Chronologie
1270. Lodewijk sterft voor Tunis.
***Bron 10: blz. 157***
Hoe kwam het einde van de kruistochten en wat heeft het opgebracht?
De achtste kruistocht, geleid door Lodewijk de Heilige (opnieuw, zie ook de zevende kruistocht), deert hem (Hulagu, leider der mongolen) niet, wantt de koning landt in 1270 in Tunis waar hij sterft. De Frankenn zijn verjaagd. Hun hoop ooit in Syrië terug te keren is vervlogen. Er bestaat nog een koning van Jeruzalem, maar die reggert alleen over Cyprus. Zo eindig een epos van eeuwen, dat aan beide zijden machtige en vermetele persoonlijkheden ten tonele heeft gevoerd. Het onbetwistbare resultaat: vijandschap, diep wantrouwen en wederzijds onbegrip, die verscheidene eeuwen zullen duren.
***Bron 10: blz. 126***
Posts tonen met het label Katolieke kerk en de kruistochten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Katolieke kerk en de kruistochten. Alle posts tonen
dinsdag 5 februari 2008
1248. De zevende kruistocht 1254.
Chronologie
1239. Prediking van de zevende kruistocht.
1248. Lodewijk de Heilige vertrekt voor zijn kruistocht en komt op Cyprus aan.
1249. Lodewijk neemt Damiate in; via Egypte wil hij het Heilige Land veroveren.
1250. Slag bij Mansoera en capitulatie van Lodewijk; hij verlaat Damiate in ruil voor zijn vrijheid; de Mamelukken nemen de macht in Egypte over.
1250.-1254. Lodewijk reorganiseert Palestina en Syrië; hij verlaat het Oosten.
***Bron 10: blz. 157***
1239. Prediking van de zevende kruistocht.
1248. Lodewijk de Heilige vertrekt voor zijn kruistocht en komt op Cyprus aan.
1249. Lodewijk neemt Damiate in; via Egypte wil hij het Heilige Land veroveren.
1250. Slag bij Mansoera en capitulatie van Lodewijk; hij verlaat Damiate in ruil voor zijn vrijheid; de Mamelukken nemen de macht in Egypte over.
1250.-1254. Lodewijk reorganiseert Palestina en Syrië; hij verlaat het Oosten.
***Bron 10: blz. 157***
1228. De zesde kruistocht 1229.
Chronologie
1229. Frederik II en El Kamil, sultan van Egypte, sluiten een verdrag; Jeruzalem wordt aan de Christenen teruggegeven, zonder dat eer een schot valt; Frederik II kroont zichzelf tot koning van Jeruzalem.
1239. Mislukking van de zesde kruistocht bij Gaza.
***Bron 10: blz. 156/157***
Hoe zag het verdrag tussen El-Kamil en koning Frederik II eruit?
Op 11 februari 1229 sluiten in Jaffa sultan El-Kamil en koning Frederik II een verdrag, waarbij de christenen ‘zonder strijd en zonder wapentuig’ Jeruzalem terugkrijgen. Alleen de tempelwijk met de Omar-moskee (Rotskoepel) en de El-Aksa-moskee blijven in mohammedaanse handen; de heilige grafkerk komt weer in het bezit van de christenen. Deze toestand duurtt niet lang, want na de dood van El-Kamil in 1238 volgt een burgeroorlog en een strijd tussen zijn beide zoons. In 1244 veroveren de Turken Jeruzalem opnieuw.***Bron 10: blz. 122***
1229. Frederik II en El Kamil, sultan van Egypte, sluiten een verdrag; Jeruzalem wordt aan de Christenen teruggegeven, zonder dat eer een schot valt; Frederik II kroont zichzelf tot koning van Jeruzalem.
1239. Mislukking van de zesde kruistocht bij Gaza.
***Bron 10: blz. 156/157***
Hoe zag het verdrag tussen El-Kamil en koning Frederik II eruit?
Op 11 februari 1229 sluiten in Jaffa sultan El-Kamil en koning Frederik II een verdrag, waarbij de christenen ‘zonder strijd en zonder wapentuig’ Jeruzalem terugkrijgen. Alleen de tempelwijk met de Omar-moskee (Rotskoepel) en de El-Aksa-moskee blijven in mohammedaanse handen; de heilige grafkerk komt weer in het bezit van de christenen. Deze toestand duurtt niet lang, want na de dood van El-Kamil in 1238 volgt een burgeroorlog en een strijd tussen zijn beide zoons. In 1244 veroveren de Turken Jeruzalem opnieuw.***Bron 10: blz. 122***
1217. De vijfde kruistocht 1221.
Chronologie
1217. Geleid door Johan van Brienne, koning van Jeruzalem, en Andreas II, koning van Hongarije.
1218.-1219. De kruisvaarders veroveren Damiate; de heilige Franciscus van Assisi in Egypte.
1221. Rampspoedige expeditie van de kruisvaarders tegen Cairo; verlies van Damiate.
Wat deed Fanciscus van Assis in Egypte?
***Bron 10: blz. 156***
Waarom gingen de kruisvaarders niet in op het vredesvoorstel van El-Kamil?
In 1219 biedt sultan El-Kamil de christenen een vredesvoorstel aan. Daarbij offereert hij de kruisvaarders in alle ernst heel Jeruzalem , midden Palestina en Galilea. Maar Pelagus, de patriarch van Jeruzalem en vertegenwoordiger van de paus, wijst het van de hand. Hij acht het niet juist om op vreedzame wijze met de ‘ongelovigen’ te onderhandelen. De onderneming eindigt in een mislukking.
***Bron 10: blz. 121***
1217. Geleid door Johan van Brienne, koning van Jeruzalem, en Andreas II, koning van Hongarije.
1218.-1219. De kruisvaarders veroveren Damiate; de heilige Franciscus van Assisi in Egypte.
1221. Rampspoedige expeditie van de kruisvaarders tegen Cairo; verlies van Damiate.
Wat deed Fanciscus van Assis in Egypte?
***Bron 10: blz. 156***
Waarom gingen de kruisvaarders niet in op het vredesvoorstel van El-Kamil?
In 1219 biedt sultan El-Kamil de christenen een vredesvoorstel aan. Daarbij offereert hij de kruisvaarders in alle ernst heel Jeruzalem , midden Palestina en Galilea. Maar Pelagus, de patriarch van Jeruzalem en vertegenwoordiger van de paus, wijst het van de hand. Hij acht het niet juist om op vreedzame wijze met de ‘ongelovigen’ te onderhandelen. De onderneming eindigt in een mislukking.
***Bron 10: blz. 121***
1202. De vierde kruistocht 1204
Chronologie
1199. Fulco van Neuilly predikt de kruistocht die door Bonifatius II van Montferrat en Boudewijn IX van Vlaanderen zal worden geleid.
1204. De kruisvaarders nemen Constantinopel in; stichting van het Latijnse rijk in het Oosten (1204-1261).
***Bron 10: blz. 156***
Waarom werd tijdens de vierde kruistocht Constantinopel aangevallen?
Weer laait er geestdrift op voor een nieuwe kruistocht. Dit moet worden toegeschreven aan de paus en zijn hulpleger van predikers. Er komt een Vierde kruistocht, maar deze verloopt niet zonder moeilijkheden. Vanaf het eind van de 11de eeuw hebben de Italiaanse republieken in Byzantium buitensporige handelsprivileges gekregen. In 1182, tijdens een uitbarsting van vaderlandsliefde, vermoordt de bevolking van Constantinopel alle Latijnen die in de stad zijn. Om de Venetianen te betalen voor de pasage over zee naar het Heilige Land, verklaren de kruisvaarders zich bereid een omweg te maken over Constantinopel en de Venetianen te helpen wrak te nemen en hun handelspositie weer veilig te stellen. Ondnks de heftige tegenwerking van sommige groepen, besluit men hiertoe. Op 24 juni 1203 gaat de kruisvaardersvloot voor Constantinopel voor anker.
En dan wordt de kruistocht een complete rooftocht. Er begint een plundering zonder weerga. Alles wat in negenhonderd jaar aan waarde volle dingen en schatten in deze stad is verzameld, wordt weggesleept of zinloos vernield. De kruisvaarders stichten een Latijns keizerrijk in het Oosten, terwijl de Grieken in Nicea een Byzantijns keizerrijk in ballingschap stichten; Over een tocht naar het heilige land wordt niet meer gepraat. Deze kruistocht heeft zijn doel en zijn eind bereikt met de overwinning op geloofsgenoten.
***Bron 10: blz. 120/121***
1199. Fulco van Neuilly predikt de kruistocht die door Bonifatius II van Montferrat en Boudewijn IX van Vlaanderen zal worden geleid.
1204. De kruisvaarders nemen Constantinopel in; stichting van het Latijnse rijk in het Oosten (1204-1261).
***Bron 10: blz. 156***
Waarom werd tijdens de vierde kruistocht Constantinopel aangevallen?
Weer laait er geestdrift op voor een nieuwe kruistocht. Dit moet worden toegeschreven aan de paus en zijn hulpleger van predikers. Er komt een Vierde kruistocht, maar deze verloopt niet zonder moeilijkheden. Vanaf het eind van de 11de eeuw hebben de Italiaanse republieken in Byzantium buitensporige handelsprivileges gekregen. In 1182, tijdens een uitbarsting van vaderlandsliefde, vermoordt de bevolking van Constantinopel alle Latijnen die in de stad zijn. Om de Venetianen te betalen voor de pasage over zee naar het Heilige Land, verklaren de kruisvaarders zich bereid een omweg te maken over Constantinopel en de Venetianen te helpen wrak te nemen en hun handelspositie weer veilig te stellen. Ondnks de heftige tegenwerking van sommige groepen, besluit men hiertoe. Op 24 juni 1203 gaat de kruisvaardersvloot voor Constantinopel voor anker.
En dan wordt de kruistocht een complete rooftocht. Er begint een plundering zonder weerga. Alles wat in negenhonderd jaar aan waarde volle dingen en schatten in deze stad is verzameld, wordt weggesleept of zinloos vernield. De kruisvaarders stichten een Latijns keizerrijk in het Oosten, terwijl de Grieken in Nicea een Byzantijns keizerrijk in ballingschap stichten; Over een tocht naar het heilige land wordt niet meer gepraat. Deze kruistocht heeft zijn doel en zijn eind bereikt met de overwinning op geloofsgenoten.
***Bron 10: blz. 120/121***
1191. De val van het frankische koninkrijk jeruzalem
Saladin trekt als triomfator Jeruzalem binnen
De Franken worden in 1187 bij Hattin verpletterend verslagen. Al in 1183 van lafheid beschuldigd omdat hij heeft geweigerd slag te leveren met Saladin, gaat Guido onmiddellijk overstag, besluit slag te leveren en geeft zijn leger 3juli opdracht te vertrekken. Met meer dan zestigduizend man verspert Saladin hem de weg naar de bronnen van hattin. Raimond III raad hen aan zich te verschansen op een platteau , waarop zich als afgeknotte kegels twee ronde bulten verheffen die de Hoorns van Hattin worden genoemd. Daar worden ze volkomen door Saladin omsingeld. In volle wapenrusting en gekweld door een vreselijke dorst brengen de Franken de nacht door. De volgende morgen begint de slag. In het begin van de middag besluit Raimond III een uitbraakpoging te doen. Met al zijn ridders rijdt hij de bijand tegmoet. Demoslims pareren de uitval met een wonderlijke manoeuvre. Ze openen hun front, latenRaimond en zijn troepen door en sluiendan weer de rijen. Raimond ontkomt, maar de rest van het christelijke leger wordt stap voor stap meer bijeengedreven en jammerlijk afgemaakt. In één dag heeft Saladin de totale militaire macht van de Franken volledig vernietigd. Ze houden nog hun sadsmuren en kastelen over, maar wie moeten die verdedigen? Het land heeft geen leger, geen wapens, geen reserve meer.
De Sultan behandelt Guido van Lusignan als koning en spaart de levens van de gevangenen maar Reinout van Châtillon slaat hij eigenhandig het hoofd af. Tempeliers en hospitaalridders verklart hij tot gezworen vijanden van de islam. Dan begint hij aan een zegentocht. Een Arabische kroniekschrijver meldt da hij in enkele weken 52 steden verovert. In jeruzalem zeggen de Franken tegen Saladin: als u ons leven niet spaart, laten we geen levende ziel in de stad over en steken we alle moskeeën in brand alvorens strijdend ten onder te gaan. Op de dreigementen van het in brand steken van de Omar-moskee en het doden van alle moslims zegt Saladin : ‘Ik zal met jullie niet anders doen dan wat jullie in 1099 met de bevolking van Jeruzalem deden (zie 1096 de eerste kruistocht, Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?): jullie hebben de inwoners vermoord of in slavernij weggevoerd en dergelijke wreedheden begaan.’
Dan stelt Saladin de voorwaarde dat iedere inwoner zich vrij moet kopen. Idere man moet 10dinar betalen (munten met een gezamelijke waarde van 40 gr. Goud), iedere vrouw en ieder kind 5. Voor de armen geldt een speciale prijs: 10 000 dinar voor zevenduizend armen. De patriarch en de burgerij dragen hun steentje bij, maar de militaire orden houden hun schatkisten gesloten. Saladin en zijn broer betalen zelf het vrijkopen van vele christenen. In totaal worden achtduizend Franken collectief vrijgekocht, tienduizend gratis vrijgelaten en tien- tot vijftienduizend als slaven verkocht. Vijfduizend gaan als dwangarbeiders naar Egypte. Op 2 oktober 1187 trekt Saladin als triomfator Jeruzalem binnen...
***Bron 10: blz. 112/116***
Saladins herovering van Jeruzalem
Op 20 september verschijnt Saladin met zijn leger voor Jeruzalem. We volgen het verslag van Ernoul, schildknaap van Balian van Ibelin.
‘ Toen hij het beleg sloeg voor de stad zond hij een boorschap dat de stad zich moest overgeven. Hij wilde de voorwaarden nog nakomen die hij had aangeboden toen hij hen naaar Aksalon ontbood, maar dan moesten ze nu de stad overgeven? Zij moesten goed beseffen dat hij en eed had afgelegd haar, als hij de stad moest belegeren, alleen gewapenderhand in te nemen. Maar de bewoners van Jeruzalem lieten hem zeggen dat zij hem de stad nooit zouden overgeven.’
Als de belegering voorduurt en Saladin de druk op de stad opvoert, sturen de christenen in de stad Balian van Ibelin naar Saladin. ‘Hij verscheen voor de sultan en zei hem dat de christenen in Jeruzalem de stad willen overgeven op voorwaarde van lijfsbehoud. Dat hadden zij hem opgedragen. Saladin antwoordde dat zij te laat waren.
Balian smeekt hem om genade te laten gelden. Hiertoe is Saladin bereid, maar dan moet er losgeld worden betaald. Als het door Saladin geëiste losgeld voor Balian en de zijnen te hoog is, is Saladin bereid tot verdere concessies, met name voor de gezamelijke afkoopsom voor de armen die de losprijs van 10 besant voor één man, 5 voor één vrouw en 1 voor één kind niet kunnen betalen. Men wordt het eens over de prijs van 30 000 besant voor zevenduizend mannen. Daarbij wordt bepaald dat twee vrouwen of tien minderjarige kinderen voor één man tellen. ‘Daar haalden zij de sleutels van de poorten en zonden deze naar Saladin. Deze was zeer verheugd ze te ontvangen en betuigde God de Heer zijn dank. Hij stuurde ridders en soldaten om de Davidstoren te bezetten en liet er zijn banieren op zetten. Alle stadspoorten liet hij sluiten, behalve die van David. Hierbij plaatste hij ridders en soldaten opdat de christenen de stad niet zouden verlaten. De Saracenen konden langs deze poort in- en uitgaan om te kopen wat de christenen hadden te verkopen.’
Dat is vrijdag 2 oktober. Saladin laar bekendmaken dat iedereen die zich wil vrijkopen de losprijs binnen veertig dagen bij de Davidstoren moet inleveren. Zo gebeurt het. Ernoul is vol lof over Saladin, die ervoor zorgt dat er geen enkele geweldpleging plaatsvindt. Dezelfde edelmoedigheid van Saladin bezit ook zijn broer, hier Saif ed-Din genoemd. ‘Toen allen die zichzelf konden vrijkopen en de armen die waren vrijgekocht Jeruzalem hadden verlaten, bleven er nog veel armen in de stad over. Daarom ging Saif ed-Din naar zijn broer Saladin en zei: “Heer, ik heb u met Gods hulp dit land en deze stad helpen veroveren en daarom verzoek ik u mij duizend armen die nog in de stad zijn als slaven af te staan.” Saladin vroeg hem wat hij met hen wilde doen, waarop hij antwoordde dat hij vrij over hen wilde beschikken als de sultan ze hem gaf. Daarop gaf Saladin zijn ambtenaren opdracht zijn broer duizend slaven te geven. En toen Saif ed-Din de duizend armen als slaven kreeg, gaf hij hun om der wille Gods de vrijheid.
Daarop kwam ook de patriarch en verzocht de sultan hem om Godswil een aantal armen te geven die zich niet konden vrijkopen en nog in de stad waren. Saladin gaf hem er vijhonderd, en de patriarch schonk hun de vrijheid. Daarop begaf Balian zich naar de sultan en vroeg hem om een aantal armen. Saladin gaf ook hem er vijfhonderd en Balian schonk hun de vrijheid. Daarop sprak Saladin tot zijn mannen: “Mijn broer heeft zijn weldadigheid bewezen, en de patriarch en Balian de hunne, nu zal ik ook de mijne tonen.” Hij gaf zijn ambtenaren in Jeruzalem bevel een kleine poort bij Sint-Lazarus te openen en wachten te plaatsen bij de poort van David. In de stad werd omgeroepen dat alle armen de stad moesten verlaten. Saladin gaf opdracht dat de soldaten allen die de poort van David uitgingen moesten onderzoeken. Als er iemand bij was die genoeg bij zich had om zich vrij te kopen, dan moest men hem dit afnemen en in de gevangenis werpen. Het onderzoek en het leiden van de stroom mensen duurde vann zonsopgang tot zonsondergang. De oude mensen die de stad mochten verlaten, werden door het poortje bij Sint-Lazarus weggevoerd. Op die wijze bewees Saladin zijn weldadigheid aan talloze armen. (...)
Nu zal ik u nog zeggen hoe edel Saladin handelde tegenover de naar Jeruzalem gevluchte vrouwen en dochters van de ridders, die in de strijd waren gesceuveld of gevangengenomen. Toen deze vrouwen zich hadden vrijgekocht en de stad hadden verlaten, begaven zij zich gezamenlijk naar Saladin om zijn genade in te roepen. Toen de sultan hen zag, vroeg hij wie ze waren en wat tze wensten. Daarop vroeg hij hun wat zij verlangden. In antwoord daarop smeekten zij hem hun om Godswil genade te tonen. Van sommigen hield hij de echtgenoten in gevangenschap. Die van anderen waren gevallen in de strijd, zij hadden hun goederen verloren-wilde hij hen om Godswil niet met raad en daad bijstaan? Toen Saladin hun tranen zag, kreeg hij medelijden en ook hij moest huilen. Tot de vrouwen wier echtgenoten nog leefden zei hij dat zij hem moesten meedelen of dezen gevangenzaten. Wie zich in gevangenschap bevond, zou hij de vrijheid schenken. En allen die men vond werden in vrijheid gesteld. Daarop gaf hij opdracht om aan de vrouwen en dochters wier mannen en vaders gesneuveld waren rijke toelagen te geven uit zijn schatkist, aan de een meer, aan de ander minder, al naar gelang hun stand. Zij ontvingen zoveel dat zij voor God en de wereld hun dank uitspraken voor de eer en de weldaden die Saladin hun had bewezen.
***Bron 10: blz. 136/137***
De Franken worden in 1187 bij Hattin verpletterend verslagen. Al in 1183 van lafheid beschuldigd omdat hij heeft geweigerd slag te leveren met Saladin, gaat Guido onmiddellijk overstag, besluit slag te leveren en geeft zijn leger 3juli opdracht te vertrekken. Met meer dan zestigduizend man verspert Saladin hem de weg naar de bronnen van hattin. Raimond III raad hen aan zich te verschansen op een platteau , waarop zich als afgeknotte kegels twee ronde bulten verheffen die de Hoorns van Hattin worden genoemd. Daar worden ze volkomen door Saladin omsingeld. In volle wapenrusting en gekweld door een vreselijke dorst brengen de Franken de nacht door. De volgende morgen begint de slag. In het begin van de middag besluit Raimond III een uitbraakpoging te doen. Met al zijn ridders rijdt hij de bijand tegmoet. Demoslims pareren de uitval met een wonderlijke manoeuvre. Ze openen hun front, latenRaimond en zijn troepen door en sluiendan weer de rijen. Raimond ontkomt, maar de rest van het christelijke leger wordt stap voor stap meer bijeengedreven en jammerlijk afgemaakt. In één dag heeft Saladin de totale militaire macht van de Franken volledig vernietigd. Ze houden nog hun sadsmuren en kastelen over, maar wie moeten die verdedigen? Het land heeft geen leger, geen wapens, geen reserve meer.
De Sultan behandelt Guido van Lusignan als koning en spaart de levens van de gevangenen maar Reinout van Châtillon slaat hij eigenhandig het hoofd af. Tempeliers en hospitaalridders verklart hij tot gezworen vijanden van de islam. Dan begint hij aan een zegentocht. Een Arabische kroniekschrijver meldt da hij in enkele weken 52 steden verovert. In jeruzalem zeggen de Franken tegen Saladin: als u ons leven niet spaart, laten we geen levende ziel in de stad over en steken we alle moskeeën in brand alvorens strijdend ten onder te gaan. Op de dreigementen van het in brand steken van de Omar-moskee en het doden van alle moslims zegt Saladin : ‘Ik zal met jullie niet anders doen dan wat jullie in 1099 met de bevolking van Jeruzalem deden (zie 1096 de eerste kruistocht, Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?): jullie hebben de inwoners vermoord of in slavernij weggevoerd en dergelijke wreedheden begaan.’
Dan stelt Saladin de voorwaarde dat iedere inwoner zich vrij moet kopen. Idere man moet 10dinar betalen (munten met een gezamelijke waarde van 40 gr. Goud), iedere vrouw en ieder kind 5. Voor de armen geldt een speciale prijs: 10 000 dinar voor zevenduizend armen. De patriarch en de burgerij dragen hun steentje bij, maar de militaire orden houden hun schatkisten gesloten. Saladin en zijn broer betalen zelf het vrijkopen van vele christenen. In totaal worden achtduizend Franken collectief vrijgekocht, tienduizend gratis vrijgelaten en tien- tot vijftienduizend als slaven verkocht. Vijfduizend gaan als dwangarbeiders naar Egypte. Op 2 oktober 1187 trekt Saladin als triomfator Jeruzalem binnen...
***Bron 10: blz. 112/116***
Saladins herovering van Jeruzalem
Op 20 september verschijnt Saladin met zijn leger voor Jeruzalem. We volgen het verslag van Ernoul, schildknaap van Balian van Ibelin.
‘ Toen hij het beleg sloeg voor de stad zond hij een boorschap dat de stad zich moest overgeven. Hij wilde de voorwaarden nog nakomen die hij had aangeboden toen hij hen naaar Aksalon ontbood, maar dan moesten ze nu de stad overgeven? Zij moesten goed beseffen dat hij en eed had afgelegd haar, als hij de stad moest belegeren, alleen gewapenderhand in te nemen. Maar de bewoners van Jeruzalem lieten hem zeggen dat zij hem de stad nooit zouden overgeven.’
Als de belegering voorduurt en Saladin de druk op de stad opvoert, sturen de christenen in de stad Balian van Ibelin naar Saladin. ‘Hij verscheen voor de sultan en zei hem dat de christenen in Jeruzalem de stad willen overgeven op voorwaarde van lijfsbehoud. Dat hadden zij hem opgedragen. Saladin antwoordde dat zij te laat waren.
Balian smeekt hem om genade te laten gelden. Hiertoe is Saladin bereid, maar dan moet er losgeld worden betaald. Als het door Saladin geëiste losgeld voor Balian en de zijnen te hoog is, is Saladin bereid tot verdere concessies, met name voor de gezamelijke afkoopsom voor de armen die de losprijs van 10 besant voor één man, 5 voor één vrouw en 1 voor één kind niet kunnen betalen. Men wordt het eens over de prijs van 30 000 besant voor zevenduizend mannen. Daarbij wordt bepaald dat twee vrouwen of tien minderjarige kinderen voor één man tellen. ‘Daar haalden zij de sleutels van de poorten en zonden deze naar Saladin. Deze was zeer verheugd ze te ontvangen en betuigde God de Heer zijn dank. Hij stuurde ridders en soldaten om de Davidstoren te bezetten en liet er zijn banieren op zetten. Alle stadspoorten liet hij sluiten, behalve die van David. Hierbij plaatste hij ridders en soldaten opdat de christenen de stad niet zouden verlaten. De Saracenen konden langs deze poort in- en uitgaan om te kopen wat de christenen hadden te verkopen.’
Dat is vrijdag 2 oktober. Saladin laar bekendmaken dat iedereen die zich wil vrijkopen de losprijs binnen veertig dagen bij de Davidstoren moet inleveren. Zo gebeurt het. Ernoul is vol lof over Saladin, die ervoor zorgt dat er geen enkele geweldpleging plaatsvindt. Dezelfde edelmoedigheid van Saladin bezit ook zijn broer, hier Saif ed-Din genoemd. ‘Toen allen die zichzelf konden vrijkopen en de armen die waren vrijgekocht Jeruzalem hadden verlaten, bleven er nog veel armen in de stad over. Daarom ging Saif ed-Din naar zijn broer Saladin en zei: “Heer, ik heb u met Gods hulp dit land en deze stad helpen veroveren en daarom verzoek ik u mij duizend armen die nog in de stad zijn als slaven af te staan.” Saladin vroeg hem wat hij met hen wilde doen, waarop hij antwoordde dat hij vrij over hen wilde beschikken als de sultan ze hem gaf. Daarop gaf Saladin zijn ambtenaren opdracht zijn broer duizend slaven te geven. En toen Saif ed-Din de duizend armen als slaven kreeg, gaf hij hun om der wille Gods de vrijheid.
Daarop kwam ook de patriarch en verzocht de sultan hem om Godswil een aantal armen te geven die zich niet konden vrijkopen en nog in de stad waren. Saladin gaf hem er vijhonderd, en de patriarch schonk hun de vrijheid. Daarop begaf Balian zich naar de sultan en vroeg hem om een aantal armen. Saladin gaf ook hem er vijfhonderd en Balian schonk hun de vrijheid. Daarop sprak Saladin tot zijn mannen: “Mijn broer heeft zijn weldadigheid bewezen, en de patriarch en Balian de hunne, nu zal ik ook de mijne tonen.” Hij gaf zijn ambtenaren in Jeruzalem bevel een kleine poort bij Sint-Lazarus te openen en wachten te plaatsen bij de poort van David. In de stad werd omgeroepen dat alle armen de stad moesten verlaten. Saladin gaf opdracht dat de soldaten allen die de poort van David uitgingen moesten onderzoeken. Als er iemand bij was die genoeg bij zich had om zich vrij te kopen, dan moest men hem dit afnemen en in de gevangenis werpen. Het onderzoek en het leiden van de stroom mensen duurde vann zonsopgang tot zonsondergang. De oude mensen die de stad mochten verlaten, werden door het poortje bij Sint-Lazarus weggevoerd. Op die wijze bewees Saladin zijn weldadigheid aan talloze armen. (...)
Nu zal ik u nog zeggen hoe edel Saladin handelde tegenover de naar Jeruzalem gevluchte vrouwen en dochters van de ridders, die in de strijd waren gesceuveld of gevangengenomen. Toen deze vrouwen zich hadden vrijgekocht en de stad hadden verlaten, begaven zij zich gezamenlijk naar Saladin om zijn genade in te roepen. Toen de sultan hen zag, vroeg hij wie ze waren en wat tze wensten. Daarop vroeg hij hun wat zij verlangden. In antwoord daarop smeekten zij hem hun om Godswil genade te tonen. Van sommigen hield hij de echtgenoten in gevangenschap. Die van anderen waren gevallen in de strijd, zij hadden hun goederen verloren-wilde hij hen om Godswil niet met raad en daad bijstaan? Toen Saladin hun tranen zag, kreeg hij medelijden en ook hij moest huilen. Tot de vrouwen wier echtgenoten nog leefden zei hij dat zij hem moesten meedelen of dezen gevangenzaten. Wie zich in gevangenschap bevond, zou hij de vrijheid schenken. En allen die men vond werden in vrijheid gesteld. Daarop gaf hij opdracht om aan de vrouwen en dochters wier mannen en vaders gesneuveld waren rijke toelagen te geven uit zijn schatkist, aan de een meer, aan de ander minder, al naar gelang hun stand. Zij ontvingen zoveel dat zij voor God en de wereld hun dank uitspraken voor de eer en de weldaden die Saladin hun had bewezen.
***Bron 10: blz. 136/137***
1191. De val van het frankische koninkrijk jeruzalem
Saladin trekt als triomfator Jeruzalem binnen
De Franken worden in 1187 bij Hattin verpletterend verslagen. Al in 1183 van lafheid beschuldigd omdat hij heeft geweigerd slag te leveren met Saladin, gaat Guido onmiddellijk overstag, besluit slag te leveren en geeft zijn leger 3juli opdracht te vertrekken. Met meer dan zestigduizend man verspert Saladin hem de weg naar de bronnen van hattin. Raimond III raad hen aan zich te verschansen op een platteau , waarop zich als afgeknotte kegels twee ronde bulten verheffen die de Hoorns van Hattin worden genoemd. Daar worden ze volkomen door Saladin omsingeld. In volle wapenrusting en gekweld door een vreselijke dorst brengen de Franken de nacht door. De volgende morgen begint de slag. In het begin van de middag besluit Raimond III een uitbraakpoging te doen. Met al zijn ridders rijdt hij de bijand tegmoet. Demoslims pareren de uitval met een wonderlijke manoeuvre. Ze openen hun front, latenRaimond en zijn troepen door en sluiendan weer de rijen. Raimond ontkomt, maar de rest van het christelijke leger wordt stap voor stap meer bijeengedreven en jammerlijk afgemaakt. In één dag heeft Saladin de totale militaire macht van de Franken volledig vernietigd. Ze houden nog hun sadsmuren en kastelen over, maar wie moeten die verdedigen? Het land heeft geen leger, geen wapens, geen reserve meer.
De Sultan behandelt Guido van Lusignan als koning en spaart de levens van de gevangenen maar Reinout van Châtillon slaat hij eigenhandig het hoofd af. Tempeliers en hospitaalridders verklart hij tot gezworen vijanden van de islam. Dan begint hij aan een zegentocht. Een Arabische kroniekschrijver meldt da hij in enkele weken 52 steden verovert. In jeruzalem zeggen de Franken tegen Saladin: als u ons leven niet spaart, laten we geen levende ziel in de stad over en steken we alle moskeeën in brand alvorens strijdend ten onder te gaan. Op de dreigementen van het in brand steken van de Omar-moskee en het doden van alle moslims zegt Saladin : ‘Ik zal met jullie niet anders doen dan wat jullie in 1099 met de bevolking van Jeruzalem deden (zie 1096 de eerste kruistocht, Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?): jullie hebben de inwoners vermoord of in slavernij weggevoerd en dergelijke wreedheden begaan.’
Dan stelt Saladin de voorwaarde dat iedere inwoner zich vrij moet kopen. Idere man moet 10dinar betalen (munten met een gezamelijke waarde van 40 gr. Goud), iedere vrouw en ieder kind 5. Voor de armen geldt een speciale prijs: 10 000 dinar voor zevenduizend armen. De patriarch en de burgerij dragen hun steentje bij, maar de militaire orden houden hun schatkisten gesloten. Saladin en zijn broer betalen zelf het vrijkopen van vele christenen. In totaal worden achtduizend Franken collectief vrijgekocht, tienduizend gratis vrijgelaten en tien- tot vijftienduizend als slaven verkocht. Vijfduizend gaan als dwangarbeiders naar Egypte. Op 2 oktober 1187 trekt Saladin als triomfator Jeruzalem binnen...
***Bron 10: blz. 112/116***
Saladins herovering van Jeruzalem
Op 20 september verschijnt Saladin met zijn leger voor Jeruzalem. We volgen het verslag van Ernoul, schildknaap van Balian van Ibelin.
‘ Toen hij het beleg sloeg voor de stad zond hij een boorschap dat de stad zich moest overgeven. Hij wilde de voorwaarden nog nakomen die hij had aangeboden toen hij hen naaar Aksalon ontbood, maar dan moesten ze nu de stad overgeven? Zij moesten goed beseffen dat hij en eed had afgelegd haar, als hij de stad moest belegeren, alleen gewapenderhand in te nemen. Maar de bewoners van Jeruzalem lieten hem zeggen dat zij hem de stad nooit zouden overgeven.’
Als de belegering voorduurt en Saladin de druk op de stad opvoert, sturen de christenen in de stad Balian van Ibelin naar Saladin. ‘Hij verscheen voor de sultan en zei hem dat de christenen in Jeruzalem de stad willen overgeven op voorwaarde van lijfsbehoud. Dat hadden zij hem opgedragen. Saladin antwoordde dat zij te laat waren.
Balian smeekt hem om genade te laten gelden. Hiertoe is Saladin bereid, maar dan moet er losgeld worden betaald. Als het door Saladin geëiste losgeld voor Balian en de zijnen te hoog is, is Saladin bereid tot verdere concessies, met name voor de gezamelijke afkoopsom voor de armen die de losprijs van 10 besant voor één man, 5 voor één vrouw en 1 voor één kind niet kunnen betalen. Men wordt het eens over de prijs van 30 000 besant voor zevenduizend mannen. Daarbij wordt bepaald dat twee vrouwen of tien minderjarige kinderen voor één man tellen. ‘Daar haalden zij de sleutels van de poorten en zonden deze naar Saladin. Deze was zeer verheugd ze te ontvangen en betuigde God de Heer zijn dank. Hij stuurde ridders en soldaten om de Davidstoren te bezetten en liet er zijn banieren op zetten. Alle stadspoorten liet hij sluiten, behalve die van David. Hierbij plaatste hij ridders en soldaten opdat de christenen de stad niet zouden verlaten. De Saracenen konden langs deze poort in- en uitgaan om te kopen wat de christenen hadden te verkopen.’
Dat is vrijdag 2 oktober. Saladin laar bekendmaken dat iedereen die zich wil vrijkopen de losprijs binnen veertig dagen bij de Davidstoren moet inleveren. Zo gebeurt het. Ernoul is vol lof over Saladin, die ervoor zorgt dat er geen enkele geweldpleging plaatsvindt. Dezelfde edelmoedigheid van Saladin bezit ook zijn broer, hier Saif ed-Din genoemd. ‘Toen allen die zichzelf konden vrijkopen en de armen die waren vrijgekocht Jeruzalem hadden verlaten, bleven er nog veel armen in de stad over. Daarom ging Saif ed-Din naar zijn broer Saladin en zei: “Heer, ik heb u met Gods hulp dit land en deze stad helpen veroveren en daarom verzoek ik u mij duizend armen die nog in de stad zijn als slaven af te staan.” Saladin vroeg hem wat hij met hen wilde doen, waarop hij antwoordde dat hij vrij over hen wilde beschikken als de sultan ze hem gaf. Daarop gaf Saladin zijn ambtenaren opdracht zijn broer duizend slaven te geven. En toen Saif ed-Din de duizend armen als slaven kreeg, gaf hij hun om der wille Gods de vrijheid.
Daarop kwam ook de patriarch en verzocht de sultan hem om Godswil een aantal armen te geven die zich niet konden vrijkopen en nog in de stad waren. Saladin gaf hem er vijhonderd, en de patriarch schonk hun de vrijheid. Daarop begaf Balian zich naar de sultan en vroeg hem om een aantal armen. Saladin gaf ook hem er vijfhonderd en Balian schonk hun de vrijheid. Daarop sprak Saladin tot zijn mannen: “Mijn broer heeft zijn weldadigheid bewezen, en de patriarch en Balian de hunne, nu zal ik ook de mijne tonen.” Hij gaf zijn ambtenaren in Jeruzalem bevel een kleine poort bij Sint-Lazarus te openen en wachten te plaatsen bij de poort van David. In de stad werd omgeroepen dat alle armen de stad moesten verlaten. Saladin gaf opdracht dat de soldaten allen die de poort van David uitgingen moesten onderzoeken. Als er iemand bij was die genoeg bij zich had om zich vrij te kopen, dan moest men hem dit afnemen en in de gevangenis werpen. Het onderzoek en het leiden van de stroom mensen duurde vann zonsopgang tot zonsondergang. De oude mensen die de stad mochten verlaten, werden door het poortje bij Sint-Lazarus weggevoerd. Op die wijze bewees Saladin zijn weldadigheid aan talloze armen. (...)
Nu zal ik u nog zeggen hoe edel Saladin handelde tegenover de naar Jeruzalem gevluchte vrouwen en dochters van de ridders, die in de strijd waren gesceuveld of gevangengenomen. Toen deze vrouwen zich hadden vrijgekocht en de stad hadden verlaten, begaven zij zich gezamenlijk naar Saladin om zijn genade in te roepen. Toen de sultan hen zag, vroeg hij wie ze waren en wat tze wensten. Daarop vroeg hij hun wat zij verlangden. In antwoord daarop smeekten zij hem hun om Godswil genade te tonen. Van sommigen hield hij de echtgenoten in gevangenschap. Die van anderen waren gevallen in de strijd, zij hadden hun goederen verloren-wilde hij hen om Godswil niet met raad en daad bijstaan? Toen Saladin hun tranen zag, kreeg hij medelijden en ook hij moest huilen. Tot de vrouwen wier echtgenoten nog leefden zei hij dat zij hem moesten meedelen of dezen gevangenzaten. Wie zich in gevangenschap bevond, zou hij de vrijheid schenken. En allen die men vond werden in vrijheid gesteld. Daarop gaf hij opdracht om aan de vrouwen en dochters wier mannen en vaders gesneuveld waren rijke toelagen te geven uit zijn schatkist, aan de een meer, aan de ander minder, al naar gelang hun stand. Zij ontvingen zoveel dat zij voor God en de wereld hun dank uitspraken voor de eer en de weldaden die Saladin hun had bewezen.
***Bron 10: blz. 136/137***
De Franken worden in 1187 bij Hattin verpletterend verslagen. Al in 1183 van lafheid beschuldigd omdat hij heeft geweigerd slag te leveren met Saladin, gaat Guido onmiddellijk overstag, besluit slag te leveren en geeft zijn leger 3juli opdracht te vertrekken. Met meer dan zestigduizend man verspert Saladin hem de weg naar de bronnen van hattin. Raimond III raad hen aan zich te verschansen op een platteau , waarop zich als afgeknotte kegels twee ronde bulten verheffen die de Hoorns van Hattin worden genoemd. Daar worden ze volkomen door Saladin omsingeld. In volle wapenrusting en gekweld door een vreselijke dorst brengen de Franken de nacht door. De volgende morgen begint de slag. In het begin van de middag besluit Raimond III een uitbraakpoging te doen. Met al zijn ridders rijdt hij de bijand tegmoet. Demoslims pareren de uitval met een wonderlijke manoeuvre. Ze openen hun front, latenRaimond en zijn troepen door en sluiendan weer de rijen. Raimond ontkomt, maar de rest van het christelijke leger wordt stap voor stap meer bijeengedreven en jammerlijk afgemaakt. In één dag heeft Saladin de totale militaire macht van de Franken volledig vernietigd. Ze houden nog hun sadsmuren en kastelen over, maar wie moeten die verdedigen? Het land heeft geen leger, geen wapens, geen reserve meer.
De Sultan behandelt Guido van Lusignan als koning en spaart de levens van de gevangenen maar Reinout van Châtillon slaat hij eigenhandig het hoofd af. Tempeliers en hospitaalridders verklart hij tot gezworen vijanden van de islam. Dan begint hij aan een zegentocht. Een Arabische kroniekschrijver meldt da hij in enkele weken 52 steden verovert. In jeruzalem zeggen de Franken tegen Saladin: als u ons leven niet spaart, laten we geen levende ziel in de stad over en steken we alle moskeeën in brand alvorens strijdend ten onder te gaan. Op de dreigementen van het in brand steken van de Omar-moskee en het doden van alle moslims zegt Saladin : ‘Ik zal met jullie niet anders doen dan wat jullie in 1099 met de bevolking van Jeruzalem deden (zie 1096 de eerste kruistocht, Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?): jullie hebben de inwoners vermoord of in slavernij weggevoerd en dergelijke wreedheden begaan.’
Dan stelt Saladin de voorwaarde dat iedere inwoner zich vrij moet kopen. Idere man moet 10dinar betalen (munten met een gezamelijke waarde van 40 gr. Goud), iedere vrouw en ieder kind 5. Voor de armen geldt een speciale prijs: 10 000 dinar voor zevenduizend armen. De patriarch en de burgerij dragen hun steentje bij, maar de militaire orden houden hun schatkisten gesloten. Saladin en zijn broer betalen zelf het vrijkopen van vele christenen. In totaal worden achtduizend Franken collectief vrijgekocht, tienduizend gratis vrijgelaten en tien- tot vijftienduizend als slaven verkocht. Vijfduizend gaan als dwangarbeiders naar Egypte. Op 2 oktober 1187 trekt Saladin als triomfator Jeruzalem binnen...
***Bron 10: blz. 112/116***
Saladins herovering van Jeruzalem
Op 20 september verschijnt Saladin met zijn leger voor Jeruzalem. We volgen het verslag van Ernoul, schildknaap van Balian van Ibelin.
‘ Toen hij het beleg sloeg voor de stad zond hij een boorschap dat de stad zich moest overgeven. Hij wilde de voorwaarden nog nakomen die hij had aangeboden toen hij hen naaar Aksalon ontbood, maar dan moesten ze nu de stad overgeven? Zij moesten goed beseffen dat hij en eed had afgelegd haar, als hij de stad moest belegeren, alleen gewapenderhand in te nemen. Maar de bewoners van Jeruzalem lieten hem zeggen dat zij hem de stad nooit zouden overgeven.’
Als de belegering voorduurt en Saladin de druk op de stad opvoert, sturen de christenen in de stad Balian van Ibelin naar Saladin. ‘Hij verscheen voor de sultan en zei hem dat de christenen in Jeruzalem de stad willen overgeven op voorwaarde van lijfsbehoud. Dat hadden zij hem opgedragen. Saladin antwoordde dat zij te laat waren.
Balian smeekt hem om genade te laten gelden. Hiertoe is Saladin bereid, maar dan moet er losgeld worden betaald. Als het door Saladin geëiste losgeld voor Balian en de zijnen te hoog is, is Saladin bereid tot verdere concessies, met name voor de gezamelijke afkoopsom voor de armen die de losprijs van 10 besant voor één man, 5 voor één vrouw en 1 voor één kind niet kunnen betalen. Men wordt het eens over de prijs van 30 000 besant voor zevenduizend mannen. Daarbij wordt bepaald dat twee vrouwen of tien minderjarige kinderen voor één man tellen. ‘Daar haalden zij de sleutels van de poorten en zonden deze naar Saladin. Deze was zeer verheugd ze te ontvangen en betuigde God de Heer zijn dank. Hij stuurde ridders en soldaten om de Davidstoren te bezetten en liet er zijn banieren op zetten. Alle stadspoorten liet hij sluiten, behalve die van David. Hierbij plaatste hij ridders en soldaten opdat de christenen de stad niet zouden verlaten. De Saracenen konden langs deze poort in- en uitgaan om te kopen wat de christenen hadden te verkopen.’
Dat is vrijdag 2 oktober. Saladin laar bekendmaken dat iedereen die zich wil vrijkopen de losprijs binnen veertig dagen bij de Davidstoren moet inleveren. Zo gebeurt het. Ernoul is vol lof over Saladin, die ervoor zorgt dat er geen enkele geweldpleging plaatsvindt. Dezelfde edelmoedigheid van Saladin bezit ook zijn broer, hier Saif ed-Din genoemd. ‘Toen allen die zichzelf konden vrijkopen en de armen die waren vrijgekocht Jeruzalem hadden verlaten, bleven er nog veel armen in de stad over. Daarom ging Saif ed-Din naar zijn broer Saladin en zei: “Heer, ik heb u met Gods hulp dit land en deze stad helpen veroveren en daarom verzoek ik u mij duizend armen die nog in de stad zijn als slaven af te staan.” Saladin vroeg hem wat hij met hen wilde doen, waarop hij antwoordde dat hij vrij over hen wilde beschikken als de sultan ze hem gaf. Daarop gaf Saladin zijn ambtenaren opdracht zijn broer duizend slaven te geven. En toen Saif ed-Din de duizend armen als slaven kreeg, gaf hij hun om der wille Gods de vrijheid.
Daarop kwam ook de patriarch en verzocht de sultan hem om Godswil een aantal armen te geven die zich niet konden vrijkopen en nog in de stad waren. Saladin gaf hem er vijhonderd, en de patriarch schonk hun de vrijheid. Daarop begaf Balian zich naar de sultan en vroeg hem om een aantal armen. Saladin gaf ook hem er vijfhonderd en Balian schonk hun de vrijheid. Daarop sprak Saladin tot zijn mannen: “Mijn broer heeft zijn weldadigheid bewezen, en de patriarch en Balian de hunne, nu zal ik ook de mijne tonen.” Hij gaf zijn ambtenaren in Jeruzalem bevel een kleine poort bij Sint-Lazarus te openen en wachten te plaatsen bij de poort van David. In de stad werd omgeroepen dat alle armen de stad moesten verlaten. Saladin gaf opdracht dat de soldaten allen die de poort van David uitgingen moesten onderzoeken. Als er iemand bij was die genoeg bij zich had om zich vrij te kopen, dan moest men hem dit afnemen en in de gevangenis werpen. Het onderzoek en het leiden van de stroom mensen duurde vann zonsopgang tot zonsondergang. De oude mensen die de stad mochten verlaten, werden door het poortje bij Sint-Lazarus weggevoerd. Op die wijze bewees Saladin zijn weldadigheid aan talloze armen. (...)
Nu zal ik u nog zeggen hoe edel Saladin handelde tegenover de naar Jeruzalem gevluchte vrouwen en dochters van de ridders, die in de strijd waren gesceuveld of gevangengenomen. Toen deze vrouwen zich hadden vrijgekocht en de stad hadden verlaten, begaven zij zich gezamenlijk naar Saladin om zijn genade in te roepen. Toen de sultan hen zag, vroeg hij wie ze waren en wat tze wensten. Daarop vroeg hij hun wat zij verlangden. In antwoord daarop smeekten zij hem hun om Godswil genade te tonen. Van sommigen hield hij de echtgenoten in gevangenschap. Die van anderen waren gevallen in de strijd, zij hadden hun goederen verloren-wilde hij hen om Godswil niet met raad en daad bijstaan? Toen Saladin hun tranen zag, kreeg hij medelijden en ook hij moest huilen. Tot de vrouwen wier echtgenoten nog leefden zei hij dat zij hem moesten meedelen of dezen gevangenzaten. Wie zich in gevangenschap bevond, zou hij de vrijheid schenken. En allen die men vond werden in vrijheid gesteld. Daarop gaf hij opdracht om aan de vrouwen en dochters wier mannen en vaders gesneuveld waren rijke toelagen te geven uit zijn schatkist, aan de een meer, aan de ander minder, al naar gelang hun stand. Zij ontvingen zoveel dat zij voor God en de wereld hun dank uitspraken voor de eer en de weldaden die Saladin hun had bewezen.
***Bron 10: blz. 136/137***
1189. De derde kruistocht 1192.
Chronologie
1187. De aarsbisschop van Tyrus predikt een kruistocht die Frederik Barbarossa, Filips augustus en Richard Leeuwenhart zullen leiden.
1190. Barbarossa dringt Klein-Azië binnen, neemt Koknya in en sterft door verdrinking.
1191. Kruistocht van Filips Augustus en Richard Leeuwenhart; de laatste verovert Cyprus, neemt Akko in; Saladin bij Arsuf verslagen.
1192. Guido van Lusignan verwerft Cyprus; Hendrik II van Champagne koning van Jeruzalem; Koenraad van Montferrat, heer van Tyrus, door de assassijnen vermoord; Richard verslaat Saladin bij Jaffa; voor Jeruzalem lijdt hij een nederlaag en kkeert naar het Westen terug (hij zal als gevangene in Oostenrijk worden vastgehouden)
***Bron 10: blz. 156***
1187. De aarsbisschop van Tyrus predikt een kruistocht die Frederik Barbarossa, Filips augustus en Richard Leeuwenhart zullen leiden.
1190. Barbarossa dringt Klein-Azië binnen, neemt Koknya in en sterft door verdrinking.
1191. Kruistocht van Filips Augustus en Richard Leeuwenhart; de laatste verovert Cyprus, neemt Akko in; Saladin bij Arsuf verslagen.
1192. Guido van Lusignan verwerft Cyprus; Hendrik II van Champagne koning van Jeruzalem; Koenraad van Montferrat, heer van Tyrus, door de assassijnen vermoord; Richard verslaat Saladin bij Jaffa; voor Jeruzalem lijdt hij een nederlaag en kkeert naar het Westen terug (hij zal als gevangene in Oostenrijk worden vastgehouden)
***Bron 10: blz. 156***
1147. De tweede kruistocht 1499
1146-kruistochten-1169
Chronologie
1146. De heilige Bernard predikt de Tweede kruistocht te Vézelay; Lodewijk VII en Koenraad III krijgen de leiding.
1148. Het beleg van Damascus geen succes; Koenraad en Lodewijk keren naar Europa terug.
***Bron 10: blz. 155***
Waarom is men aan een tweede kruistocht begonnen?
De val van Edessa brengt de tweede kruistocht op gang. Deze wordt niet gepredikt door de paus maar ddoor de heilige Bernardus van Clairvaux, de invloedrijkste geestelijke in die tijd. Bernardus predikt niet alleen in Frankrijk, maar ook in Duisland; Wat Urbannus II en Peter de Kluizenaar voor de eerste kruistocht zijn geweest, wordt Bernardus voor de tweede.
De organisatie van de onderneming ligt in handen van de jonge vrome koning Lodewijk VII, koning van Frankrijk, en Koenraad III, keizer van Duitsland.
Wie was de heilige Bernardus van Clairvaux?
***Bron 10: blz. 83***
Chronologie
1146. De heilige Bernard predikt de Tweede kruistocht te Vézelay; Lodewijk VII en Koenraad III krijgen de leiding.
1148. Het beleg van Damascus geen succes; Koenraad en Lodewijk keren naar Europa terug.
***Bron 10: blz. 155***
Waarom is men aan een tweede kruistocht begonnen?
De val van Edessa brengt de tweede kruistocht op gang. Deze wordt niet gepredikt door de paus maar ddoor de heilige Bernardus van Clairvaux, de invloedrijkste geestelijke in die tijd. Bernardus predikt niet alleen in Frankrijk, maar ook in Duisland; Wat Urbannus II en Peter de Kluizenaar voor de eerste kruistocht zijn geweest, wordt Bernardus voor de tweede.
De organisatie van de onderneming ligt in handen van de jonge vrome koning Lodewijk VII, koning van Frankrijk, en Koenraad III, keizer van Duitsland.
Wie was de heilige Bernardus van Clairvaux?
***Bron 10: blz. 83***
1119. De tempeliers of de ‘fratres miltiae templi’ 1310.
1098-kruistochten-1146
Hoe zijn de tempeliers ontstaan?
...Tussen 1120 en 1130, vormt zich in het Heilige Land een andere groepje, dat zich ook gaat toeleggen op de bescherming van pelgrims en de bestrijding van de moslims. Zij staan onder leiding van een Franse ridder uit Champagne, Hugo Payns. Boudewijn II geeft hun een vleugel van zijn paleis die daarvoor als moskee is gebruikt. En omdat de christenen menen dat deze moskee op de plaats van de tempel van Salomo staat, noemen de nieuwe bewoners zich ‘fratres miltiae Templi’ of tempeliers. Deze orden hebben aanvankelijk alleen een militaire taak. Ze spelen een beslissende rol bij de grensverdediging en het bewaken van kruisvaardersburchten. De orden vormen een onafhankelijke groep, ze zijn voorstanders van oorlog voeren en hun opvattingen stroken lang niet altijd met die van de vorst. Maar ze zijn te machtig geworden om ze weer in het gareel te brengen.
De schilden van de tempeliers zijn zwart met wit en een rood kruis op een witte ondergrond. De ridders hebben dit kenteken genomen om te herinneren aan de gelofte van armoede die zij hebben afgelegd. In werkelijkheid zijn deze militaire orde echter zeer vermogend.
***Bron 10: blz.73***
Hoe waren ze georganiseerd?
De tempeliers waren evenals de johannieters verdeeld in ridders, kapelaans en servientes, van wie der idders een witte mantel met rood kruis droegen, en de anderen een zwarte of bruine mantel. Verder kenden ze gastridders, die tijdelijk in hun gelederen streden zonder zelf tempelier te zijn... Hoewel de tempeliers ook enige ziekenzorg aan hun werkzaamheden toevoegden, handelde hun regel toch alleen over hun leven onder elkaar en hun militaire activiteit.
Wie warren de johannieters, de Duitse Orde?
***Bron 10: blz.75***
De tempeliers
‘Ongeveer in dezelfe tijd waarin de jonhannieters hun werkterrein uitbreidden, wormde zich in het heilige land een groepje dat zich ook op de bescherming van pelgrims en de bestrijding van mohammedanen toelegde. Zij stonden onder leiding van een Franse ridder uit Champagne, Hugo van Payns, die in 1119 met zeven metgezellen dekloostergeloftenaflegde in handen van de patriarch van Jeruzalem. De koning van de kruisvaardersstaat Jeruzalem, Boudewijn II, stond hun een vleugel van zijn paleis af die eerder als oskee was gebruikt; Omdat de christenen meenden dat deze moskee op de plaats van de Tempel van Salomo stond, noemden zij zich “fratres militiae Templi” of tempeliers. Zij hadden aanvankelijk een militaire taak, dus niet die van ziekenverpleging, en leefden volgens een regel die an dit doel was aangepast. Deeerste jaren wer die regel alleen mondeling doorgegeven, maar al spoeig voelden zij behoefte aan een schriftelijke vorm. Daartoe trok Hugo van Payns weer naar Frankrijk, waar op initiatief van Bernard, abt van het cisterciënzerklooster Clervaux, in 1128 in Troyes een groot co cilie werd belegd in tegenwoordigheid van de belangrijkste kerkelijke personen van die dagen. Dit concilie stelde de regel van de tempeliers vast en Bernard van Clairvaux kreeg opdracht deze op te schrijven.
Een opvallende activiteit van de tempeliers was al spoedig hun optreden als bankiers. Het begon op kleine schaal doordat zij leningen verstrekten tegen grodbezit als onderpand voor pelgrimsreizen naar het heilige land. De opbrengst vandie grond gold als een geoorloofde vorm van rente: want de Kerk keurde in die tijd de bij ons bekende en normale vorm van rente af als woeker. Al spoedig namen de geldzaken van de orde evenwel zo’n omvang aan, dat ook de paus en de koningen van Engeland en Frankrijk bij hen geld leenden en krediet kregen. Zelfs werd in de 13de eeuw de koninklijke schatkist van Frankrijk in hun Temple te Parijs bewaard. Hoewel Frankrijk en Engeland het geleende geld gebruikten om oorlog tegen elkaar te voeren, raakten de tempeliers toch niet onderling bij deze twisten bedtrokken. Zij behoorden tot een internationale broederschap, die zich ondanks bankiersdienst aan koningen niet tot nationalistische partijdigheid liet ophitsen. Als er al twisten waren, gingen deze over de rivaliteit met de johannieters en verdeling van rechten en plichten in het heilige land.
De rijkdommen van de tempeliers wekten wel de afgunst van de Franse koning Filips IV, vooral omdat de orde na de val van Akko in 1291, toen de laatste kruisridders het heilige land moesten verlaten, eigenlijk geen bestaansrecht meer had. Daardoor gaf hij te makkelijk gehoor aan de roddel die vanaf 1305 door een zekeré Esquiu van Floyran werd verspreid dat de tempeliers zich schuldig zouden maken aan ketterij, afgodendienst en homoseksualiteit. Dit leidde in 1307 tot hun massale arrestatie in Frankrijk en een monsterproces, waaraan ook de paus zijn medewerking verleende en waarin door folteringen van de inquisitie allerlei valse bekentenissen werden afgedwongen. De grootmeester dacht de zaak te redden door bekentenissen af te leggen in de hoop die later weer met beroep op dwang te kunnen herroepen; maar dit vond toen geen geloof meer. Het gevolg was dat in 1310 bijna zeventig broeders levend werden verbrand en de orde in 1312 door de pus werd opgeheven. De grootmeester vond twee jaar erna ook de dood op de brandstapel. De goederen van de orde buiten Spanje en Portugal werden toegewezen aan de johannieters, na aftrek van de kosten van het proces. In de praktijk kwam het erop neer dat de Franse koning in zijn eigen land de goederen aan zich trok, maar dat ze elders grotendeels aan de johannieters werden overgedragen, zoals de commanderij Ter Brake bij Alphen in Noord-Brabant. In Intalië, Spanje, Portugal en Engeland werden de tempeliers niet schuldig verklaard; in Spanje werd voor hen en hun goederen als nieuwe organisatie de orde van Montesa gesticht, in Portugal de Christusorde.’
***Bron 10: blz. 139/140 ***
G CONCILIE: 1128. Het concilie van troyes stelt de regels voor de tempeliers vast
Omdat Boudewijn II hem naar Frankrijk heeft gezonden om hulp te zoeken is Hugo Payns aanwezig op het concilie van Troyes in 1128. Dit concilie stelt de regels voor de tempeliers vast. Men zal zowel de tempeliers als de johannieters hun onafhankelijkheid tegenover de Kerk en koning verwijten.
***Bron 10: blz. 72***
Hoe zijn de tempeliers ontstaan?
...Tussen 1120 en 1130, vormt zich in het Heilige Land een andere groepje, dat zich ook gaat toeleggen op de bescherming van pelgrims en de bestrijding van de moslims. Zij staan onder leiding van een Franse ridder uit Champagne, Hugo Payns. Boudewijn II geeft hun een vleugel van zijn paleis die daarvoor als moskee is gebruikt. En omdat de christenen menen dat deze moskee op de plaats van de tempel van Salomo staat, noemen de nieuwe bewoners zich ‘fratres miltiae Templi’ of tempeliers. Deze orden hebben aanvankelijk alleen een militaire taak. Ze spelen een beslissende rol bij de grensverdediging en het bewaken van kruisvaardersburchten. De orden vormen een onafhankelijke groep, ze zijn voorstanders van oorlog voeren en hun opvattingen stroken lang niet altijd met die van de vorst. Maar ze zijn te machtig geworden om ze weer in het gareel te brengen.
De schilden van de tempeliers zijn zwart met wit en een rood kruis op een witte ondergrond. De ridders hebben dit kenteken genomen om te herinneren aan de gelofte van armoede die zij hebben afgelegd. In werkelijkheid zijn deze militaire orde echter zeer vermogend.
***Bron 10: blz.73***
Hoe waren ze georganiseerd?
De tempeliers waren evenals de johannieters verdeeld in ridders, kapelaans en servientes, van wie der idders een witte mantel met rood kruis droegen, en de anderen een zwarte of bruine mantel. Verder kenden ze gastridders, die tijdelijk in hun gelederen streden zonder zelf tempelier te zijn... Hoewel de tempeliers ook enige ziekenzorg aan hun werkzaamheden toevoegden, handelde hun regel toch alleen over hun leven onder elkaar en hun militaire activiteit.
Wie warren de johannieters, de Duitse Orde?
***Bron 10: blz.75***
De tempeliers
‘Ongeveer in dezelfe tijd waarin de jonhannieters hun werkterrein uitbreidden, wormde zich in het heilige land een groepje dat zich ook op de bescherming van pelgrims en de bestrijding van mohammedanen toelegde. Zij stonden onder leiding van een Franse ridder uit Champagne, Hugo van Payns, die in 1119 met zeven metgezellen dekloostergeloftenaflegde in handen van de patriarch van Jeruzalem. De koning van de kruisvaardersstaat Jeruzalem, Boudewijn II, stond hun een vleugel van zijn paleis af die eerder als oskee was gebruikt; Omdat de christenen meenden dat deze moskee op de plaats van de Tempel van Salomo stond, noemden zij zich “fratres militiae Templi” of tempeliers. Zij hadden aanvankelijk een militaire taak, dus niet die van ziekenverpleging, en leefden volgens een regel die an dit doel was aangepast. Deeerste jaren wer die regel alleen mondeling doorgegeven, maar al spoeig voelden zij behoefte aan een schriftelijke vorm. Daartoe trok Hugo van Payns weer naar Frankrijk, waar op initiatief van Bernard, abt van het cisterciënzerklooster Clervaux, in 1128 in Troyes een groot co cilie werd belegd in tegenwoordigheid van de belangrijkste kerkelijke personen van die dagen. Dit concilie stelde de regel van de tempeliers vast en Bernard van Clairvaux kreeg opdracht deze op te schrijven.
Een opvallende activiteit van de tempeliers was al spoedig hun optreden als bankiers. Het begon op kleine schaal doordat zij leningen verstrekten tegen grodbezit als onderpand voor pelgrimsreizen naar het heilige land. De opbrengst vandie grond gold als een geoorloofde vorm van rente: want de Kerk keurde in die tijd de bij ons bekende en normale vorm van rente af als woeker. Al spoedig namen de geldzaken van de orde evenwel zo’n omvang aan, dat ook de paus en de koningen van Engeland en Frankrijk bij hen geld leenden en krediet kregen. Zelfs werd in de 13de eeuw de koninklijke schatkist van Frankrijk in hun Temple te Parijs bewaard. Hoewel Frankrijk en Engeland het geleende geld gebruikten om oorlog tegen elkaar te voeren, raakten de tempeliers toch niet onderling bij deze twisten bedtrokken. Zij behoorden tot een internationale broederschap, die zich ondanks bankiersdienst aan koningen niet tot nationalistische partijdigheid liet ophitsen. Als er al twisten waren, gingen deze over de rivaliteit met de johannieters en verdeling van rechten en plichten in het heilige land.
De rijkdommen van de tempeliers wekten wel de afgunst van de Franse koning Filips IV, vooral omdat de orde na de val van Akko in 1291, toen de laatste kruisridders het heilige land moesten verlaten, eigenlijk geen bestaansrecht meer had. Daardoor gaf hij te makkelijk gehoor aan de roddel die vanaf 1305 door een zekeré Esquiu van Floyran werd verspreid dat de tempeliers zich schuldig zouden maken aan ketterij, afgodendienst en homoseksualiteit. Dit leidde in 1307 tot hun massale arrestatie in Frankrijk en een monsterproces, waaraan ook de paus zijn medewerking verleende en waarin door folteringen van de inquisitie allerlei valse bekentenissen werden afgedwongen. De grootmeester dacht de zaak te redden door bekentenissen af te leggen in de hoop die later weer met beroep op dwang te kunnen herroepen; maar dit vond toen geen geloof meer. Het gevolg was dat in 1310 bijna zeventig broeders levend werden verbrand en de orde in 1312 door de pus werd opgeheven. De grootmeester vond twee jaar erna ook de dood op de brandstapel. De goederen van de orde buiten Spanje en Portugal werden toegewezen aan de johannieters, na aftrek van de kosten van het proces. In de praktijk kwam het erop neer dat de Franse koning in zijn eigen land de goederen aan zich trok, maar dat ze elders grotendeels aan de johannieters werden overgedragen, zoals de commanderij Ter Brake bij Alphen in Noord-Brabant. In Intalië, Spanje, Portugal en Engeland werden de tempeliers niet schuldig verklaard; in Spanje werd voor hen en hun goederen als nieuwe organisatie de orde van Montesa gesticht, in Portugal de Christusorde.’
***Bron 10: blz. 139/140 ***
G CONCILIE: 1128. Het concilie van troyes stelt de regels voor de tempeliers vast
Omdat Boudewijn II hem naar Frankrijk heeft gezonden om hulp te zoeken is Hugo Payns aanwezig op het concilie van Troyes in 1128. Dit concilie stelt de regels voor de tempeliers vast. Men zal zowel de tempeliers als de johannieters hun onafhankelijkheid tegenover de Kerk en koning verwijten.
***Bron 10: blz. 72***
DE KRUISTOCHTEN: 1099. De verovering van jeruzalem door de christenen 1191.
Het einddoel van hun bedevaart
Als de kruisvaarders in 1099 Jeruzalem bereiken, maakt een onbeschrijfelijke emotie zich an hen meester. De stad schittert in de zon. De kruisvaarders houden haar voor het hemelse Jeruzalem. Zij geloven niet de erfgenamen te zijn van Israël, maar Israël zelf, het volk van God. ‘ Ze konden hun tranen niet bedwingen; Ze wierpen zich op hun knieën en dankten de God, dat hij het hun vergund had, het einddoel van hun bedevaart te bereiken, de Heilige Stad, waar onze Heiland de wereld had willen redden. Het was aangrijpend het gesnik van al die mensen te horen!’ volgens de kroniekschrijvers.
Op 13 juni roepen zij een vasten uit alvorens de stad te bestormen. Die bestorming mislukt: ze hebben geen ladders. Overtuigd van een wonder, hebben ze niet gezorgd voor belegeringswerktuigen. Al gauw worden ze in het nauw gedreven door gebrek aan water, leeftocht, materialen en vaklieden. Gelukkig arriveert in Jafa een Genuees eskadr met materiaal en timmerlieden.
Nog maar twaalfduizend man, uitgehongerd en belegerd, bieden de Franken een trieste aanblik. Opnieuw roepen zij een vasten uit. Op 8 juli trekken de kruisvaarders met knorrende magen, biddend en psalmen zingend om de Cyclopische muren van Jeruzalem, waarachter het einddoel van hun tocht, het graf van de Verlosser, ligt. Zij zijn Israël rondom de muren van Jericho, maar deze muren blijven overeind staan. Op 10 juli gaan ze tot de aanval over en 15 juli stormen ze over de muur en en nemen de stad in. Twee dagen van plundering en moord volgen. De veroveraars van Jeruzalem doden, als zij het einddoel van hun bedevaart hebben bereikt, alle inwoners van de stad van Christus, alle moslims, alle joden. Zij zijn bezeten van haat en moordlust en uitzinnig belust op buit. Ze vinden en pakken wat ze hebben gezocht: goud, zilver, zijden stoffen, gouden en zilveren lampen.
Deze ‘bloedige taak’ van de kruisvaarders maakt in de hele wereld, maar vooral in die van de islam een verpletterende en onuitwisbare indruk.
Na de inname van Jeruzalem zijn de kruisvaarders, armen, geestelijken en ridders eenstemmig van oordeel dat de stad moet worden behouden en verdedigd. Over hoe dit moet gebeuren verschilt men echter van mening. De armen en geestelijken willen een soort kerkelijke staat geleid door een patriarch, die door de paus moet worden benoemd en als diens plaatsvervanger moet optreden. De vorsten spreken zich uit voor een wereldlijke macht, geënt op het feodale voorbeeld in hun vaderland.
***Bron 10: blz.45/53***
Christelijke getuigenis van de verovering van Jeruzalem
Een van de belangrijkste bronnen voor de eerste kruistocht is de Anonymi Gesta Francorum. Bohemundis daarin de grote leider. Over de inname van Jeruzalem door de kruisvaarders wordt verteld:
‘Toen namen onze heren maatregelen om de stad met belegeringswerktuigen in te nemen om het graf van onze Verlossser te kunnen vereren. Zij lieten twee houten kastelen bouwen en nog tal van andere wrktuigen. Hertog Godfried liet zijn kasteel met belegeringswerktuigen uitrusten en graaf Raimond ook. Het hout hiervoor lieten ze uit verre streken halen. Toen de Saracenen zagen dat wij deze werktuigen bouwden, versterkten zij de stad op voortreffelijke wijze en trokken ‘s nachts de torens hoger op. (...)
Woensdag en donderdag vielen we de sta van alle kanten hevig aan. Maar wij drongen niiet binnen voordat de bisschoppen en priesters met hun predikaties en vermaningen hadden bereikt dat allen ter ere van God rondom Jeruzalem een processie hielden die gepaard ging met gebed, vasten en het geven van aalmoezen. Vrijdagochtend vielen wij de stad weer van alle kanten aan, maar zonder iets uit te richten. Wij waren allen verbaasd en bevreesd. Toen het uur naderde warop onze Heer Jezus Christus het niet onwardig achtte woor ons aan het kruis te lijden, streden onze ridders, hertog Godfried en zijn broer Eustachius, op het kasteel. Op dat ogenblik beklom een van onze ridders, Letold, de muur. Toen hij boven was, vluchtten alle verdedigers van de muren naar de stad. De onzen achtervolgden hen onder moord en doodslag tot aan de Tempel van Salomo, waar zo’n slachting plaatsvond dat de onzen tot aan hun enkels in het bloed stapten.
Graaf Raimond leidde zijn troepen aan de zuidkant en bracht zijn houten kasteel tot bij de muur. Maar het kasteel werd door een gracht van die muur gescheiden en men leit omroepen dat ieder die drie stenen in de gracht gooeide 1 dinar ontving. Het duurde drie dagen en nachten tot de gracht vol was. Toen werd het kasteel tegen de muur geduwd. De verdedigers van de stad verweerden zich echter hevig met vuur en stenen. Toen de graaf hoorde dat de Franken al in de sta waren zei hij tegen zijn mannen: “Waar wachten jullie nog op? De mannen uit Noord-Frankrijk zijn al in de stad!”.
Daarop gaf de emir, die het bevel voerde in de Toren van David, zich over aan de graaf en opende de poort waar de pelgrims hun belasting plachten te betalen. De kruisvaarders drongen de stad binnen en vervolgden de Saracenen onder moord en doodslag tot de Tempel van Salomo, waarbij de vijand zich verzamelde en de hevigste tegenstand van de hele dag bood, zodat de Temole droop van het bloed. Uiteindelijk, toen het verzet van de heidenen was gebroken, maakten de onzen zich van vele mannen en vrouwen in de Tempel meester, die ze al naar hun goeddunken doodsloegen of in leven lieten. Op het achterdak van de Tempel had zich ook een groot aantal heidenen vanbeide seksen verzameld aan wie Tracred en Gason van Béarn hun baniers gaven. Het duurde niet lang of de kruisvaarders liepen door de hele stad, maakten goud, zilver, paarden en muilezels buit en plunderden huizen waar van alles te halen viel.
Anonymi Gesta Francorum
***Bron 10: blz.134/135***
De inname van Jeruzalem volgens een Arabische geschiedschrijver
‘De Franken trokken dus naar Jeruzalem, nadat ze Akko tevergeeds hadden belegerd. Veertig dagen hielden ze de stad omsingeld. Ze bouwden twee torens, een ervan aan de kant van de berg Sion, maar de moslims staken deze in brand en dooden allen, die erin zaten. Nauwelijks was dit gebeurd of er kwam een bode met de noodkreet dat de stad aan de andere kant was ingenomen. Inderdaad namen de Franken de stad van de andere kant in. Dat gebeurde op vrijdagochtend 22 sja’ban 492 (15 juli 1099). De inwoners werden aan de vernietinging prijsgegeve. De Franken bleven een week in de stad en vermoordden in die tijd alle inwoners. Een groep verschanste zich in het bedehuis van David en bood enkele dagen verzet. Nadat de Franken hadden beloofd hen te zullen sparen, gaven ze zich over. De Franken hielden woord en trokken ‘s nachts weg in de richting van Aksalon, waar ze zich vestigden. In de Aksa-moskee daarentegen doodden de Franken meer dan zeventigduizend(!) moslims, onder wie vele imams, theologen, vromen en asceten die hun land haadden verlaten om in afzondering op deze heilige plaats te leven. Uit de Rotskoepel roofden de Franken meer dan veertig zilveren luchters, die elk meer dan 3600 drachme (zo’n 14 kg.) wogen, een grote zilveren luchter van veertig Syrische pond, nog honderdvijftig kleinere zilveren luchters en meer dan twintig gouden, een enorme buit. De Syriche vluchtelingen, onder wie kadi Abu Sa’d al-Harawi, kwam in de maand Ramadan in Bagdad aan. In de kanselarij van de kalief gaven ze een ooggetuigenverslag, waardoor allen ttranen in de ogen kregen en dat het hart brak. Vrijdags kwamen ze in de Grote Moskee en smeekten om hulp. Huilend vertelden ze wat de moslims in deze heilge stad hadden geleden: mannen vermoord, vrouwen en kinderen gevangen, alle have en goed geroofd. Door het grote onheil dat hen had getroffen, braken ze zelfs het vasten.’
Ibn al-Athir (1160-1234) schreef in zijn Volledige Geschiedenis over de inname van Jeruzalem
***Bron 10: blz.135/136***
Als de kruisvaarders in 1099 Jeruzalem bereiken, maakt een onbeschrijfelijke emotie zich an hen meester. De stad schittert in de zon. De kruisvaarders houden haar voor het hemelse Jeruzalem. Zij geloven niet de erfgenamen te zijn van Israël, maar Israël zelf, het volk van God. ‘ Ze konden hun tranen niet bedwingen; Ze wierpen zich op hun knieën en dankten de God, dat hij het hun vergund had, het einddoel van hun bedevaart te bereiken, de Heilige Stad, waar onze Heiland de wereld had willen redden. Het was aangrijpend het gesnik van al die mensen te horen!’ volgens de kroniekschrijvers.
Op 13 juni roepen zij een vasten uit alvorens de stad te bestormen. Die bestorming mislukt: ze hebben geen ladders. Overtuigd van een wonder, hebben ze niet gezorgd voor belegeringswerktuigen. Al gauw worden ze in het nauw gedreven door gebrek aan water, leeftocht, materialen en vaklieden. Gelukkig arriveert in Jafa een Genuees eskadr met materiaal en timmerlieden.
Nog maar twaalfduizend man, uitgehongerd en belegerd, bieden de Franken een trieste aanblik. Opnieuw roepen zij een vasten uit. Op 8 juli trekken de kruisvaarders met knorrende magen, biddend en psalmen zingend om de Cyclopische muren van Jeruzalem, waarachter het einddoel van hun tocht, het graf van de Verlosser, ligt. Zij zijn Israël rondom de muren van Jericho, maar deze muren blijven overeind staan. Op 10 juli gaan ze tot de aanval over en 15 juli stormen ze over de muur en en nemen de stad in. Twee dagen van plundering en moord volgen. De veroveraars van Jeruzalem doden, als zij het einddoel van hun bedevaart hebben bereikt, alle inwoners van de stad van Christus, alle moslims, alle joden. Zij zijn bezeten van haat en moordlust en uitzinnig belust op buit. Ze vinden en pakken wat ze hebben gezocht: goud, zilver, zijden stoffen, gouden en zilveren lampen.
Deze ‘bloedige taak’ van de kruisvaarders maakt in de hele wereld, maar vooral in die van de islam een verpletterende en onuitwisbare indruk.
Na de inname van Jeruzalem zijn de kruisvaarders, armen, geestelijken en ridders eenstemmig van oordeel dat de stad moet worden behouden en verdedigd. Over hoe dit moet gebeuren verschilt men echter van mening. De armen en geestelijken willen een soort kerkelijke staat geleid door een patriarch, die door de paus moet worden benoemd en als diens plaatsvervanger moet optreden. De vorsten spreken zich uit voor een wereldlijke macht, geënt op het feodale voorbeeld in hun vaderland.
***Bron 10: blz.45/53***
Christelijke getuigenis van de verovering van Jeruzalem
Een van de belangrijkste bronnen voor de eerste kruistocht is de Anonymi Gesta Francorum. Bohemundis daarin de grote leider. Over de inname van Jeruzalem door de kruisvaarders wordt verteld:
‘Toen namen onze heren maatregelen om de stad met belegeringswerktuigen in te nemen om het graf van onze Verlossser te kunnen vereren. Zij lieten twee houten kastelen bouwen en nog tal van andere wrktuigen. Hertog Godfried liet zijn kasteel met belegeringswerktuigen uitrusten en graaf Raimond ook. Het hout hiervoor lieten ze uit verre streken halen. Toen de Saracenen zagen dat wij deze werktuigen bouwden, versterkten zij de stad op voortreffelijke wijze en trokken ‘s nachts de torens hoger op. (...)
Woensdag en donderdag vielen we de sta van alle kanten hevig aan. Maar wij drongen niiet binnen voordat de bisschoppen en priesters met hun predikaties en vermaningen hadden bereikt dat allen ter ere van God rondom Jeruzalem een processie hielden die gepaard ging met gebed, vasten en het geven van aalmoezen. Vrijdagochtend vielen wij de stad weer van alle kanten aan, maar zonder iets uit te richten. Wij waren allen verbaasd en bevreesd. Toen het uur naderde warop onze Heer Jezus Christus het niet onwardig achtte woor ons aan het kruis te lijden, streden onze ridders, hertog Godfried en zijn broer Eustachius, op het kasteel. Op dat ogenblik beklom een van onze ridders, Letold, de muur. Toen hij boven was, vluchtten alle verdedigers van de muren naar de stad. De onzen achtervolgden hen onder moord en doodslag tot aan de Tempel van Salomo, waar zo’n slachting plaatsvond dat de onzen tot aan hun enkels in het bloed stapten.
Graaf Raimond leidde zijn troepen aan de zuidkant en bracht zijn houten kasteel tot bij de muur. Maar het kasteel werd door een gracht van die muur gescheiden en men leit omroepen dat ieder die drie stenen in de gracht gooeide 1 dinar ontving. Het duurde drie dagen en nachten tot de gracht vol was. Toen werd het kasteel tegen de muur geduwd. De verdedigers van de stad verweerden zich echter hevig met vuur en stenen. Toen de graaf hoorde dat de Franken al in de sta waren zei hij tegen zijn mannen: “Waar wachten jullie nog op? De mannen uit Noord-Frankrijk zijn al in de stad!”.
Daarop gaf de emir, die het bevel voerde in de Toren van David, zich over aan de graaf en opende de poort waar de pelgrims hun belasting plachten te betalen. De kruisvaarders drongen de stad binnen en vervolgden de Saracenen onder moord en doodslag tot de Tempel van Salomo, waarbij de vijand zich verzamelde en de hevigste tegenstand van de hele dag bood, zodat de Temole droop van het bloed. Uiteindelijk, toen het verzet van de heidenen was gebroken, maakten de onzen zich van vele mannen en vrouwen in de Tempel meester, die ze al naar hun goeddunken doodsloegen of in leven lieten. Op het achterdak van de Tempel had zich ook een groot aantal heidenen vanbeide seksen verzameld aan wie Tracred en Gason van Béarn hun baniers gaven. Het duurde niet lang of de kruisvaarders liepen door de hele stad, maakten goud, zilver, paarden en muilezels buit en plunderden huizen waar van alles te halen viel.
Anonymi Gesta Francorum
***Bron 10: blz.134/135***
De inname van Jeruzalem volgens een Arabische geschiedschrijver
‘De Franken trokken dus naar Jeruzalem, nadat ze Akko tevergeeds hadden belegerd. Veertig dagen hielden ze de stad omsingeld. Ze bouwden twee torens, een ervan aan de kant van de berg Sion, maar de moslims staken deze in brand en dooden allen, die erin zaten. Nauwelijks was dit gebeurd of er kwam een bode met de noodkreet dat de stad aan de andere kant was ingenomen. Inderdaad namen de Franken de stad van de andere kant in. Dat gebeurde op vrijdagochtend 22 sja’ban 492 (15 juli 1099). De inwoners werden aan de vernietinging prijsgegeve. De Franken bleven een week in de stad en vermoordden in die tijd alle inwoners. Een groep verschanste zich in het bedehuis van David en bood enkele dagen verzet. Nadat de Franken hadden beloofd hen te zullen sparen, gaven ze zich over. De Franken hielden woord en trokken ‘s nachts weg in de richting van Aksalon, waar ze zich vestigden. In de Aksa-moskee daarentegen doodden de Franken meer dan zeventigduizend(!) moslims, onder wie vele imams, theologen, vromen en asceten die hun land haadden verlaten om in afzondering op deze heilige plaats te leven. Uit de Rotskoepel roofden de Franken meer dan veertig zilveren luchters, die elk meer dan 3600 drachme (zo’n 14 kg.) wogen, een grote zilveren luchter van veertig Syrische pond, nog honderdvijftig kleinere zilveren luchters en meer dan twintig gouden, een enorme buit. De Syriche vluchtelingen, onder wie kadi Abu Sa’d al-Harawi, kwam in de maand Ramadan in Bagdad aan. In de kanselarij van de kalief gaven ze een ooggetuigenverslag, waardoor allen ttranen in de ogen kregen en dat het hart brak. Vrijdags kwamen ze in de Grote Moskee en smeekten om hulp. Huilend vertelden ze wat de moslims in deze heilge stad hadden geleden: mannen vermoord, vrouwen en kinderen gevangen, alle have en goed geroofd. Door het grote onheil dat hen had getroffen, braken ze zelfs het vasten.’
Ibn al-Athir (1160-1234) schreef in zijn Volledige Geschiedenis over de inname van Jeruzalem
***Bron 10: blz.135/136***
DE KRUISTOCHTEN: 1098. De chronologie van frankische staten i/h heilige land
1096-kruistochten-1147
1096. 1099. De eerste kruistocht. (Zie verder)
1100. Venetië en het Frankische koninkrijk sluiten een handelsverdrag.
1100.-1118. Boudewijn I koning van Jeruzalem.
1101. Verscheidene expedities met versterkingen mislukken.
1102. Overwinning van Boudewijn bij Ramle; inname van Caesarea.
1103. Akko en Byblos door de kruisvaarders veroverd; de Turken overwinnaars bij Haran; de Byzantijnen eisen Antiochië op.
1106. Trancred verovert Apamea Kilidsh; Arslan nemt Melitene in.
1107. Trancred verovert Laodicea.
1109. Bohemund gevangene van Alexius I; inname van Tripoli.
1110. Inname van Sidon door Boudewijn I; aanvallen op Tripoli.
1112. Rogier van Salerno opvolger van Tancred.
1113. Successen van de Turken; Boudewijn I verslagen bij Teverias
1115. Verbond van kruisvaarders met de atabeg van Damascus; slag bij Tell-Damith.
1116.-1118. Boudewijn I valt Egypte aan.
1117.-1118. Saragossa op de Arabieren veroverd.
1118.-1131. Boudewijn II van Jeruzalem.
1119. Nederlaag bij Tell-Aqibrin; Rogier van Salerno sneuvelt.
1124. De kruisvaarders nemen Tyrus in.
1125. Inname van Allepo door moslims, spoedig verslagen bij Aziz door Boudewijn II.
1126. Bouwdewijn bereikt Damascus.
1128. Zengi, heer van Aleppo.
1130 Zengi neemt Hama in en belegert Antochië.
1131.-1148. Fulco I van Anjou koning van Jeruzalem.
1135. Zengri dringt het graafschap Tripoli binnen.
1136. Raimond van Poitiers vorst van Antiochië.
1138. Johannes Comnenus dwingt Raimond zijn gezag over antochië te erkennen.
1139. Fulco van Damascus verenigen zich tegen Zengi.
1140. Zengi heft het beleg van Damascus op.
1142. De kruisvaarders bij de Orentes verslagen door Zengi.
1143.-1145. Nieuw meningsverschil tussen de Byzantijnen en Antiochië; Raimond onderwerpt zich.
1143.-1151. Thoros II verjaagt de Byzantijnen uit Cilicië.
1144. Zengi bezet het graafschap Edessa.
1146. Nur ed-Din volgt Zengi op.
1147.-1149. Tweede kruistocht. (Zie verder)
1149. Nur ed-Din neemt Apamea in en doodt Raimond van Poitiers.
1153. Inname van Askalon door Boudewijn III.
1154. Inname van Damascus door Nur ed-Din.
1155.-1156. Reinout van Châtillon plundert Cyprus.
1158. Harim heroverd door Boudewijn III; Nur ed-Din verslagen bij Boetaha.
1159. Antiochië moet Manuel zls soeverein erkennen; de Franken met de Byzantijnen verbonden belegeren Aleppo; Byzantium sluit vrede me Nur-ed-Din
1162. Amalrik I opvolger van Bouwdewijn III.
1164. Nur-ed-Din neemt Harim in.
1167. Shirkuk in Egypte; Amalrik I verovert Cairo.
1168. Nederlaag van Amalrik in Egypte; Nur ed-Din verovert Cairo.
1169. Saladin vizier in Egypte; Franco-Byzantijnse bondgenoorschap; beleg Damiate
1170. Amalrik verslaat Nur ed-Din op de Dode Zee en Saladin in Gaza.
1171. Saladin maakt een eind aan het Fatimidische kalifaat in Cairo.
1174. Dood van Nur ed-Din en Amalrik I; troonsbestijging van Bouewijn IV; in Syrië maakt Saladin zich meester van de macht.
1177. Saladin verslagen dor Boudewijn IV bij Montgisard.
1179. Saladins aanval op Tyrus.
1180. Saladin en Boudewijn IV sluiten een verdrag.
1182. Aanvallen door Saladin op Nazareth, Tiberias, Beirut.
1183.-1184. Saladin neemt Aleppo in en verwoest Samaria en Galilea.
1185. Boudewijn V; zijn opvolger is Guido van Lusignan.
1187. Saladin verslaat de kruisvaarders bij Hattin; inname van Jeruzalem.
1188. Alle Frankische gebieden op Tripoli, Tyrus en Antiochië na in handen van Saladin.
1189. Guido van Lusignan slaat het beleg voor Akko.
1189.-1192. De derde kruistocht. (Zie verder)
1193. Dood van Saladin.
1194. Amalrik van Lusignan volgt Guido op in Cyprus.
1197. Dood van Hendrik van Champagne; herovering van Beirut; Jan I van Ibelin wordt er heerser over.
1199.-1220. Heerschappij van Mohammed.
1202.-1204. De vierde kruistocht. (Zie verder)
1217.-1221. De vijfde kruistocht. (Zie verder)
1228.-1229. De zesde kruistocht. (Zie verder)
1244. Nederlaag van de christenen bij Gaza; Jeruzalem definitief veroverd door de moslims
1247. De Turken heroveren Tiberias en Askalon.
1248.-1254. De zevende kruistocht. (Zie verder)
1260.-1277. Baïbars sultan van de Mamelukken.
1265. Baïbars verovert Caesarea en Arsuf.
1268. Baïbars neemt Jaffa en Antiochië in.
1270. De achtste kruistocht. (Zie verder)
1274.-1275. De Mamelukken verwoesten Cilicië.
1282. Hendrik II van Cyprus wordt koning van Jeruzalem.
1287. Sultan Kalawun van Egypte neemt Tripoli in.
1291. Khalil, opvolger van Kalawun, neemt Akko in ; ondergang van de kruisvaardersstaten in Syrië.
Wie zij de isma’iliten?
***Bron 10: blz. 154/157***
1096. 1099. De eerste kruistocht. (Zie verder)
1100. Venetië en het Frankische koninkrijk sluiten een handelsverdrag.
1100.-1118. Boudewijn I koning van Jeruzalem.
1101. Verscheidene expedities met versterkingen mislukken.
1102. Overwinning van Boudewijn bij Ramle; inname van Caesarea.
1103. Akko en Byblos door de kruisvaarders veroverd; de Turken overwinnaars bij Haran; de Byzantijnen eisen Antiochië op.
1106. Trancred verovert Apamea Kilidsh; Arslan nemt Melitene in.
1107. Trancred verovert Laodicea.
1109. Bohemund gevangene van Alexius I; inname van Tripoli.
1110. Inname van Sidon door Boudewijn I; aanvallen op Tripoli.
1112. Rogier van Salerno opvolger van Tancred.
1113. Successen van de Turken; Boudewijn I verslagen bij Teverias
1115. Verbond van kruisvaarders met de atabeg van Damascus; slag bij Tell-Damith.
1116.-1118. Boudewijn I valt Egypte aan.
1117.-1118. Saragossa op de Arabieren veroverd.
1118.-1131. Boudewijn II van Jeruzalem.
1119. Nederlaag bij Tell-Aqibrin; Rogier van Salerno sneuvelt.
1124. De kruisvaarders nemen Tyrus in.
1125. Inname van Allepo door moslims, spoedig verslagen bij Aziz door Boudewijn II.
1126. Bouwdewijn bereikt Damascus.
1128. Zengi, heer van Aleppo.
1130 Zengi neemt Hama in en belegert Antochië.
1131.-1148. Fulco I van Anjou koning van Jeruzalem.
1135. Zengri dringt het graafschap Tripoli binnen.
1136. Raimond van Poitiers vorst van Antiochië.
1138. Johannes Comnenus dwingt Raimond zijn gezag over antochië te erkennen.
1139. Fulco van Damascus verenigen zich tegen Zengi.
1140. Zengi heft het beleg van Damascus op.
1142. De kruisvaarders bij de Orentes verslagen door Zengi.
1143.-1145. Nieuw meningsverschil tussen de Byzantijnen en Antiochië; Raimond onderwerpt zich.
1143.-1151. Thoros II verjaagt de Byzantijnen uit Cilicië.
1144. Zengi bezet het graafschap Edessa.
1146. Nur ed-Din volgt Zengi op.
1147.-1149. Tweede kruistocht. (Zie verder)
1149. Nur ed-Din neemt Apamea in en doodt Raimond van Poitiers.
1153. Inname van Askalon door Boudewijn III.
1154. Inname van Damascus door Nur ed-Din.
1155.-1156. Reinout van Châtillon plundert Cyprus.
1158. Harim heroverd door Boudewijn III; Nur ed-Din verslagen bij Boetaha.
1159. Antiochië moet Manuel zls soeverein erkennen; de Franken met de Byzantijnen verbonden belegeren Aleppo; Byzantium sluit vrede me Nur-ed-Din
1162. Amalrik I opvolger van Bouwdewijn III.
1164. Nur-ed-Din neemt Harim in.
1167. Shirkuk in Egypte; Amalrik I verovert Cairo.
1168. Nederlaag van Amalrik in Egypte; Nur ed-Din verovert Cairo.
1169. Saladin vizier in Egypte; Franco-Byzantijnse bondgenoorschap; beleg Damiate
1170. Amalrik verslaat Nur ed-Din op de Dode Zee en Saladin in Gaza.
1171. Saladin maakt een eind aan het Fatimidische kalifaat in Cairo.
1174. Dood van Nur ed-Din en Amalrik I; troonsbestijging van Bouewijn IV; in Syrië maakt Saladin zich meester van de macht.
1177. Saladin verslagen dor Boudewijn IV bij Montgisard.
1179. Saladins aanval op Tyrus.
1180. Saladin en Boudewijn IV sluiten een verdrag.
1182. Aanvallen door Saladin op Nazareth, Tiberias, Beirut.
1183.-1184. Saladin neemt Aleppo in en verwoest Samaria en Galilea.
1185. Boudewijn V; zijn opvolger is Guido van Lusignan.
1187. Saladin verslaat de kruisvaarders bij Hattin; inname van Jeruzalem.
1188. Alle Frankische gebieden op Tripoli, Tyrus en Antiochië na in handen van Saladin.
1189. Guido van Lusignan slaat het beleg voor Akko.
1189.-1192. De derde kruistocht. (Zie verder)
1193. Dood van Saladin.
1194. Amalrik van Lusignan volgt Guido op in Cyprus.
1197. Dood van Hendrik van Champagne; herovering van Beirut; Jan I van Ibelin wordt er heerser over.
1199.-1220. Heerschappij van Mohammed.
1202.-1204. De vierde kruistocht. (Zie verder)
1217.-1221. De vijfde kruistocht. (Zie verder)
1228.-1229. De zesde kruistocht. (Zie verder)
1244. Nederlaag van de christenen bij Gaza; Jeruzalem definitief veroverd door de moslims
1247. De Turken heroveren Tiberias en Askalon.
1248.-1254. De zevende kruistocht. (Zie verder)
1260.-1277. Baïbars sultan van de Mamelukken.
1265. Baïbars verovert Caesarea en Arsuf.
1268. Baïbars neemt Jaffa en Antiochië in.
1270. De achtste kruistocht. (Zie verder)
1274.-1275. De Mamelukken verwoesten Cilicië.
1282. Hendrik II van Cyprus wordt koning van Jeruzalem.
1287. Sultan Kalawun van Egypte neemt Tripoli in.
1291. Khalil, opvolger van Kalawun, neemt Akko in ; ondergang van de kruisvaardersstaten in Syrië.
Wie zij de isma’iliten?
***Bron 10: blz. 154/157***
DE KRUISTOCHTEN: 1096. De eerste kruistocht
1096-kruistochten-1098
Chronologie
1095.Paus Urbanus roept in Clermont-Ferrnand op tot de Eerste kruistocht
1097. Conflict tussen de kruisvaarders en Alexius I, keizer van Byzantium; de kruisvaarders trekken Klein-Azië binnen.
1098. De Fatimiden veroveren Jeruzalem; de kruisvaarders nemen Antiochië in en Bohemund wordt de eerste vorst; Boudewijn van Boulogne, graaf van Edessa; stichting van het graafschap Tripoli; slag bij Aksalon
1099. Juli: de kruisvaarders nemen Jeruzalem; stichting van het Frankische koninkrijk Jeruzalem; Godfried van Bouillon uitgeroepen tot koning (hij aanvaardt slecht de titel ‘Beschermheer van het Heilige Graff’
***Bron 10: blz.154***
Werden alle steden door gevechten verovert?
De streek van Taurus wordt bewoond door orthodoxe Armeniërs, Gregorianen en jokobitische Syriërs, die zo mogelijk een nog grotere hekel hebben aan de Grieken dan aan de moslims. De Grieken proberen hen te bekeren tot het dogma vastgesteld op het concilie van Chalcedon (451) dat zij verwerpen, terwijl de moslims hen slechts beroven van hun politieke invloed. De komst van de Franken betekent een buitenkansje. De vorst van het grootste christelijke vorstendom, Thoros van Edessa, wiens troepen hoegenaamd niet zijn opgewassen ttegen een eventuele Turkse aanval, doet een beroep op Boudewijn van Boulogne. Hij adopteert Boudewijn, maar de burgers van Edessa komen in opstand tegen de onbeminde Thoros, die een Chalcedoniër is. Als Thoros probeert Edessa te verlaten wordt hij, met of zonder voorkennis van zijn geadopteerde zoon, ontdekt en met knuppels en speren naar de andere wereld geholpen. Graaf Boudewijn is dus in maart 1098 alleen heerser in Edessa en de eigenaar van een goedgevulde schatkist.
Wat waren orthodoxe Armeniërs, Gregorianen en jokobitische Syriërs?
***Bron 10: blz.40/41***
Deden de kruisvaarders ook terreurdaden?
Dit oponthoud (de twist tussen Bohemund en de Baronnen over het al dan niet erkennen van het Byzantijnse gezag overde veroverde stad Anitiochië) wekt veel ongenoegen bij het overgrote deel van de kruisvaarders dat steeds luider aandringt op het voortzetten van de tocht. Onder hen de Ebonieten, Hun predikers verkondigen dat armoede voorwaarde is voor het heil. Zij vormen de groep van de Tafurs-armen of tsiganan- die de ijzeren lans van het leger zijn. Hun terreurdaden tegen de moslims zijn afgrijselijk; hun militiare kracht is niets waard. Ze bezitten lans noch schild, alleen een stok, zo overtuigd zijn ze dat de Voorzienigheid voor alles zal zorgen. Hun vreselijke gedrag ergert de oosterlingen en zelfs sommige ridders. De moslims worden door hen systematisch gedood en na de veldslag veranderen ze in menseneters door de lijken op te eten...
Wie zijn die Baronnen?
Wie zijn die Ebonieten?
Wat zijn tsiganen?
***Bron 10: blz.44***
Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?
(Zie hoofdstuk de verovering van Jeruzalem)
Hoe reageert men in West-Europa op de sucsessen van de kruisvaarders in het Heilige land?
In het westen preken rondtrekkende monniken de propagandisten van de Kerk, met duizenden dat de gelovigen niet alleen worden opgeroepen tot een nieuwe kruistocht, maar ook tot christelijke kolonisatie van het Heilige Land. Het resultaat van die werving is onvoorstelbaar groot. Tussen 1100 en 1101 begeven zich drie grote legers op weg naar het Oosten. Verder dan Klein-Azië komen ze niet, het Heilige Land bereiken ze nooit. De kruisvaarders sneuvelen bij duizenden of worden door de Turken gevangengenomen. Een mislukte kruistocht.
***Bron 10: blz.54***
Hoe verliepen de relaties tussen de christenen uit het Westen en het Oosten?
De toenaderingspogingen van religieuze instanties tot de christenen in het Oosten blijven zonder succes door het superioriteitsgevoel van de Franken. De oosterse christenen, georganiseerd in geloofsgemeenschappen, gehoorzamen hun geestelijken. Het grootst is de groep van de Grieks-orthodoxen, chalcedoniërs net als de latijnen maar met een eigen hiërarchie, en de monofysistische jakobieten (een leer die ketters is verklaard op het concilie van Chalcedon in 451) die een eigen patriarch hebben. De Gregoriaanse Armeniërs vormen een eigen kerk...
... De Franken tonen geen enkele plooibaarheid. Ze vestigen een Latijnse kerkelijke hiërarchie en eigenen zich de kerken toe. Het gevolg is dat na drie generaties de oosterse christenen de verbondenen worden van Nur ed-Din en vervolgens van Saladin (Salah ed-Din). Hun status verschilt niet van die van de moslims. De Franken zijn hun vijanden geworden, die hun zelfs niet het zelfbestuur toestaan dat de islam hun steeds heeft gewaarborgd. Van de christelijke gemeenschappen in het Oosten hebben alleen de maronieten goede relaties met de kruisvaarders. Zij wonen in de bergen rondom Tripoli en hebben de Franken in 1099 gidsen verschaft. In de 7de eeuw hebben ze zich onder Johannes Maron van de Syriërs afgescheiden. Maron was patriarch van Antiochië, maar van hem is verder niets bekend. Die bergbewoners zijn geduchte boogschutters en goede soldaten. Ze sluiten zich aan bij de Frankische kerk en in 1181 zorgt patriarch Aimeric van Antiochië voor de vereniging van de maronitische en rooms-katholieke kerken.
Waarvoor stond de leer van de Grieks-orthodoxen, chalcedoniërs, de latijnen maar met een eigen hiërarchie, Gregoriaanse Armeniërs en de monofysistische jakobieten?
*De hospitaalridders (zie 1063)
***Bron 10: blz.70***
Chronologie
1095.Paus Urbanus roept in Clermont-Ferrnand op tot de Eerste kruistocht
1097. Conflict tussen de kruisvaarders en Alexius I, keizer van Byzantium; de kruisvaarders trekken Klein-Azië binnen.
1098. De Fatimiden veroveren Jeruzalem; de kruisvaarders nemen Antiochië in en Bohemund wordt de eerste vorst; Boudewijn van Boulogne, graaf van Edessa; stichting van het graafschap Tripoli; slag bij Aksalon
1099. Juli: de kruisvaarders nemen Jeruzalem; stichting van het Frankische koninkrijk Jeruzalem; Godfried van Bouillon uitgeroepen tot koning (hij aanvaardt slecht de titel ‘Beschermheer van het Heilige Graff’
***Bron 10: blz.154***
Werden alle steden door gevechten verovert?
De streek van Taurus wordt bewoond door orthodoxe Armeniërs, Gregorianen en jokobitische Syriërs, die zo mogelijk een nog grotere hekel hebben aan de Grieken dan aan de moslims. De Grieken proberen hen te bekeren tot het dogma vastgesteld op het concilie van Chalcedon (451) dat zij verwerpen, terwijl de moslims hen slechts beroven van hun politieke invloed. De komst van de Franken betekent een buitenkansje. De vorst van het grootste christelijke vorstendom, Thoros van Edessa, wiens troepen hoegenaamd niet zijn opgewassen ttegen een eventuele Turkse aanval, doet een beroep op Boudewijn van Boulogne. Hij adopteert Boudewijn, maar de burgers van Edessa komen in opstand tegen de onbeminde Thoros, die een Chalcedoniër is. Als Thoros probeert Edessa te verlaten wordt hij, met of zonder voorkennis van zijn geadopteerde zoon, ontdekt en met knuppels en speren naar de andere wereld geholpen. Graaf Boudewijn is dus in maart 1098 alleen heerser in Edessa en de eigenaar van een goedgevulde schatkist.
Wat waren orthodoxe Armeniërs, Gregorianen en jokobitische Syriërs?
***Bron 10: blz.40/41***
Deden de kruisvaarders ook terreurdaden?
Dit oponthoud (de twist tussen Bohemund en de Baronnen over het al dan niet erkennen van het Byzantijnse gezag overde veroverde stad Anitiochië) wekt veel ongenoegen bij het overgrote deel van de kruisvaarders dat steeds luider aandringt op het voortzetten van de tocht. Onder hen de Ebonieten, Hun predikers verkondigen dat armoede voorwaarde is voor het heil. Zij vormen de groep van de Tafurs-armen of tsiganan- die de ijzeren lans van het leger zijn. Hun terreurdaden tegen de moslims zijn afgrijselijk; hun militiare kracht is niets waard. Ze bezitten lans noch schild, alleen een stok, zo overtuigd zijn ze dat de Voorzienigheid voor alles zal zorgen. Hun vreselijke gedrag ergert de oosterlingen en zelfs sommige ridders. De moslims worden door hen systematisch gedood en na de veldslag veranderen ze in menseneters door de lijken op te eten...
Wie zijn die Baronnen?
Wie zijn die Ebonieten?
Wat zijn tsiganen?
***Bron 10: blz.44***
Hoe verliep de verovering van Jeruzalem?
(Zie hoofdstuk de verovering van Jeruzalem)
Hoe reageert men in West-Europa op de sucsessen van de kruisvaarders in het Heilige land?
In het westen preken rondtrekkende monniken de propagandisten van de Kerk, met duizenden dat de gelovigen niet alleen worden opgeroepen tot een nieuwe kruistocht, maar ook tot christelijke kolonisatie van het Heilige Land. Het resultaat van die werving is onvoorstelbaar groot. Tussen 1100 en 1101 begeven zich drie grote legers op weg naar het Oosten. Verder dan Klein-Azië komen ze niet, het Heilige Land bereiken ze nooit. De kruisvaarders sneuvelen bij duizenden of worden door de Turken gevangengenomen. Een mislukte kruistocht.
***Bron 10: blz.54***
Hoe verliepen de relaties tussen de christenen uit het Westen en het Oosten?
De toenaderingspogingen van religieuze instanties tot de christenen in het Oosten blijven zonder succes door het superioriteitsgevoel van de Franken. De oosterse christenen, georganiseerd in geloofsgemeenschappen, gehoorzamen hun geestelijken. Het grootst is de groep van de Grieks-orthodoxen, chalcedoniërs net als de latijnen maar met een eigen hiërarchie, en de monofysistische jakobieten (een leer die ketters is verklaard op het concilie van Chalcedon in 451) die een eigen patriarch hebben. De Gregoriaanse Armeniërs vormen een eigen kerk...
... De Franken tonen geen enkele plooibaarheid. Ze vestigen een Latijnse kerkelijke hiërarchie en eigenen zich de kerken toe. Het gevolg is dat na drie generaties de oosterse christenen de verbondenen worden van Nur ed-Din en vervolgens van Saladin (Salah ed-Din). Hun status verschilt niet van die van de moslims. De Franken zijn hun vijanden geworden, die hun zelfs niet het zelfbestuur toestaan dat de islam hun steeds heeft gewaarborgd. Van de christelijke gemeenschappen in het Oosten hebben alleen de maronieten goede relaties met de kruisvaarders. Zij wonen in de bergen rondom Tripoli en hebben de Franken in 1099 gidsen verschaft. In de 7de eeuw hebben ze zich onder Johannes Maron van de Syriërs afgescheiden. Maron was patriarch van Antiochië, maar van hem is verder niets bekend. Die bergbewoners zijn geduchte boogschutters en goede soldaten. Ze sluiten zich aan bij de Frankische kerk en in 1181 zorgt patriarch Aimeric van Antiochië voor de vereniging van de maronitische en rooms-katholieke kerken.
Waarvoor stond de leer van de Grieks-orthodoxen, chalcedoniërs, de latijnen maar met een eigen hiërarchie, Gregoriaanse Armeniërs en de monofysistische jakobieten?
*De hospitaalridders (zie 1063)
***Bron 10: blz.70***
DE KRUISTOCHTEN: 1096. De volkskruistochten
1095-kruistochten-1096
Hoe kwam deze volkskruistocht op gang?
De grootste verrassing is dat de bazuinstoot van Clermont het oor en ziel bereikt van de ‘kleie luiden’ en op hen een uitwerking heeft, die waarschijnlijk door niemand is voorzien. Vanaf half augustus 1096 gaan ze op pad, alleen of met hun hele familei, met wat ze van hun bezit kunnen meenemen. Het word een ware volsverhuizing. De gangmaker is een monnik die naast ridders als Raimond, Godfried en Bohemeund een van de centrale figuren van de Eerste kruistocht wordt: Peter van Amiens, ook Peter de kluizenaar genoemd.
***Bron 10: blz.37***
Hoe verliep hun tocht?
De lange tocht van de kruisvaarders kenmerkt zich door moordpartijen, rooftochten, verwoestingen, massamoorden op joden in het Rijnland en een beestachtig zinloos moorden en plunderen in Hangarije en het Byzantijnse Keizerrijk.
Daarna slaat Peter (de kluizenaar) met zijn uitgeputte en geschonden leger de tenten op voor Constantinopel.
Een keizerlijk decreet staat hun toe ‘te kopen wat er in de stad te koop wordt aangeboden’. Zij geven er echter de voorkeur aan stelend en plunderend de vele verleidelijke zaken te bemachtigen. Dan nog niet tevreden verwoesten zij ‘ de paleizen van de stad, steken openbare gebouwen in brand, trekken het lood van de kerkdaken en verkopen di aan de Grieken’.
Onder druk van de voortdurende uitspattingen beveelt keizer Alexius enkele dagen later het krijgsvolk van Peter ogenblikkelijk de Bosporus oversteekt en zich op de Bithynische oever vestigt. Daar wordt het leger van de Kluizenaar door de Turken overvallen en zodanig ontredderd, dat het opde vlucht slaat. De Seldjoeken vernietigen Peters troepen bijna volledig. Daarmee is het lot van deze expeditie om het Heilige Graf te bevrijden bezegeld.
***Bron 10: blz.37/38***
Hoe reageerde men op deze mislukking?
Keizer Alexius stuurt degenen die het vege lijf hebben gered naar huis. Hoewel de keizer hun goede raad en gidsen geeft, keert de catastrofe van Peters bende zich tegen de keizer. Men redeneert: de God van de christenen kán niet worden overwonnen, de nederlaag is dus te danken aan verraad.***Bron 10: blz.38/39***
Hoe kwam deze volkskruistocht op gang?
De grootste verrassing is dat de bazuinstoot van Clermont het oor en ziel bereikt van de ‘kleie luiden’ en op hen een uitwerking heeft, die waarschijnlijk door niemand is voorzien. Vanaf half augustus 1096 gaan ze op pad, alleen of met hun hele familei, met wat ze van hun bezit kunnen meenemen. Het word een ware volsverhuizing. De gangmaker is een monnik die naast ridders als Raimond, Godfried en Bohemeund een van de centrale figuren van de Eerste kruistocht wordt: Peter van Amiens, ook Peter de kluizenaar genoemd.
***Bron 10: blz.37***
Hoe verliep hun tocht?
De lange tocht van de kruisvaarders kenmerkt zich door moordpartijen, rooftochten, verwoestingen, massamoorden op joden in het Rijnland en een beestachtig zinloos moorden en plunderen in Hangarije en het Byzantijnse Keizerrijk.
Daarna slaat Peter (de kluizenaar) met zijn uitgeputte en geschonden leger de tenten op voor Constantinopel.
Een keizerlijk decreet staat hun toe ‘te kopen wat er in de stad te koop wordt aangeboden’. Zij geven er echter de voorkeur aan stelend en plunderend de vele verleidelijke zaken te bemachtigen. Dan nog niet tevreden verwoesten zij ‘ de paleizen van de stad, steken openbare gebouwen in brand, trekken het lood van de kerkdaken en verkopen di aan de Grieken’.
Onder druk van de voortdurende uitspattingen beveelt keizer Alexius enkele dagen later het krijgsvolk van Peter ogenblikkelijk de Bosporus oversteekt en zich op de Bithynische oever vestigt. Daar wordt het leger van de Kluizenaar door de Turken overvallen en zodanig ontredderd, dat het opde vlucht slaat. De Seldjoeken vernietigen Peters troepen bijna volledig. Daarmee is het lot van deze expeditie om het Heilige Graf te bevrijden bezegeld.
***Bron 10: blz.37/38***
Hoe reageerde men op deze mislukking?
Keizer Alexius stuurt degenen die het vege lijf hebben gered naar huis. Hoewel de keizer hun goede raad en gidsen geeft, keert de catastrofe van Peters bende zich tegen de keizer. Men redeneert: de God van de christenen kán niet worden overwonnen, de nederlaag is dus te danken aan verraad.***Bron 10: blz.38/39***
DE KRUISTOCHTEN: 1095 paus urbanus doet oproep voor een kruistocht
BEGIN-kruistochten-1096
Welke waren de motvaties op op kruistocht te trekken?
Als paus Urbanus II in 1095 op het concilie van Clermont een oproep doet om een kruistocht te houden, staan hem echter ook politieke doeleinden voor ogen. Alexius I Comnens is zo verontrust over de Turkse invallen, dat hij in Rome hulp laat vragen aan paus Urbanus II. Het christendom is in groot gevaar. Een zegenrijke oorlog in Palestina zal de herovering van het Graf van Christus betekenen, de meest vereerde plaats in Jeruzalem. Maar het kan ook leiden tot een verbond tussen de Byzantijnse christenen en degenen die zijn verenigd onder het gezag van Rome. Het versterkt de macht van de Kerk over alle onhandelbare feodale vorsen.
... De tijdgenoten laten de religieuze motieven prevaleren. Degenen die gehoor geven aan zijn opproep belooft de paus vergiffenis van hun zonden en de onvergankelijke glorie van he Koninkrijk der hemelen. Christus is de opperste leenheer van de christenheid en het Heilige Land is zijn rechtmatig erfdeel. Daarom hebben Christus ‘leenmannen, de christenen dus, de plicht dit erfdeel voor hun opperste leenheer te heroveren en tegen de mohemmedanen te verdedigen. Wie in deze dienst aan Christus sterft, kan zeker zijn van de hemelse zaligheid.
***Bron 10: blz.32/33***
Wat heeft de paus precies gezegd?
Wat de paus op het concilie van Clermont precies heeft gezegd weten we niet. Zijn woorden zijn overgeleverd door enkel scrijvers, die het concilie zelf hebben bijgewoond. Hieronder volgen gedeelten uit de weergave van Robert de Monnik.
‘Mannen uit Frankrijk en van gene zijde der bergen, uitverkoren en bemind door God zoals is te zien aan de glans van uw werken, die een aparte plaats innemen onder de ander volken van deze wereld, zowel door de ligging van uw land al het geloof en de er die gij beewijst aan de Heilige Kerk, tot u richten wij onze woorden en aansporingen. Wij willen u namelijk laten weten welke smartelijke zaak ons in uw streken heeft gebracht, bewogen door uw behoeften en die van alle gelovigen. Uit de omgeving van Jeruzalem en uit de stad Constantinopel hebben ons treurige berichten bereikt.’
‘Volkeren uit het rijk van de Perzen - een vervloekt volk dat van God is vervreemd, zijn hart voor hem heeft gesloten en zijn geest niet aan de Heer heeft toeverttrouwd - zijn daar het gebied van de christenen binnengedrongen en hebben dit te vuur en te zwaard en door plundering verwoest. Een deel van de inwoners hebben zij als gevangenen meegevoerd, anderen zijn ellendig ter dood gebracht. Godskerken zijn tot in hun grondvesten vernield of dienstbaar gemakt aan hun eigen eredienst. Zij werpan de altaren omver na ze te hebben bezoedeld; zij besnijden de christenen en vergieten het bloed van de besnedenen op de altaren of in de doopvonten. Wie zij een schandelijke dood willen bereiden, doorboren zij de navel, halen het ingewand naar buiten en bevestigen dat aan een paal; vervolgens dwingen zij hen door zweepslagen om die paal heen te lopen todat hun darmen uit hun lichaam zijn gekomen zij dood neervallen. Anderen worden aan een paal vastgevbonden enn met pijlen doorboord; weeer anderen laten zij de hals strekken en proberen die met een enkele zwaardslag door te hakken. Wat moet ik zeggen van hun verfoeilijke verkrachting van vrouwen?
Moge uw hard worden bewogen en uw ziel moed vatten door de daden van uw voorouders, de dapperheid en grootheid van Karel de Grote en zijn zoon Lodewijk en uw ander koningen, die de heerschappij van de heidenen hebben vernietigd en de macht van de Heilige Kerk in hun land hebben gevestigd. En vooral, laat u bewegen ter wille van het Heilige Graf van Jezus Christus, onze Verlosser, dat door onzeine volken in bezit is genomen.’
‘Laat varen uw onderlinge haat en twisten, maak een eind aan uw strijd, beslecht uw bittere onenigheid. Begeef u op weg naar het heilige Graf, ontruk het land aan de handen van dat verfoeilijke volk en breng het onder uw eign macht. God heeft het in eigendom gegeven aan Israël, dat land waarvann de Schrift zegt dat ht overvloeit van melk en honing. Jeruzalem vormt het middelpunt der aarde en het land is zo vruchtbaar dat het, om zo te zeggen, de genietingen schenkt van een tweede paradijs. De Verlosser van de mensheid heeft het verheerlijkt door zijn komst, geëerd door zijn verblijf, gewijd door zijn lijden, verlost door zijn dood en onderscheiden door zijn graf. Deze koninklijke stad in het middelpunt van de wereld is nu in handen van zijn vijanden en de slavin van volkeren, die Gods wet niet kennen. Zij vraagt, zij smeekt u om haaar bevrijding. Onophoudelijk bidt zij u haar te hulp te komen. Zij verwacht die hulp vooral van u omdat, zoals wij al zeiden, God u bboven alle andere volken wapenroem heeft verleend. Begeef u dus op weg ter vergeving van uw zonden en wees vrzekerd van de onvergankelijke roem die u wacht in het koninkrijk der hemelen.’
‘Deze schone woorden enn meer van dezelfde strekking uit te spreken, wekte paus Urbanus bij de aanwezigen eenzelfde gevoel, zodat allen uitrriepen: God wil het! God wil het!’
Robert de Monnik, Historia Hierosolymitana
***Bron 10: blz. 130/131***
Wat zijn de rechtstreekse gevolgen van de oproep van de paus?
De paus is verrast dat zijn voorstel de heilige plaatsen te gaan veroveren met zo’n grote instemmng wordt ontvngen. Hij wist dat hij kon rekenen op de ridders uit midden-Frankrijk, vooral op Raimond van Saint-Gilles, grarf van toulouse, markies van de Provende. Maar bij hen voegen zich og drie legers: Vlamingen en Rijnlanders uit Neder-Lotharingen onder Godfried van Bouillon; ridders van het Ile-de-France en uit Champagne onder leiding van Hugo van Vermandois, broer van de Franse koning Filips I en Noormannen uit Zuid-Italië en Sicilië onder Bohemund en zijn neef Tancred.
Hoewel velen ongetwijfeld door een religieuze prikkel worden gedreven, zijn er ook velen die denken aan het te verwachten vrolik gerinkel van goudstukken, die de tocht oplevert.
***Bron 10: blz.36/37***
Welke waren de motvaties op op kruistocht te trekken?
Als paus Urbanus II in 1095 op het concilie van Clermont een oproep doet om een kruistocht te houden, staan hem echter ook politieke doeleinden voor ogen. Alexius I Comnens is zo verontrust over de Turkse invallen, dat hij in Rome hulp laat vragen aan paus Urbanus II. Het christendom is in groot gevaar. Een zegenrijke oorlog in Palestina zal de herovering van het Graf van Christus betekenen, de meest vereerde plaats in Jeruzalem. Maar het kan ook leiden tot een verbond tussen de Byzantijnse christenen en degenen die zijn verenigd onder het gezag van Rome. Het versterkt de macht van de Kerk over alle onhandelbare feodale vorsen.
... De tijdgenoten laten de religieuze motieven prevaleren. Degenen die gehoor geven aan zijn opproep belooft de paus vergiffenis van hun zonden en de onvergankelijke glorie van he Koninkrijk der hemelen. Christus is de opperste leenheer van de christenheid en het Heilige Land is zijn rechtmatig erfdeel. Daarom hebben Christus ‘leenmannen, de christenen dus, de plicht dit erfdeel voor hun opperste leenheer te heroveren en tegen de mohemmedanen te verdedigen. Wie in deze dienst aan Christus sterft, kan zeker zijn van de hemelse zaligheid.
***Bron 10: blz.32/33***
Wat heeft de paus precies gezegd?
Wat de paus op het concilie van Clermont precies heeft gezegd weten we niet. Zijn woorden zijn overgeleverd door enkel scrijvers, die het concilie zelf hebben bijgewoond. Hieronder volgen gedeelten uit de weergave van Robert de Monnik.
‘Mannen uit Frankrijk en van gene zijde der bergen, uitverkoren en bemind door God zoals is te zien aan de glans van uw werken, die een aparte plaats innemen onder de ander volken van deze wereld, zowel door de ligging van uw land al het geloof en de er die gij beewijst aan de Heilige Kerk, tot u richten wij onze woorden en aansporingen. Wij willen u namelijk laten weten welke smartelijke zaak ons in uw streken heeft gebracht, bewogen door uw behoeften en die van alle gelovigen. Uit de omgeving van Jeruzalem en uit de stad Constantinopel hebben ons treurige berichten bereikt.’
‘Volkeren uit het rijk van de Perzen - een vervloekt volk dat van God is vervreemd, zijn hart voor hem heeft gesloten en zijn geest niet aan de Heer heeft toeverttrouwd - zijn daar het gebied van de christenen binnengedrongen en hebben dit te vuur en te zwaard en door plundering verwoest. Een deel van de inwoners hebben zij als gevangenen meegevoerd, anderen zijn ellendig ter dood gebracht. Godskerken zijn tot in hun grondvesten vernield of dienstbaar gemakt aan hun eigen eredienst. Zij werpan de altaren omver na ze te hebben bezoedeld; zij besnijden de christenen en vergieten het bloed van de besnedenen op de altaren of in de doopvonten. Wie zij een schandelijke dood willen bereiden, doorboren zij de navel, halen het ingewand naar buiten en bevestigen dat aan een paal; vervolgens dwingen zij hen door zweepslagen om die paal heen te lopen todat hun darmen uit hun lichaam zijn gekomen zij dood neervallen. Anderen worden aan een paal vastgevbonden enn met pijlen doorboord; weeer anderen laten zij de hals strekken en proberen die met een enkele zwaardslag door te hakken. Wat moet ik zeggen van hun verfoeilijke verkrachting van vrouwen?
Moge uw hard worden bewogen en uw ziel moed vatten door de daden van uw voorouders, de dapperheid en grootheid van Karel de Grote en zijn zoon Lodewijk en uw ander koningen, die de heerschappij van de heidenen hebben vernietigd en de macht van de Heilige Kerk in hun land hebben gevestigd. En vooral, laat u bewegen ter wille van het Heilige Graf van Jezus Christus, onze Verlosser, dat door onzeine volken in bezit is genomen.’
‘Laat varen uw onderlinge haat en twisten, maak een eind aan uw strijd, beslecht uw bittere onenigheid. Begeef u op weg naar het heilige Graf, ontruk het land aan de handen van dat verfoeilijke volk en breng het onder uw eign macht. God heeft het in eigendom gegeven aan Israël, dat land waarvann de Schrift zegt dat ht overvloeit van melk en honing. Jeruzalem vormt het middelpunt der aarde en het land is zo vruchtbaar dat het, om zo te zeggen, de genietingen schenkt van een tweede paradijs. De Verlosser van de mensheid heeft het verheerlijkt door zijn komst, geëerd door zijn verblijf, gewijd door zijn lijden, verlost door zijn dood en onderscheiden door zijn graf. Deze koninklijke stad in het middelpunt van de wereld is nu in handen van zijn vijanden en de slavin van volkeren, die Gods wet niet kennen. Zij vraagt, zij smeekt u om haaar bevrijding. Onophoudelijk bidt zij u haar te hulp te komen. Zij verwacht die hulp vooral van u omdat, zoals wij al zeiden, God u bboven alle andere volken wapenroem heeft verleend. Begeef u dus op weg ter vergeving van uw zonden en wees vrzekerd van de onvergankelijke roem die u wacht in het koninkrijk der hemelen.’
‘Deze schone woorden enn meer van dezelfde strekking uit te spreken, wekte paus Urbanus bij de aanwezigen eenzelfde gevoel, zodat allen uitrriepen: God wil het! God wil het!’
Robert de Monnik, Historia Hierosolymitana
***Bron 10: blz. 130/131***
Wat zijn de rechtstreekse gevolgen van de oproep van de paus?
De paus is verrast dat zijn voorstel de heilige plaatsen te gaan veroveren met zo’n grote instemmng wordt ontvngen. Hij wist dat hij kon rekenen op de ridders uit midden-Frankrijk, vooral op Raimond van Saint-Gilles, grarf van toulouse, markies van de Provende. Maar bij hen voegen zich og drie legers: Vlamingen en Rijnlanders uit Neder-Lotharingen onder Godfried van Bouillon; ridders van het Ile-de-France en uit Champagne onder leiding van Hugo van Vermandois, broer van de Franse koning Filips I en Noormannen uit Zuid-Italië en Sicilië onder Bohemund en zijn neef Tancred.
Hoewel velen ongetwijfeld door een religieuze prikkel worden gedreven, zijn er ook velen die denken aan het te verwachten vrolik gerinkel van goudstukken, die de tocht oplevert.
***Bron 10: blz.36/37***
G CONCILIE: 1095 concilie van Clermont roept op tot een kruistocht
Als paus Urbanus II in 1095 op het concilie van Clermont een oproep doet om een kruistocht te houden, staan hem echter ook politieke doeleinden voor ogen. Alexius I Comnens is zo verontrust over de Turkse invallen, dat hij in Rome hulp laat vragen aan paus Urbanus II. Het christendom is in groot gevaar. Een zegenrijke oorlog in Palestina zal de herovering van het Graf van Christus betekenen, de meest vereerde plaats in Jeruzalem. Maar het kan ook leiden tot een verbond tussen de Byzantijnse christenen en degenen die zijn verenigd onder het gezag van Rome. Het versterkt de macht van de Kerk over alle onhandelbare feodale vorsen.
+ 1090 GODSVREDE EN KRUISBANIER
Oorlog voeren tegen de vijanden van God
De mannen van de Kerk verwaardigen zich soms met de ridders te strijden. Door de Gregoriaanse hervorming slaaft de kerk erinde geestlijken uit de leenverhouding te bevrijden. Het lukt sommige geestelijken de ‘Godsvrede’ in te stellen, waarbij gevechten in een bepaalde periode zijn verboden.
Omdat ze de oorlog echter niet kan tegenhouden, probeert de Kerk haar te christioniseren en de ridderschap een religieus stempel te geven. Het is duidelijk dat een ridder oorlog moet voeren. Welnu, stelt de Kerk, laat hem dan oorlog voeren tegen de vijanden van God en niet tegen zijn medechristenen. Laat hem de kruisbanier naar de landen van de ongelovigen dragen. Laat hem de diensten, verricht voor zijn heer, combineren met de dienst aan Christus en Zijn Kerk. Zo wordt de ridder een vrome held, die de bezittingen van de Kerk moet beschermenen de zwakken, armen, weduwen, wezen in de naam van God moet beveiligen. Het voornaamst doel is echter de strijd tegen het ongeloof.
Twee mensen twisten over de politieke koers van het middeleeuwse Westen: de keizer van het Heilige Romeinse Rijk en de paus. Voorlopig heeft aan het eind van de 11de eeuw de paus de overhand. In dat licht moet de oproep van paus Urbanus II worden gezien: hij verzamelt het christenvolk voor een grote onderneming om in zijn naam de soevereiniteit in de heilige plaatsen te vestigen.
***Bron 10: blz. 30/31***
De mannen van de Kerk verwaardigen zich soms met de ridders te strijden. Door de Gregoriaanse hervorming slaaft de kerk erinde geestlijken uit de leenverhouding te bevrijden. Het lukt sommige geestelijken de ‘Godsvrede’ in te stellen, waarbij gevechten in een bepaalde periode zijn verboden.
Omdat ze de oorlog echter niet kan tegenhouden, probeert de Kerk haar te christioniseren en de ridderschap een religieus stempel te geven. Het is duidelijk dat een ridder oorlog moet voeren. Welnu, stelt de Kerk, laat hem dan oorlog voeren tegen de vijanden van God en niet tegen zijn medechristenen. Laat hem de kruisbanier naar de landen van de ongelovigen dragen. Laat hem de diensten, verricht voor zijn heer, combineren met de dienst aan Christus en Zijn Kerk. Zo wordt de ridder een vrome held, die de bezittingen van de Kerk moet beschermenen de zwakken, armen, weduwen, wezen in de naam van God moet beveiligen. Het voornaamst doel is echter de strijd tegen het ongeloof.
Twee mensen twisten over de politieke koers van het middeleeuwse Westen: de keizer van het Heilige Romeinse Rijk en de paus. Voorlopig heeft aan het eind van de 11de eeuw de paus de overhand. In dat licht moet de oproep van paus Urbanus II worden gezien: hij verzamelt het christenvolk voor een grote onderneming om in zijn naam de soevereiniteit in de heilige plaatsen te vestigen.
***Bron 10: blz. 30/31***
@1081 HET BYZANTIJNSE KEIZERRIJK VERZOEK DE PAUS OM HUURTROEPEN
Waarom westerse huurtroepen?
In 1081 komt Alexius I Comnenus , uit een aanzienlijk geslacht in Azië, aan de macht. Hij verzet zich tegen de politiek van zijn voorgangers door de invloed van de handeldrijvende, welgestelde burgerij aan banden te leggen. Om de mohammedaanse invallers in zijn rijk te bestrijden en de verloren gebieden te heroverenvraagt hij de paus om soldaten. Zijn verzoek is ondubbelzinnig: hij vraagt huurtroepen, geenn interventie van westerse legers.
***Bron 10: blz. 26**
In 1081 komt Alexius I Comnenus , uit een aanzienlijk geslacht in Azië, aan de macht. Hij verzet zich tegen de politiek van zijn voorgangers door de invloed van de handeldrijvende, welgestelde burgerij aan banden te leggen. Om de mohammedaanse invallers in zijn rijk te bestrijden en de verloren gebieden te heroverenvraagt hij de paus om soldaten. Zijn verzoek is ondubbelzinnig: hij vraagt huurtroepen, geenn interventie van westerse legers.
***Bron 10: blz. 26**
1064 twaalfduizend mensen maken tocht naar heilige land. 1065
In 1064 - 1065 leidt Günther, bisschop van Bamberg, een tocht naar het Heilige Land met bijna 12 000 mensen.
***Bron 10: blz.31***
***Bron 10: blz.31***
1063 Hospitaalridders.
Hoe zijn de Hospitaalridders ontstaan?
Aan de wegen van het Westen en het Oosten vindt men al voor het begin van de kruistochten kloosters die gastvrijheid a pelgrims verschaffen. Omstreeks 1063 stichten kooplieden uit Amalfi (Zuid-Italië) in Jeruzalem het Hospitium, dat zijn naam geeft aan de hospitaalridders. De hospitaalridders maken zich na de eerste kruistocht los van het benidictijnenverband waartoe ze tot dan hebben behoord en sluiten zich aaneen tot een zelfstandig orde. Onder de tweede grootmeester Raimond van Puy krijgt de orde er een militaire taak bij en vormt zich om tot een geestelijke ridderorde..
***Bron 10: blz. 72/73***
Hoe waren ze georganiseerd?
De hospitaalbroeders legden de kloostergeloften van armoede, gehoorzaamheid en ongehuwde staat af. Verder namen ze het kleed aan dat ze sindsdien zijn blijven dragen: een zwatre mantel met daarop een wit, achtpuntig kruis, symbool van de acht zaligsprekingen uit de Bergrede... Voor de vervulling van de verschillende taken werden de leden van deorde in drie klassen vedeeld: als meest aanzienlijke klasse de ridders voor de krijgsdienst; dan de kapelaans voor de zuiver geestelijke en priesterlijkde functies; en voorts de servientes voor ziekenverzorging, huishoudelijk werk en schildknapendienst aan de ridders.
***Bron 10: blz. 75***
De hospitaalridders
‘De orde van de hospitaalridders of jahannieters werd niet als ridderorde gesticht, maar ontsond uit een hospitaalbroederschap, die al kort na 1063, dus voor het begin van de kruistochten, in Jeruzalem moet zijn ontstaan. Als eerste grootmeester van de orde wordt de Fransman Gérard beschouwd, maar de eer van de stichting komt toe, althans volgens de kroniekschrijver Willem van Tyrus, aan de benedictijnen van het Latijnse klooster in Jeruzalem, dat in 1063 was gesticht door kooplieden uit Amalfi (Zuid-Italië). Naast dat mannenklooster ontstond een vrouwenklooster en samen hebben zij in het eerste hospitaal gewerkt. Als schutspatroon werd oorspronkelijk de Egyptische heilige Johannes Elemosynarius gekozen, maar na de Eerste kruistocht ging men over op de meer bekende Johannes de Doper, die tot op heden de patroon van de johannieterorde is.
Aanvankelijk werden wellicht alleen pelgrims uit Amalfi opgenomen, maar al in 1080 wist een reiziger te berichten dat zich in Jeruzalem een Sint-Janshospitaal voor pelgrims uit alle landen bevond. Toen Jeruzalem in 1099 door de kruisvaarders was veroverd, werd Godfried van Bouillon op een inspectietocht door de stad zo getroffen door de verpleging die zijn gewonde soldaten in dat ziekenhuis ondervonden, dat hij een ridderhofstede en twee ovens in Jeruzalem aan de hospitaalridderschap schonk. Zijn voorbeeld werd weldra door vele kruisvaarders gevolgd; ook goederen buiten het heilige land werden geschonken. Zo onstond het over heel Europa verspreide grondbezit.
De hospitaalbroeders in Jeruzalem maakten zich in de jaren na de eerste kruistocht los van het benedictijnenverband waartoe ze hadden behoord.Ze legden de kloostergeloften van armoede, gehoorzaamheid en ongehuwde staat af in handen van de patriarch van Jeruzalem, het geestelijke hoofd van de christenen in het heilige land. Ze namen het kleed aan dat ze sindsdien zijn blijven dragen: een zwarte mantel met daarop een wit achtpuntig kruis, symbool van de acht zaligsprikingen uit de Bergrede (Mattheus 5:3-10). Paus Pschalis II stelde hen in een bul van 113 onder zijn pauselijke bescherming en bevestigde hen in het bezit van alle schenkingen, die al waren gedaan en in de oekomst zouden worden gedaan.
Op deze bul zijn in de eeuwen erna veel puselijke bullen met privilegies gevolgd. Zo werd in 1135 bepaald dat een bisschop niet het interdict, de kerkelijke banvloek, mocht uitspreken over de kerken van de johannieters, den dat zij in geval van een algemeen interict over een hele stad of streek toch met gesloten deuren voor hun eigen broeders kerkdienst mochten houden. Dit werd in 1154 in die zin uitgebreid dat ook leken in dat geval niet van deze kerkdienst waren uitgesloten. Ze kregen in 1137 van de paus het privilegie dat hun broeders bj een interdict toch recht hadden op een kerkelijke begrafenis, en dat de johannieters in het gebied waar het interdict gold, eenmaal per jaar de kerken mochten openen om er kerkdienst te houden en te collecteren. Onder broeders werden in de praktijk ook de beunstigers van de orde verstaan. Voor de gelovigen van toen, die niet konden leven zonder de sacramenten van de Kerk, warren deze bepalingen een grote troost en een reden om in hun eigen streek grond aan de orde te schenken voor de stichting van een kerk of kapel.
In deze tijd hield de orde zich niet meer uitsluitend met ziekenverpleging bezig. Onder de tweede grootmeester, Raimond van Puy, die haaar van ongeveer 1120 tot 1158 leidde, kreeg de orde er een militaire taak bij en vormde ze zich om tot een geestelijke ridderorde. Behalve de drie kloostergeloften die de broeders aflegden, namen ze ook de taak op zich met de wapens in de hand de mohammedanen te bestrijden: defensief bij het begeleiden van pelgrims of het verdedigen van burchten en offensief op veldtochten. Voor de vervulling van die verschillende taken werden de leden van de orde in drie klassen verdeeld: de aanzienlijkste klasse met de ridders vor de krijgsdienst; de kapelaans voor de zuiver geestelijke en priesterlijke functies; de servientes of dienende broeders voor ziekenverzorging, huishoudelijk werk en schildknapendienst aan de ridders. Buitenstaanders konden zich als confratres of donateurs bij de orde aansluiten en genoten dezelfde geestelijke privilegies als de broeders. Dan waren er nog de jonhanieterzusters die zich in kloosterverband aan ziekenverpleging wijdden.
Toch raar dat mensen die zien wat een oorlog allemaal uitricht met haar slachtoffers zelf nog eens extra gaan deelnemen aan die oorlog!
***Bron 10: blz. 138/139***
Aan de wegen van het Westen en het Oosten vindt men al voor het begin van de kruistochten kloosters die gastvrijheid a pelgrims verschaffen. Omstreeks 1063 stichten kooplieden uit Amalfi (Zuid-Italië) in Jeruzalem het Hospitium, dat zijn naam geeft aan de hospitaalridders. De hospitaalridders maken zich na de eerste kruistocht los van het benidictijnenverband waartoe ze tot dan hebben behoord en sluiten zich aaneen tot een zelfstandig orde. Onder de tweede grootmeester Raimond van Puy krijgt de orde er een militaire taak bij en vormt zich om tot een geestelijke ridderorde..
***Bron 10: blz. 72/73***
Hoe waren ze georganiseerd?
De hospitaalbroeders legden de kloostergeloften van armoede, gehoorzaamheid en ongehuwde staat af. Verder namen ze het kleed aan dat ze sindsdien zijn blijven dragen: een zwatre mantel met daarop een wit, achtpuntig kruis, symbool van de acht zaligsprekingen uit de Bergrede... Voor de vervulling van de verschillende taken werden de leden van deorde in drie klassen vedeeld: als meest aanzienlijke klasse de ridders voor de krijgsdienst; dan de kapelaans voor de zuiver geestelijke en priesterlijkde functies; en voorts de servientes voor ziekenverzorging, huishoudelijk werk en schildknapendienst aan de ridders.
***Bron 10: blz. 75***
De hospitaalridders
‘De orde van de hospitaalridders of jahannieters werd niet als ridderorde gesticht, maar ontsond uit een hospitaalbroederschap, die al kort na 1063, dus voor het begin van de kruistochten, in Jeruzalem moet zijn ontstaan. Als eerste grootmeester van de orde wordt de Fransman Gérard beschouwd, maar de eer van de stichting komt toe, althans volgens de kroniekschrijver Willem van Tyrus, aan de benedictijnen van het Latijnse klooster in Jeruzalem, dat in 1063 was gesticht door kooplieden uit Amalfi (Zuid-Italië). Naast dat mannenklooster ontstond een vrouwenklooster en samen hebben zij in het eerste hospitaal gewerkt. Als schutspatroon werd oorspronkelijk de Egyptische heilige Johannes Elemosynarius gekozen, maar na de Eerste kruistocht ging men over op de meer bekende Johannes de Doper, die tot op heden de patroon van de johannieterorde is.
Aanvankelijk werden wellicht alleen pelgrims uit Amalfi opgenomen, maar al in 1080 wist een reiziger te berichten dat zich in Jeruzalem een Sint-Janshospitaal voor pelgrims uit alle landen bevond. Toen Jeruzalem in 1099 door de kruisvaarders was veroverd, werd Godfried van Bouillon op een inspectietocht door de stad zo getroffen door de verpleging die zijn gewonde soldaten in dat ziekenhuis ondervonden, dat hij een ridderhofstede en twee ovens in Jeruzalem aan de hospitaalridderschap schonk. Zijn voorbeeld werd weldra door vele kruisvaarders gevolgd; ook goederen buiten het heilige land werden geschonken. Zo onstond het over heel Europa verspreide grondbezit.
De hospitaalbroeders in Jeruzalem maakten zich in de jaren na de eerste kruistocht los van het benedictijnenverband waartoe ze hadden behoord.Ze legden de kloostergeloften van armoede, gehoorzaamheid en ongehuwde staat af in handen van de patriarch van Jeruzalem, het geestelijke hoofd van de christenen in het heilige land. Ze namen het kleed aan dat ze sindsdien zijn blijven dragen: een zwarte mantel met daarop een wit achtpuntig kruis, symbool van de acht zaligsprikingen uit de Bergrede (Mattheus 5:3-10). Paus Pschalis II stelde hen in een bul van 113 onder zijn pauselijke bescherming en bevestigde hen in het bezit van alle schenkingen, die al waren gedaan en in de oekomst zouden worden gedaan.
Op deze bul zijn in de eeuwen erna veel puselijke bullen met privilegies gevolgd. Zo werd in 1135 bepaald dat een bisschop niet het interdict, de kerkelijke banvloek, mocht uitspreken over de kerken van de johannieters, den dat zij in geval van een algemeen interict over een hele stad of streek toch met gesloten deuren voor hun eigen broeders kerkdienst mochten houden. Dit werd in 1154 in die zin uitgebreid dat ook leken in dat geval niet van deze kerkdienst waren uitgesloten. Ze kregen in 1137 van de paus het privilegie dat hun broeders bj een interdict toch recht hadden op een kerkelijke begrafenis, en dat de johannieters in het gebied waar het interdict gold, eenmaal per jaar de kerken mochten openen om er kerkdienst te houden en te collecteren. Onder broeders werden in de praktijk ook de beunstigers van de orde verstaan. Voor de gelovigen van toen, die niet konden leven zonder de sacramenten van de Kerk, warren deze bepalingen een grote troost en een reden om in hun eigen streek grond aan de orde te schenken voor de stichting van een kerk of kapel.
In deze tijd hield de orde zich niet meer uitsluitend met ziekenverpleging bezig. Onder de tweede grootmeester, Raimond van Puy, die haaar van ongeveer 1120 tot 1158 leidde, kreeg de orde er een militaire taak bij en vormde ze zich om tot een geestelijke ridderorde. Behalve de drie kloostergeloften die de broeders aflegden, namen ze ook de taak op zich met de wapens in de hand de mohammedanen te bestrijden: defensief bij het begeleiden van pelgrims of het verdedigen van burchten en offensief op veldtochten. Voor de vervulling van die verschillende taken werden de leden van de orde in drie klassen verdeeld: de aanzienlijkste klasse met de ridders vor de krijgsdienst; de kapelaans voor de zuiver geestelijke en priesterlijke functies; de servientes of dienende broeders voor ziekenverzorging, huishoudelijk werk en schildknapendienst aan de ridders. Buitenstaanders konden zich als confratres of donateurs bij de orde aansluiten en genoten dezelfde geestelijke privilegies als de broeders. Dan waren er nog de jonhanieterzusters die zich in kloosterverband aan ziekenverpleging wijdden.
Toch raar dat mensen die zien wat een oorlog allemaal uitricht met haar slachtoffers zelf nog eens extra gaan deelnemen aan die oorlog!
***Bron 10: blz. 138/139***
Abonneren op:
Reacties (Atom)