Posts tonen met het label De Spaanse Inquisitie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Spaanse Inquisitie. Alle posts tonen

dinsdag 5 februari 2008

1989 aanvechting van de afschaffing van de spaanse inquisitie

Het is bijna niet te geloven! Een van de getrouwste verdedigers van de Inquisitie vocht recentelijk (het boek dateert van 1989) nog dit decreet (van de Spaanse koningin-regentes Maria-Christina in 15 juli 1834) aan, beschouwend als een vorm van machtsmisbruik; de Spaanse regering had het echt niet ‘om een kerkelijke rechtbank zonder toestemming van de Heilige Stoel op te heffen’, omdat ze niet bevoegd was zich uit te spreken ‘over geestelijke aangelegenheden’. Het Vaticaan moet zich ongetwijfeld niet gekwetst voelen, want het heeft nooit een protest hieromtrent geuit.
***Bron 6: blz. 30/32***

1865. Afschaffing statuut van de ‘zuiverheid van het bloed’

Pas in 1865 schafte men in Spanje de ‘limpieza de sangre’, de ‘zuiverheid van het bloed’ af dat al bestond sinds 1547. Dit statuut betekende dat het in die periode voor mensen onmogelijk was om een openbare functie te bekleden zonder bewijs af te legen van zijn ‘zuiverheid’. De Inquisitie besliste uiteraard over deze zuiverheid.
***Bron 6: blz. 24***

1834. De vierde afschaffing van het heilig officie in Spanje

...Toen na de dood van FerdinandVII de liberalen weer aan de macht waren gekomen, stelde zich merkwaardigerwijs de vraag of een insituut dat al dood was in stilte moest worden begraven. De ministers verschilden hierover van mening, maar de herinnering aan de weifelingen van Ferdinand VII en de aanwezigheid van het carlistische gevaar eden hen ten slotte kiezen voor een nieuwe, plechtige afschaffing van het Heilig Officie. Dit werd op 15 juli 1834 door koningin-regentes Maria-Christina gedecreteerd. Bovendien werd besloten dat de bezittingen van de Inquisitie zouden worden gebruikt ‘ter delging van de staatschulden’.
***Bron 6: blz. 35***

1826. Surrogaat-inquisitie veroordeeld Cayetano Ripoll

Maar in 1824 probeerden de bisschoppen op eigen houtje een surrogaat-Inquisitie op te richten: Juntas de fe werden in enkele steden ingesteld. Die vanValencia begon snel het proces tegen een ongelukkige schoolmeester, Cayetano Ripoll, die zich ‘deïst’ noemde. De koning liet de Juntas de fe ontbinden, wat niet verhinderde dat de zaak-Ripoll als een tragische klucht eindigde. Hij werd aan de wereldlijke macht overgeleverd als ‘verstokt ketter’ en de schoolmeester moest, zoals in de goede oude tijd, worden verbrand. Dat durfde men niet , maar in 1826 werd hij opgehangen boven een kist waarop vlammen waren geschilderd.
***Bron 6: blz. 35***

1823 in spanje was de inquisitie er moeilijk onder te krijgen

In Spanje was de Inquisitie er moeilijk onder te krijgen. Vanaf het herstel van het absolutisme in 1823 en tijdens de witte tereur zetten de bisschoppen, onder leiding van de oud-inquisiteur-generaal Castillón engesteund door het leger en de uiterst rechtse adel, een onvermoeibare campagne op touw voor de heroprichting van de ‘heilige rechtbank’, die als enige in staat was tegen de ‘goddelosheid’ en de toetroom van ‘slechte boeken’ te vechten.
Ferdinand VII voelde daar zonder twijfel wel iets voor, maar de buitenlandse ambasadeurs enzijn geznt inParijs waarschuwden hem tegen de kwalijke gevolgen die een dergelijke beslissing in Europa zou hebben. Bovendien wantrouwde hij de uiterst rechtsen, die geen gelegenheid voorbij lieten gaan om tegen hem samen te zweren. Hij hield dus zijn mond.
***Bron 6: blz. 34***

1820. Spanse inquisitie voor de derde keer afgeschaft

De laatse inquisiteur-generaal van Spanje, Castillón y Sales, die Mier in 1818 opvolgde, had nauwelijks tijd om streng op te treden. Begin 1820 zegevierde de liberale militaire opstand en de koning moest trouw zweren aan de grondwet van 1812. Op 9 maart werd de Inquisitie voor de derde keer afgeschaft. Het volk, dat niet zo’n medestander van het Heilig Officie was als men had doen voorkomen, had toen al de poorten van de Inquisitoriale gevangenissen geforceerd.
***Bron 6: blz. 34***

1814. Ferdinand VII verklaarde de grondwet van 1812 ongeldig, en de Inquisitie is terug

Deze bepalingen (de Spaanse Grondwet van 1812) zouden neit lang van kracht zijn. Nagenoeg onmiddellijk na zijn terugkeer in Spanje verklaarde Ferdinand VII in maart 1814 alle beslissingen van de Cortes van Cadiz ongeldig en op 21 juli verleende hij formeel de rechtbank van de Inquisitie opnieuw ‘de uitoefening van haar jurisdictie’ en de censuur van boeken. Tegelijkertijd werd de ‘heilige rechtbank’ weer opgericht in Mexico, Lima en Cartagena (Colombia).
***Bron 6: blz. 34***

1812. De inquisitie opnieuw afgeschaft via de nieuwe spaanse grondwet

In 1810 waren de Cortes, buiten de door de Franse legers bezette gebieden, bij elkaar gekomen n Cadiz; zij stelden daar de Grondwet van 1812 op en discussieerden eindeloos over het lot van de Inquisitie; ze wisselden uiteenzettingen, artikelen in de pers en vele, soms zeer heftige, pamfletten met elkaar uit. De aangenomen tekst, die volgens een het Heilig Officie goedgezinde schrijver ‘plagiaat van de Franse revolutionaire Grondwet was’, stelde nochtans: ‘De religie van de Spaanse Natie is en zal altijd de apostolische en de alleen ware roms-katholieke blijven en de Natie verbiedt de uitoefening van elke andere.’ Overigens worden aan de burgers waarborgen voor hun vrijheid verleend en aan de justiciabelen een rechtwaardige behaneling door de rechtbanken. De vraag rees dus of de Inquisitie al dan niet verenigbar was met de Grondwet. Het was voldoende om de artikelen met betrekking tot de rechtelijke procedure te vergelijken met die van de Instructies van het Heilig Officie uit 1561 en de tegenstanders ervan lieten dat niet na. Om het debat te verbreden bepleitte de geestelijke Ruiz de Padron, hoewel ‘beboegd minister van het Heilig Officie’, de overbodigheid van de rechtbank van de Inquisitie met haar ‘diametraal aan de Grondwet tegengesteld’ karakter. Deze argumenten werden vermeld in een populair werk ‘De Inquisitie zonder masker’ van Antonio Puigblanche, die eraan toevoegde: ‘Dit instituut stond de vooruitgang de wetenschappen in de weg en heeft het despotisme gesteund.’...
...Hoewel de Cortes op 22 februari 1813 met negentig stemmen voor en zestig tegen de knoop doorhakten door de rechtbank van de Inquisitie ‘strijdig met de Grondwet’ te verklaren, begon hun decreet met aan de bisschoppen de bevoegdheid te geven ‘geloofszaken te berechten’. De verdwijning van het Heilig Officie opende dus niet noodzakelijk de poort naar geestelijke vrijheid. Het decreet bevatte overigens en tupisch inquisitoriale prakktijk door in artikel IV te stipulerendat ‘elke Spanjaard bij een kerkelijke rechtbank van het delict ketterij kon worden beschuldigd’.
***Bron 6: blz. 33/34***

‡ 1811. De bezwaarende verhandeling van juan Antonio Ilorente

Aan de zijde van Jozef Bonaparte bevonden zich liberalen, zoals de ex-minister Urquijo en een priester die heel wat ophef zal maken en die het zwarte schaap wordt van de verdedigers van de Inquisitie:, oud-secretaris-generaal van het Heilig Officie te Madrid, verdacht geworden, met name omdat hij de inquisiteur-generaal een plan had voorgelegd om de procedure van het ‘heilig tribunaal’ te herzien. Jozef benoemt hem tot Staatsraad en draagt hem op de archieven van de Inquisitie te bestuderen. Llorente wijdt zich met hart en ziel aan deze taak en hij presenteert in 1811 aan de Koninklijke Aacademie een ‘Historische verhandeling over hoe de Spaanse nationale opinie tegenover de inquisitoriale rechtbank ston’; hierin brengt hij de tegenstand in herinnering waarop de Iquisitie vanaf haar begintijd is gestuit. In het vervolg zullen de tegenstanders van het Heilig Officie uit deze verhandeling hun argumnten putten. In 1813 wordt koning Jozef uit Spanje verjaagd; een aantal Afrancesados, onder wie de oud-grootinquisiteur Arce en Juan Antonio Llorente, vergezelt hem naar Frankrijk.
***Bron 6: blz. 32/33***

1808. Napoleon schaft een eerste keer de Inquisitie in Spanje af

Na de troonsafstand van Karel IV en aan de vooravond van de intocht van de Fransen in Madrid treed d inquisiteur-generaal af en wordt een van de notoirste ‘verfransten’ (afrancesados). Hij loopt over naar koning Jozef, die hem tot zijn grootaalmoezenier aanstelt. Het Heilig Officie ligt aan de voeten van de nieuwe machthebber. Veroordeelt het de opstand van Dos de Mayo niet krachtdadig als een ‘schandelijk oproer van het gepeupel’? Deze onderwerping verhinderde Napoleon niet om op 4 december het decreet te onderekenen waardoor de Inquisitie werd afgeschaft en haar bezittingen geconfisqueerd;
***Bron 6: blz. 32***

1789. De angst van Inquisitie voor de Franse Revolutie

Vanaf 1789 droeg de angst van de koning van Spanje, de clerus en de adel voor de Franse Revolutie bij tot een opnieuw toenemende macht van de Inquisitie. Zij wordt duidelijk de politieke helper van het absolutisme,, dat zij overigens al sinds 1747 verdedigt door in haar Index van verboden boeken naast filosofische en theologische werken ook willekeurig in Frankrijk uitgegeven historische en literaire werken op te nemen. In de Index van 1790 vindt men naast Voltaire, Rousseau en de encyclopedisten eveneens ‘galante’ werken zoals de Fabels van La Fontaine, ongevaarlijk werken als Robinson Crusoe en een geografiemethode die in 1781 door een Franse priester werd geschreven. De verboden beletten niet dat de veroordeelde werken clandestien in enorme hoeveelheden de Spaanse grens passeerden, waar smokkel traditioneel een actieve en winst gevendebezigheid was.
***Bron 6: blz. 29***

Het einde van de macht van de Spaans Inquisitie

‡ 1747. Koning karel VII ontnam de inquisitie elke macht.
1740-de inquisitie-1750
***Bron 6: blz. 30***

1740. Verval van de inquisitie in spanje

Vanaf 1740 neemt de activiteit van het Heilig Officie duidelijk af; het aantal auto-da-fe’s vermindert, men gaat minder vaak over tot verbranden - onder de regeringen van Karel III en Karel IV (spaanse koningen) dus van 1759 tot 1808, waren er ‘maar’ tien ‘overgedragen’ veroordeelden, van wie er ‘slechts’ vier werden verbrand - en de autos voltrekken zich in de beslotenheid van een kerk (autos particulares). In 1745 ontdekte het Heilig Officie met verraging de jansenisten en door een merkwaardige uit onwetendheid voortkomende verwarring zal het alles wat uit het Frankrijk van de Verlichting komt onder die noemer brengen. Omdat de processen, de veroordelingen en ten gevolge daarvan ook de confiscaties veel schaarser worden, kent het instituut een financiële crisis, die nog ernsitger zal worden.
***Bron 6: blz. 28/29***

1687. Vervolging van de volgelingen van molinos

In de eerste jaren van de voorgaande eeuw waren de molinisten of quiëtisten verschenen, volgelingen van Molinos. Deze Spaanse priester was naar Rome gegaan, waar zijn mustiek traktaat ‘Geestelijke Gids’ onmiddellijk een groot succes kende. Spoedig daarop werd Molinos aangevallen door de jezuïeten en de dominicanen en gearresteerd door het Romeinse Heilig Officie. In 1687 werd hij, na zijn werk te hebben afgezworen, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Na zijn dood in 1696 werden zijn getrouwen lange tijd in Spanje vervolgd. Ondertussen hield de Inquisitie zich bezig met een geheel andere tegenstander: de vrijmetselarij...
***Bron 6: blz. 28***

1610. Alonso de Salazar Frias en het laatste "auto-da-fe" van Logrono

En heksen
... Overigens toen de vervolging van tovenaars en heksen elders duizenden slachtoffers maakte, deed dit probleem zich niet echt voor op het Iberisch schiereiland, behalve in het noorden van Castilië en vooral in Navarra. Men hield in 1610 te Logrono een verschrikkelijke auto-da-fe, waarbij 53 verdachten ‘optraden’, van wie er zes levend werden verbrand omdat ze naar de aquelarre (de Baskische naam voor de sabbat) waren gegaan. Dis was het laatste auto-da-fe van dit soort. Hier moet eer worden betuigd aan een intelligent inquisiteur. Alonso de Salazar Frias, die na een bezoek aan Navarra stoutmoedig concludeerde dat er in die hekserij alleen maar verbeelding en valse beschuldigingen een rol speelden. In 1614 stopte het Heilige Officie vervolging in dergelijke zaken. Weliswaar werden daarna nog mensen bestraft voor bijgeloof en tovenarij, maar in tegenstelling tot de rest van Europa werden in Spanje (en in Portugal) geen heksen meer verbrand.
***Bron 6: blz. 23***

1559. Register van verboden boeken 1966

De censuur werd ingesteld
...dat zich afsloot voor van buiten komende invloeden en zich volledig isoleerde: Filips II riep alle in het buitenland studerende Spanjaarden terug. De censuur werd ingesteld; in 1551 verscheen een Index; hij werd afgesloten in 1559 - er zouden er nog vele volgen. Vanaf 1558 werd het importeren van buitenlandse boeken een strafbaar feit.
***Bron 6: blz. 22/23***

1547. Het definitieve statuut ‘zuiverheid van het bloed’

Omdat ze geen heksen kon vervolgen, zete de Spaanse Inquisitie de overigens financieel winstgevende vervolging van conversos door. De aandacht moet hier worden gvestigd op het feit dat deze vervolging niet alleen een religieus, maar weldra een puurr racistisch karakter kreeg. Rassendiscriminatie deed vanaf de vijftiende eeuw haar intrede in de militaire en religieuze orden. Toen had Torquemada verordend dat veroordeelden wegens joodse praktijken moesten worden uitgesloten van openbare functies. Daarna strekte dit verbod zich uit tot alle bekeerden en hun afstammelingen. Op 25 juli 1547 werd te Toledo het definitieve statuut uitgevaardigd over de ‘limpieza de sangre’, de ‘zuiverheid van het bloed’. Eerst was dit controversieel, maar het werd goedgekeurd door Paulus IV (niet door zijn opvolgers) en door Filips II. Vanaf dat moment is het onmogelijk openbare functies te bekleden zonder bewijs af te legen van zijn ‘zuiverheid’. Wie besliste daarover? Vanzelfsprekend de Inquisitie, die hiertoe commissarissen benoemde. De jezuïeten, die aanvankelijk vijandig stonden tegenover deze maatregelen, bogen zich in 1593 voor de druk van het Heilig Officie en sloten afstammelingen van conversos uit hun orde uit, maar lieten in 1608 toch diegenen toe die vijf generaties katholieken achter zich hadden (in een tijd waar in Spanje geen recente bekeerlingen meer waren). Maar de voorschriften van de limpieza bleven nog lange tijd daarna van kracht; hun volledige afschaffing vond pas plaats in ... 1865
***Bron 6: blz. 23/24***

Inquisiteur-generaal Diego de Deza en Diego de Lucero

Toen Diego de Deza hem in 1499 opvolgde, was de Inquisitie almachtig geworden in Spanje. Ambtenaren moesten de eed afleggen haar medewerkers bij te staan. Enkelen van hen zijn bekend om hun wreedheid en gebrek aan scrupules. Diego de Lucero heeft in Córdoba een bijzonder sinistere herinnering nagelaten; niet voldoende tevredengesteld door volle gevangenissen en door de terreur die op de bevolking werd uitgeoefend, verrijkte hij zich aanzienlijk door een wat in onze tijd ‘gang’ wordt genoemd te organiseren die de ‘conversos’ moest beroven. Dezen konden nergens hun toevlucht zoeken, want Lucero werd geprotegeerd door de inquisiteur-generaal en die op zijn beurt door de koning. Toen kwamen in 1506 de Corduanen in opstand. Diego de Deza moest zijn ontslag indienen; hij werd vervangen door Jiménez de Cisneros, een ontwikkeld man, maar evenzeer een fanaticus. Wat Lucero betreft, ondanks zijn beschermers werd hij gevangengezet, maar hij werd ten slotte in 1514 vijgelaten.***Bron 6: blz. 22***

1498. De prooiën en het succes van de spaanse inquisitie

Nieuwe prooien die de rol van de kerk tot een minimum terugbrachten
In 1498 had de Inquisitie sodomie toegevoegd aan de misdaden die onder haar bevoegdheid vielen; later komen daar nog bigamie en blasfemie bij. Ondertussen blijven tot in 1520 haar voornaamste slachtoffers de ‘conversos’. Omstreeks die datum dienen nieuwe prooien zich aan.: de alumbrados, een groep van verlichten (illuminaten), mystici, vooral vrouwen, godzaligen, die de rol van de kerk en de waarde van haar ceremoniën tot een minimum terugbrachten en aanspraak maakten op een direct contact met God. Daarna zijn het de aanhangers van de stellingen van Erasmus, die aanvankelijk goed worden onthaald maar daarna verdacht werden, hoewel Erasmus zelf nog niet was veroordeeld. Illuminaten en erasmianen werden vervolgd en de Inquisitie brengt hen in haar afkeuring onder dezelfd noemer als de ‘lutheranen’. Volgens de Spaanse theoloog MelquíadesAndrés was er een ‘gemeenschappelijk kenmerk qua spiritualiteit’ tussen de alumbrados, de erasmianen en de ‘Lutheranen’: het innerlijke leven. ‘Zij leggen er de nadruk op persoonlijke relaties van de ziel met God, zonder tussenkomst van priesters of de kerk...’ Voor het merendeel Spanjaarden die geïnspireerd werden door bepaalde ideeën van de Hervorming, deels ook echte protestanten, maar dat waren vooral buitenlanders. Men hied er grote auto-da-fe’s voor, van 1559 tot 1562, met name in Valladolid en Sevilla, en het protestantisme verdween uit Spanje, dat zich afsloot voor van buiten komende invloeden en zich volledig isoleerde: Filips II riep alle in het buitenland studerende Spanjaarden terug. De censuur werd ingesteld; in 1551 verscheen een Index; hij werd afgesloten in 1559 - er zouden er nog vele volgen. Vanaf 1558 werd het importeren van buitenlandse boeken een strafbaar feit.
***Bron 6: blz. 22/23***

Persoonlijke nota

Het verbaast mij dat de Inquisitie zolang zijn gang heeft kunnen gaan in Spanje. Hoe Duivels kan iets zijn??? Ik vind deze periode toch wel het absolute diepte punt van het Katholisisme.

Krichrie