vermes van de Oxford University in ‘Jesus de Jew’ op gemeenschappelijk metaforisch gebruik van de termen ‘timmerman’ en ‘timmermanszoon’ in oude joodse literatuur (pp.21-22).
***Bron 3: blz. 41***
Kwam Jezus uit Nazaret?
...Het tweede punt is dat Jezus vrijwel zeker niet ‘van Nazaret’ was. Een overstelpende hoeveelheid bewijsmateriaal toont aan dat Nazaret in die bijbelse tijden nog niet bestond. Aannemelijk is dat het stadje pas in de derde eeuw na Christus is ontstaan. ‘Jezus van Nazaret’ is, daarover zijn de meeste bijbelonderzoekers het thans wel eens, een verkeerde vertaling van de oorspronkelijke Griekse zin: ‘Jezus de Nazarener.’ Dat verwijst niet naar enige lokatie. In plaats daarvan is het een verwijzing naar Jezus’ lidmaatschap van een specifieke groep of sekte die specifiek politiek en/of politiek gericht was, de ‘Nazareense partij’ zoals sommige moderne deskundigen het noemen. Vergelijk ook ‘Jezus de Nazareeër’ en ‘Nazareeërs’ (Num. 6 en Hand. 18:18 en 21: 23-26).
Wat betekende die Nazareense Partij, Nazareense groep of sekte?
***Bron 3: blz. 41***

0/34. OPVOEDING (VAN JEZUS)

Hoe is Jezus opgevoed en in welk millieu?
Er bestaat maar heel weinig nauwkeurige informatie over Jezus’ omstandigheden, zijn achtergrond. Maar het weinige dat bestaat, wijst er duidelijk op dat zijn famielie in goede doen was en zijn opvoeding er en van het soort dat slechts voor mensen van aanzien en met financiële middelen toegankelijk was. Alle berichten bijvoorbeeld schilderen hem af als een geleerd man, wat in die grotendeel analfaabetische tijden een uitzondering was, slecht mogelijk voor leden van een maatschappelijk hoge klasse. Jezus heeft kennelijk een goede opleiding gehad en was zeer belezen. In de evangeliën disputeert Hij met kennis van zaken met ouderen over de wet, wat een aanzienlijke mate van vooropleiding veronderstelt. Gezien zijn eigen uitspraken is duidelijk dat Hij ‘rolvast’ is in zijn kennis van de boeken der profeten van het Oude Testament; Hij kan ze willekeurig citeren en er met het gemak en de ervaring van een professionele geleerde spelenderwijs over spreken. En terwijl sommigen uit zijn entourage blijkbaar eenvoudige vissers en handwerkslieden uit Galilea zijn, zijn aanderen welgestelde en invloedrijke mensen, zoals bijvoorbeeld Jozef van Arimatea, en Nicodemus, en Johanna, de vrouw van Herodes’ keukenmeester. Zoals we in ons vorige boek hebben laten zien, was de bruiloft te Kana, die in feite Jezus’ eigen bruiloft geweest kan zijn, geen simpele dorpsgebeurtenis, maar een rijke en weelderige ceremonie van de voorname stand of de aristocratie. (Baigent, Leigh, Lincoln, Het Heilige Bloed en de Heilige Graal, pp.290-293) Doch zelfs als die bruiloft niet die van Hezus zelf is geweest, wijst zijn aanwezigheid bij een dergelijke gelegenheid, evenals die van zijn moeder, er duidelijk is dat zij leden waren van dezelfde maatschappelijke kaste.
***Bron 3: blz. 41-42***

0/34. JEZUS DE GEZALFDE KONING VAN DE JODEN EN MESSIAS

Was Jezus een koning? (5/5)
1/5 Tegenwoordig aanvaarden de meeste christenen, alsof dat een vaststaand feit is, dat Pilatus de betiteling honend, spottend, bedoelde. Het is echter in het geheel geen vastaand feit. Als men de evangelieën zelf leest, en zonder ook maar enige vooropgezette mening op na tehouden, dan vindt men niets dat erop zou wijzen dat de betiteling niet volstrekt au sérieu werd gebruikt, dat ze niet als zodanig volkomen legitiem en erkend zou zijn geweest door tenminst een aantal van Jezus’ tijdgenoten, met inbegrip van Pilatus. Wat de evangeliën zelf betreft kan Jezus inderdaad koning van de joden en of als zodanig beschouwd zijn geweest. Het is slechts de traditie die de mensen tot een andere opvatting heeft verleid. Suggereren dat jezus feitelijk koning der joden kan zijn geweest, is daarom niet strijdig met het bewijsmateriaal. Het is slecht in strijd met een lang gevestigde traditie, een lang gevestigd stelsel van geloofsovertuigingen die in laatste instantie gegrond zijn op iemands speculatieve uitleg.Als iets afwijkt vant het bewijsmateriaal, dan is het wel dit stelsel van geloofsovertuigingen. Want in Matteüs’ veslag van Jezus’ geboorte vragen de drie wijzen uit het Oosten: ‘Waar is de paasgeboren koning der joden?’ (Matt. 2:2) Als nu Pilatus de titel spottenderwijs had bedoeld, wat moeten we dan aan met de vraag van deze oosterse wijzen? Bedoelden zij de titel eveneens spotten? Stellig niet! Maar als zij dan verwezen naar een legitieme titel, waarom zou Pilatus dat dan niet eveneens gedaan kunnen hebben?
Hoe serieus moeten we dit verhaal over de drie wijzen nemen? Zijn er nog evangeliën zelfs apocrieve waarin dit beschreven staat?
***Bron 3: blz. 30***
2/5 De christelijke traditie betwist Jezus’ aanspraak op messianiteit natuurlijk niet. Ze betwist alleen wat messianiteit met zich meebracht, eenvoudigweg omdat dit eeuwenlang niet voldoende duidelijk is gemaakt. Jezus aanvaarden als Messias doch tevens zijn koninklijke en politieke rol ontkennen is gewoon niets anders dan de feiten negéren, het historische verband én wat de term ‘Messias beschouwd als apolitiek, een louter geestelijke figuur die voor het wereldlijk gezag geen uitdaging betekende, die zelf geen wereldse of politieke aspiraties koesterde en die zijn volgelingen wenkte naar een koninkrijk ‘niet van deze wereld’. Het bijbelonderzoek van de afgelopen twee eeuwen heeft echter een dergelijke uitleg in toenemende mate onhoudbaar verklaard. Weinig of geen deskundigen inzake dit thema zouden tegenwoordig betwisten dat de in Jezus’ tijd verwachte Messias een goeddeels politieke figuur was, doelbewust zinnend op Israëls bevrijding van het Romeinse juk. Het jodendom van die tijd erkende geen scheidslijn tussen godsdiens en politiek. Voor zover de rechtmatige koning door God werd gemachtigd en gesanctioneerd, was zijn politieke activiteit in een religieuze geur gehuld. Voor zover zijn religieuze taak bevrijding van zijn volk uit onderdrukking inhield, was zijn geestelijke rol tevens een politieke.
***Bron 3: blz. 37-39***
3/5 De evangeliën van Matteüs en Lukas vermelden duidelijk dat Jezus van koninklijken bloede was, een echte en legitieme koning, de rechtstreekse afstammeling van Salomo en David. Als dit op juistheid berust, zou het Hem ten minste één belangrijke kwalificatie als Messias hebben verleend, dan wel om als zodanig naar voren te worden geschoven. Hij zou een formeel wettige aanspraak op de troon van zijn koninklijke voorzaten hebben genoten, en wellicht, zoals is aangeduid, de formeel wettige aansrpraak. Klaarblijkelijk zijn bepaalde mensen, van zeer uiteenlopende achtergronden en met totaal verschillende belangen, best bereid de geldigheid van deze aanspraak te erkennen. Zoals we eerder opmerkten, zijn de drie wijzen uit het Oosten op zoek naar ‘de pasgeboren koning de joden’. In het evangelie van Lukas (23:2 en 3) wordt Jezus beschuldigd van’... dat die man ons volk tot opstand aanspoort, het ervan afhoudt aan de keizer belasting te betalen en zich uit geeft voor de Messias, de koning. Pilatus vroeg Hem/ “Zijt Gij de Koning der Joden?f” Hij gaf hem ten antwoord: “Gij zegt het” ‘ In het evangelie van Matteüs (21:9) wordt Jezus tijdens zijn triomf-intocht in Jeruzalem omstuwd en toegejuicht door een menigte die Hem toeroept: ‘Hosanna, Zoon van David.’ Er kan in deze episode weing twijfel over bestaan dat Jezus begroet wordt als koning. De evangeliën van zowel Lukas als Johannes zijn over deze kwestie duidelijk. In allebei wordt Jezus ondubbelzinnig als koning begroet. En in het evengelie van Johannes (1:49) krijgt Jezus van Natanaël onder meer te horen:’...Gij zijt de Koning van Israël.’
Tenslotte is er dan dat opschrift ‘ Koning vande Joden’ dat Pilatus aan het kruis laat bevestigen. Zoals we al opgemerkt hebben, schrijft de christelijke traditie deze daad toe aan bespotting van de kant van Pilatus. Maar zélfs als uiting van hoon is dat volkomen onzinnig, tenzij Jezus inderdaad koning van de joden was. Als iemand een tiran en dwingeland is, zijn gezag porbeert te doen gelden, mensen te beheersen, en degene die in de macht van zo iemand is, probeert te vernederen, wat bereikt hij dan door een arme profeet van het predikaat ‘koning’ te voorzien. Als anderzijds Jezus inderdaad rechtmatig koning was, dan zou men zijn gezag doen gelden door Hem te vernederen.
Er is nog meer bewijsmateriaal van Jezus’ koninklijke status voorhanden, en wel in het evangelieverhaal van Herodes’ moord op de onschuldige kinderen (Matt. 2:3-14). Hoewel zeer dubieus als versag van een feitelijke historische gebeurtenis getuigt dat verhaal van een zeer reële vrees van de kant van Herodes met betrekking toot de geboorte van Jezus:
Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust... Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden bijeen... en legde hun de vraag voor waar de Christus moest geboren worden. Zij antwoordden hem: “Te Betlehem in Juda. Zo immers staat er geschreven bij de profeet...” (zie Micha 5:1 Gij echter, Betlehem in Efrata, al zijt de klein onder Juda’s geslachten, toch zal er , zeg ik, iemand uit u komen die over Israël gaat heersen...)
***Bron 3: blz. 40-41***
4/5 Misschien nog veelzeggender dan bewijsmateriaal van dit soort is het eenvoudige feit dat Jezus bij een aantal beslissende gelegenheden in de evangeliën als een koning handelt, en wel heel opzettelijk Een van de welsprekendeste voorbeelden is zijn triomf-intocht in Jeruzalem, op een ezel. Bijbelonderzoekers zijn het erover eens dat deze gebeurtenis, klaarblijkelijk een gewichtige in Jezus’ loopbaan en erop berekend maximale aandaacht van zijn tijdgenoten te trekken, een zeer spicfiek oogmerk diende. Het was heel opvallend bedoeld op een oudtestamentische profetie te vervullen. In het evangelie van Matteüs (21:4) wordt duidelijk gemaakt dat de intocht de bedoeling had de profetie te vervullen van Zacharia (9:9) die de komst van de Messias voorspelt:
‘Jubel luid, gij dochter Sion,
juich, gij dochter Jeruzalem!
Zie, uw koning komt tot u,
rechtvaardig en zegevierend;
hij is deemoeig, hij rijdt op een ezel...’
Gezien jezus’ doorkneedheid in oudtestamentische leringen kan er weinig twijfel over bestaan dat ook Hij deze profetie goed kende. En in het besef van deze profetie kan Hij deze wel nauwelijks onbewust of door ‘louter toeval’ hebben vervuld. De intocht in Heruzalem kan alleen gehouden zijn vanuit de berekende gedachte zich, heel specifiek in de ogen van het volk, met de verbeide Messias te doen indentificeren, met andere woorden: met de rechtmatige koning, de ‘gezalfde’.
Meer nog Jezus was inderdaad gezalfd. Het verslag hiervan staat in verdraaide vorm in het Nieuwe Testament. Kennelijk is er een poging gedaan om er veranderingen in aan te brengen en / of het te censureren, maar desondanks kan iets van de waarheid uit de overgebleven fragmenten aan het licht worden gebracht. Zovermelden zowel Matteüs als Markus dat een koninklijke zalving plaatsvond. Matteüs 26:7, Markus 14:3-5. De betekenis is dat deze zeer kostbare olie die een der samenstellende delen van de tempelwierook was, over Jezus’ hoofd werd uitgegoten. Zoals de Ecyclopaedia judaica verklaart: ‘Bij de zalving van koningen werd het gehele hoofd met olie bedekt...’ (dl. III, p. 31). Beiden vermelden dat daar voor ‘meer dan driehonderd denaries (nardus) balsem’ werd vergoten, met een waarde van omstreeks 50 000 gulden tegenwoordig. Johannes vermeldt dat het ritueel werd uitgevoerd door Maria van Betanië, een der zusters van Lazarus, en wel op de dag voor Jezus’ triomf-intocht in Jeruzalem. Johannes 12:3-5. Hij trachgt de betekenis van deze zalving te ontkrachtendoor te beweren dat slechts Jezus’ voeten door de olie werden beroerd. Dit ondanks de verzekeringen in de evangeliën van Matteüs en Markus.
Maar zelfs daarvoor zijn er al aanwijzingen dat Jezus enigerlei vorm van officiële publieke erkenning als Israëls Messias of als rechtmatige koning genoot. Het ritueel van Johannes de Doper zou zeker wel iets van dien aard met zich meegebracht kunnen hebben. Het lijkt ruwweg analoog te zijn geweest met, bijvoorbeeld, de investituur van de prins van Wales. Gedoopt door Johannes had Jezus de bezegelende goedkeuring ‘ van een aanvaarde en erkende profeet, een eerbiedwaardig heilig man, net zoals Saul, de eerste koning van Israël, zijn ‘bezegelende goedkeuring’ ontving van de profeet Samuel. Als Johannes van dezelfde famielie als Jezus was geweest zou zijn ‘bezegelende goedkeuring’ bovendien het extra gezaggevende van een koninklijke machtiging hebben bezeten.
Eén ding lijkt in elk geval duidelijk, en dat is dat Jezus na zijn doop in de Jordaan een in het oog lopende verandering ondergaat. Voor dit ritueel schijnt Hij incognito te zijn gebleven. Zeker bestaat geen verslag van enige openbare activiteit van zijn kant, van enig gedrag dat de aandacht had kunnen trekken. Na zijn doop echter treedt Hij opeen op in het midden van het toneel, niet terugdeinzend voor het voetlicht, noch voor het toespreken van grote menigten, noch voor het feit dat Hij nu in het brandpunt van de publieke belangstelling is komen te staan. Wat meer nog zegt is dat zijn houding beïnvloed schijnt te zijn geweest door zijn ontmoeting met Johannes de Doper aan de Jordaan. Het is bijna of Hij iets van Johannes’ eigen woedende toorn, Johannes’ eigen apocaliptische bedreiging, Johannes ‘ eigen dreigende ultimata heeft overgenomen. Kortom, Hij begint precies het gedrag te vertonen dat zijn tijdgenoten van hun rechtmatige koning verwacht zouden hebben. Erkend en bekrachtigd als Messias handelt Hij van nu af aan zoals een Messias moet handelen.
***Bron 3: blz. 42-43***
5/5...Jezus was inderdaad gezalfd. Het verslag hiervan staat in verdraaide vorm in het Nieuwe Testament. Kennelijk is er een poging gedaan om er veranderingen in aan te brengen en/of het te constueren, maar desondanks kan iets van de waarheid uit de overgebleven fragmenten aan het licht worden gebracht. Zo vermelden zowel Matteüs als Markus dat een ‘koninklijke’ zalving plaatsvond. Matteüs 26:7, Markus 14:3-5. De betekenenis is dat deze zeer kostbare olie die een der samenstellende delen van de tempelwierook was, over Jezus hoofd werd uitgegoten. Zoals de Ecyclopaedia judaica verklaart: ‘Bij de zalving van koningen werd het gehele hoofd met olie bedekt...’(dl. III, p. 31). Beiden vermelden dat daar voor ‘meer dan driehonderd denaries (nardus)balsem’ werd vergoten, met een waarde van omstreeks 50000 gulden (ongeveer 25 000 Euro) tegenwoordig. Johannes vermeldt dat het ritueel werd uitgevoerd door Maria van Betanië, een der zusters van Lazarus, en wel op de dag voor Jezus’ triomf-intocht in Jeruzalem.
***Bron 3: blz. 43***
Was Jezus de enige jood die aanspraken maakte op de troon?
Hoezeer Herodes ook geminacht geweest moge zijn, zijn positie op de troon moet in theorie veilig zijn geweest. Stellig kan hij zich met geen mogelijkheid bedreigd hebben gevoeld door geruchten van een mystieke of spirituele figuur, een profeet of geestelijk leraar van het soort waarvan het in het Heilige Land van die tijd wemelde. Als Herodes zich bedreigd voelde door een pasgeboren kind (jongentje), dan kan dat alleen geweest zijn om wat dat kind intrinsiek was, een rechtmatig koning bijvoorbeeld, met een aanspraak op de troon die zelfs door Rome, in het belang van vrede en stabiliteit, erkend zou kunnen worden. Slecht een concrete, politieke dreiging van dien aard zou voldoende zijn om Herodes’ vrees te verklaren. Het is niet de zoon van een arme timmerman die de usurpator vreest, maar de Messias, de rechtmatige koning, een figuur die, krachtens inherente genealogische kwalificatie, weleens steun van het volk zou kunnen krijgen en die, zo men zich niet van hem ontdeed, hem, Herodes, tenminste op specifiek politieke gronden in gevaar zou brengen.
***Bron 3: blz. 40-41***

Wat had Jezus met Kapernaüm?

Galilea en de nieuwe stad Kapernaüm vervullen hun grote rol in de tijd van het Nieuwe Testament, want hier speelde zich het leven van Jezus af. Hij trok langs de grenzen van Naftali en Zebulon en won er zijn eerste apostelen - Petrus, Andreas,en de twee zonen van Zebedeüs: Jakobus * Ik dacht dat hij de broer van Jezus was? Zou Zebedeüs dan de vader van Jezus zijn geweest? * en Johannes. Jezus hield leerreden in plaatselijke synagogen en gaf volgens het verhaal de visser Petrus opdracht om een vis met een munt in de bek op te halen, o er de toen ook al vervelende belastinggaarders mee te betalen. Jezus woonde in het huis van Petrus, genas zieken, hield leerreden en veroordeelde ten slotte het arme Kapernaüm, omdat het , met een aantal andere steden, niet van zins was berouw te tonen, zoals vereist was.
Wie waren de minim?
Uit latere joodse bronnen is gebleken dat Kapernaüm de zetel was van enige joodse sekten. Daartoe kunnen zeker de eerste christenen gerekend worden, die in die tijd in hoofdzaak uit joden bestonden en minim genoemd werden. Ze waren bijzonder talrijk, bleven onder alle omstandigheden in Kapernaüm wonen n hielden er hun tradities leven. Hun inscripties getuigen van hun vast geloof in de Christus. Petrus werd er vereerd als een plaatselijke heilige. In het midden van de 5de eeuw namen niet -joodse christenen een heiligdom over dat wass opgericht boven het ‘huis van Petrus’ - zo genoemd vanwege een vishaakje dat daar gevonden zou zijn, waarbij wel moet worden opgemerkt dat bijna iedereen in het meer viste! Ze bouwden er een mooie achthoekige Byzantijnse kerk, waarvan niet veel meer dan de grondslagen bewaard zijn gebleven. Deze tonen echter wel aan dat het hier om een opvallend gebouw gign, al was de kerk niet bijzonder groot.
***Bron 13: blz. 109/110***

Wat weten wij over de geboortte van Jezus?

-6. Algemeen aangenomen geboorte jaar van jezus
***Bron 9: blz. 287***
Synoptisch betekent weliswaar ‘grotendeels overeenstemmend’, maar de officiële vertellers beginnen elkaar al tegen, te spreken als het om de geboorte van de latere Messias gaat. Volgens Marcus is Jezus de zoon van een arme timmeman, volgen Mattheüs een rechtstreekse nazaat van David en Salomon en van koninklijke origine; Lucas laat hem weliswaar stammen uit het Huis van David, maar bij hem behoort hij tot een verarmde tak van de familie. Iets dergelijks geldt voor de geheimzinnige eerste bezoekers van het pasgeboren kind aan de kribbe, die alleen bij Lucas kribbe is; daar knielen de bekende herders voor het Jezuskind en zijn moeder, die vanwege de volkstelling van Nazareth naar Bethlehem was getrokken. Bij Mattheüs komen we echter de drie koningen uit het Morgenland tegen en deze bezoeken een voornaam gezin, dat altijd al in Bethlehem woonde en pas later voor Herodes naar Egypte vluchte.
Het dorpje Nazaret bestond toen toch niet?
***Bron 9: blz. 76***