Posts tonen met het label De Joodse religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Joodse religie. Alle posts tonen

dinsdag 5 februari 2008

Wat waren de oudste geschreven getuigenissen tot ongeveer 1940

+ 900 oudste hebreeuwse schriftelijke getuigenissen
Voor de opzienbarende vondsten in Qumran aan de Dode Zee stamden de oudste bewaard gebleven Hebreeuwse schriftelijke getuigenissen uit de tiende eeuw, niet voor maar na Christus.
***Bron 9: blz. 78***

Wat waren de oudste geschreven getuigenissen tot ongeveer 1940

+ 900 oudste hebreeuwse schriftelijke getuigenissen
Voor de opzienbarende vondsten in Qumran aan de Dode Zee stamden de oudste bewaard gebleven Hebreeuwse schriftelijke getuigenissen uit de tiende eeuw, niet voor maar na Christus.
***Bron 9: blz. 78***

ESSENEN

Volkomen gemeenschap van goederen
Vanuit huidig standpunt zou men de Essenen wel groene esoterici of esoterische groenen kunnen noemen. In hun tijd stonden ze bekend om hun eenvoudige leefwijze, om hun georganiseerde akkerbouw en handel, hun belangstelling voor geneeskunst en hun behandelmethodes met behulp van kruiden en stenen. Maar vooral om een heel bijzondere kijk op religie. Bij de grote joodse historicus Josephus Flavius lezen wij: ‘Als zij offerandes naar de tempel sturen brengen zij daarmee geen offers, omdat zij beweren heiliger middelen van reiniging te bezitten. Om die reden is hun de toegang tot het gemeenschappelijk Heiligdom niet toegestaan en zij verrichten daarom hun eredienst apart’ (joodse Oudheden XVIII 1:5) Verder vindt men bij Josephus aanwijzingen dat zij zich bezighielden met astrologie, dat zij aan wedergeboorte geloofden en meesters waren in de kunst van het voorspellen. Hoogstwaarschijnlijk vormden zij dat deel van het jodendom dat zich uitvoeriger met een der geheimeleringen uit het mediterrane gebied bezighielden, en waaruit wellicht nadien de numerologie en de uiteenlopende disciplines van de kabbala, de joodse geheime leer, ontstonden. Josephus Flavius prees hen ‘om een bij de Grieken en de andere volkeren geheel onbekende, bij hen echter niet pas sinds korte tijd, maar al sinds vele jaren heersende vereffenende gerechtigheid, volgens welke zij volkomen gemeenschap van goederen hebben en de rijke niet méér voordeel van zijn goederen laten dan de arme’ (joodse Oudheden XVIII 1:5)
***Bron 9: blz. 92-93***
Streden de Essenen ook voor een Messias?
Dat (het doel van ieder mens moest inleving zijn n de goddelijke wereldorde) beïnvloedde ook het dagelijks leven van de Essenen. Nadat men hen steeds voor strenge in de woestijn levende asceten had gehouden tonen nu de in Qumran gevonden schriftrollen het tegendeel aan: zij kenden speciale voorschriften voor he moment waarop men zou trouwen: de Essenen beschouden jongemannen van hun twintigste jaar af als rijp om te huwen en kinderen te verwekken, en van het dertigste jaar af werd men waardig geacht tot hogere graden van de Esseense gemeenschap te worden toegelaten.Dat zou een aanwijzing kunnen zijn waarom Jezus pas na zijn dertigste met zijn prediking begon. Ook voor de reden waarom zijn leer in gelijkenissen werd gegeven kan men bij de Essenen een aanwijzing vinden: zij zouden niet alleen veel en diepgaand de heilige boeken bestudeerd hebben, maar ook steeds de spreuken -
van de profeten hebben aangehaald.
Vermaard waren zij ook om de apocalyptische visioenen, waaraan ze de faam dankten tot ver in de toekomst te kunnen zien. Herodes zelf ontsloeg hen van de eed van trouw, die iedereen op hem moest zweren, omdat het een Esseen was geweest die hem geprofeteerd had dat hij te eniger tijd koning der joden zou werden (joodse Oudheden XV 10.4.5)...
Volgens Josephus zouden de Essenen tegen de vierduizend leden hebben gehad, en vierduizend ontwikkelde en zeer gedisciplineerde mensen kunnen een vrij grote explosieve kracht vormen. Niet voor niet denkt men tegenwoordig dat de Essenen ondanks hun vredelievendheid aan de verdediging van de vesting Masada hebben deelgenomen. In 73 n.C. Pleegden na een heldhaftige tweejarige verzetstrijd tegen de Romeinen 960 mensen op deze rotscitadel in de woestijn massaal zelfmoord. Slechts enkele vrouwen en kinderen kinden ontkomen. Van hen stamt de overlevering van een verdedigingsrede, waarin niet alleen een zeer nationalistische, maar vooral ook aan deEssenen herinnerende religieuze ondertoon doorklinkt. Bovendien heeft men in Masada schriftrollen gevonden die op teksten van de Essenen gemeenschap lijken.
De Essenen hadden naar het zich laat aanzien een mensbeeld waarin verzet ten behoeve van nadere menselijke ontwikkeling en ontplooiing geoorloofd was. En als wij de pythagorische voorstelling van een goddelijke wereldorde in herinnering roepen, het geloof aan de sterren en de idee van wedergeboorte, dan zouden de Essenen heel wel ook voor de menselijke evolutie gestreden kunnen hebben. De Messias als schakel tussen hemel en aarde past als evenzeer in dat beeld, en ook de dood aan het kruis zou aan de oude offer-ideeën toegeschreven kunnen worden, die rondom de Middellandse Zee nog altijd zeer levendig waren...
Ingeval Jezus de dood aan het kruis overleefde, zouden stellig al Essenen in het voorbereide graf hebben gewacht om hem eerste hulp te verlenen. In de overlevering echter komen wij aan het graf alleen engelen of althans in het wit geklede figurren tegen; nu waren ook de Essenen heel vaak in witte linnen kledij gehuld - zoals ook vele artsen nu nog witte jassen dragen.
Terecht rijst dan ook in onze tijd de vraag of de twee mannen in stralend wit kleed, die bij de evangelist Lucas aan de vrouwen verschijnen (Luc. 24:4) Essenen geweest kunnen zijn, die Jezus medische hulp verleenden. Bij Marcus is het overigens een jongeman in een wit gewaad (Marc. 16:5), en alleen Mattheüs en Johannes spreken over engelen, waarbij het bij Mattheus gaat om één uit de hemel afgedaalde, met een kleed zo wit als sneeuw (Matth. 28:8). Bij Johannes begroeten twee engelen in witte gewaden Maria Magdalena (Joh. 20:12), meteen daarna verschijnt Jezus zelf, zegt haar echter hem niet vast te houden, omdat hij nog niet naar zijn vader opgestegen is.Dat alles zou een aanwijzing kunnen zijn dat Jezus aan de dood ontkwam...
***Bron 9: blz. 93***
De macht van de predestinatie
De Essenen geloofden in de macht van de predestinatie en de sterren. ‘Alles ligt in de macht der lotsbestemming’ kan men bij Josephus over hen lezen; maar vooral geloofden zij ook aan wedergeboorte en daarmee aan het karma; het rad van het lot dat elk leven begeleidt. Zondares werd men dus niet door eigen schuld; als ‘zinsbeluste’ deerne werd men geboren. Bovendien wisten de Essenen stelig uit de bestudering van de Egyptische en Griekse geheime leringen welke totaal andere rol de prostitutie vroeger speelde, en dat bij de offering van de god altijd vrouwen betrokken waren.
***Bron 9: blz. 96***

-63/66. VEEL MESSIASSEN (ZIE OOK ‘KONING VAN DE JODEN’)

Wat was de taak van de gezalfde koning van de joden, de Messias?
...Het {joodse} volk beschouwde zich als ‘door God uitverkoren’ terwijl de koning van een dergelijk volk werd gezien als méér dan andere koningen, zelfs meer dan de keizer van het Romeinse Rijk. Hij was een uiting van Gods wil; een belichaming van Godsplan met het volk als geheel; de spreekbuis voor Gods bedoelingen en wensen. Hij was in laatste instantie evenzeer een orakel, hogepriester en geestelijk leider als hij koning was.
***Bron 3: blz. 37-39***
Wie kon er de gezalfde koning van de joden, de Messias worden?
Dit alles, natuurlijk in het verband van die tijd, is wat de uitdrukking ‘Messias’ betekende. In strikt letterlijke vertaling betekende ‘Messias’ niet meer of minder dan: ‘de gezalfde’. Met andere woorden: deze term duidde de behoorlijk gewijde en door God bevestigde koning aan, en werd gewoonlijk toegepast op David en de opvolgers van David, van Salomo af. ‘Elk joodse koning uit het huis van David was gekend als Messias, of Christus, en een gebruikelijke manier van verwijzing naar de hogepriester was: “Priester-Messias”...
Maar dat niet alleen: ten tijde van Jezus’ geboorte werd een militante gewapende oppositie tegen Rome georganseerd en geleid door een man die eveneens op de titel van Messias aanspraak maakte. Hij werd als zodanig niet alleen door zijn rechtstreekse volgelingen erkend, maar ook door een deel van de bevolking. Zijn zoon ‘keerde (in 66 na Christus) met de status van koning terug naar Jeruzalem’ en bezocht ‘in koninklijke gewaden gehuld’ de tempel om daar te bidden. (Judas de Galileeër en zijn zoon Manahem. Josephus, Oorlogen, II, XVII)
***Bron 3: blz. 37-39***
Hoe goddelijk was de gezalfde koning van de joden, de Messias?
Het is wel overbodig op te merken dat aan dergelijke figuren niets intrinsiek goddelijks was. Feitelijk zou de onderstelling dat enig méns God was of zelfs ‘maar’ zoon van God, in letterlijke zin voor Jezus en zijn tijdgenoten, uitermate godslaterlijk zijn geweest. Voor Jezus en zijn tijdgenoten zou alleen al de gedachte van een goddelijke Messias volstrekt ondenkbaar zijn geweest.
Maar als de dan de Messiais niet goddelijk was, zou hij stellig Gods bijzondere en unieke zegen hebben gehad. Hij zou om zo te zeggen gefungeerd hebben als Gods aardse onderkoning, die primaire schakel vormend tussen God en het gewone mensdom. Zo omvatte dan, hoewel de term ‘Messias’ eenvoudigweg ‘de gezalfde’ of ‘koning’ betekende, hoewel het begrip koningschap aanzienlijk méér dan de opvattingen over koningschap tegenwoordig inhouden.
Vertoonde de gezalfde koning en de farao van Egypte niet veel gelijkenissen?
***Bron 3: blz. 37-39***
Hoe gingen de joden om met overheersing door andere (goddelijke) overheersers?
De status van verwachte Messias werd verhoogd door de omstandigheden die in de preriode van Jezus’ geboorte in Palesstina heersten. Die periode stond voor hen die erin leefden bekend als ‘eindtijd’ of ‘laatste dagen’ (jongste dagen). Men geloofde dat de natie in een fase van cataclysmisch kwaad verzonken was geraakt. De laatste dynastie van wettige joodse koningen was bijna uitgestorven. Sinds 63 voor Christus was Israël ingelijfd bij het Romeinse Keizerrijk en genoodzaakt een aardse heerser te erkennen die, in godslasterlijke belediging van elke leerstelling van het jodendom, durfde verkondigen dat hijzelf god was. En de troon van het land was ingenomen door een marionettenkoning die als ongewettigde usurpator werd beschouwd. Herodes, die in die tijd over Palestina regeerde, was zelfs geen jood van geboorte. Hij was geboren in Idumea, een grotendeels woestijnachtige niet-joodse streek in het zuiden.
Bij het begin vanzijn regering probeerde Herodes legimtimiteit voor zichzelf te bereiken; hij verstootte zijn eerste vrouw en huwde een erkende joodse prinses, wat hem althans een vorm van wettig ‘joods’ koningschap verleende. Teneinde zich bemind te maken bij de bevolking liet hij de tempel van Jezuzalem op weergaloze wijze herbouwen. Hij verkondigde dat hij een toegewijd dienaar van de God van Israël was. Doch dergelijke geste om zijn gezag te bekrachtigen faalden jammerlijk. Hij bleef gehaat en smalend bekeken door het volk dat hij regeerde. Zelfs zijn meest genereuze daden werden vijandig en met verachting ontvangen; en dat bevorderde bij Herodes een natuurlijke neiging tot tirannie en exessen.
Dat zo’n man kon worden geplaatst in de rol van heerser over Gods uitverkoren volk werd als een vervloeking beschouwd, een ramp, door God aan zijn volk opgelegd, een straf voor overtredingen van zowel heden als verleden. Welke maatschappelijke en politieke euvelen Herodes ook mocht bedriijven, ze werden alleen beschouwd als verschijnselen van een veel dieper gelegen dilemma, het dilemma van en door zijn God verlaten volk. In het Palestina van Jezus’ tijd verbreidde zich het vurige verlangen naar een geestelijk leidsman die de natie naar God terug zou voeren en verzoening met God zou bewerkstelligen. Deze geestelijk leider zou, als hij verscheen, de rechtmatige koning zijn, de ‘Messias’. Als koning zou hij zijn volk redden. Hij zou door God, gesanctioneerd en gemachtigd door God,, zijn wil uitvoeren, zou hij de Romeinse indringers uit Palestina verdrijven en zijn eigen rechtmatige regime vestigen, even luisterrijk als wat de overlevering toeschreef aan Salomo en David. De kenmerken van de Messias worden door een geschiedschrijver van die tijd als volgt opgesomd:
...een charismatisch begiftigde afstammeling van David van wie de joden...geloofden dat hij door God zou worden opgewekt om het juk van de heiden te breken en te regeren over een hersteld koninkrijk Israël waar alle joden in ballingschap naar terug zouden keren.
Dr. H. L. Ginsberg, in de Encyclopaedia judaica, dl. XI, p. 1407.
Hoe verdraagzaam en tollerant waren de joden uit die tijd?
Wat bedoelden ze met ‘eindtijd’, of ‘laatste dagen’’?
***Bron 3: blz. 37-39***

+ -200 oudste hebreeuwse getuigenissen zijn griekse vertalingen

Hoe oud zijn de ousdste schriftrollen van het oude testamet die teruggevonden zijn?
In Qumran vond men toen de oudste schrifrollen van Hebreeuwse oorsprong, maar ook zij zijn niet ouder dan een Griekse vertaling die reeds tevoren in de tweede eeuw voor Christus bestond.
***Bron 9: blz. 78***

- 955. De eerste tempel op de Moriaberg bij Jeruzalem van koning Salomo

Waar haalde Salomo het voorbeeld voor zijn tempel?
Salomo bouwde de eerste tempel op de Moriaberg bij Jeruzalem; dat moet gebeurd zijn in zijn vierde of achtste regeringsjaar. Het was een ontzagelijke ondernemeing, want hij was een man met grootse ideeën, die hield van alles wat mooi, groot en vooral nieuw was. Hij volgde bij de bouw een reeds bekend patroon, zoals dat gevonden is in Fenicië en Syrië. De tempels dáár vertonen in hun opbouw een grote gelijkenis met Salomo’s monument. Zo’n tempel was niet een op zichzelf staan gebouw, maar onderdeel van een geweldig complex. Het Het basiselemant was de koningscitadel, en aparte fortificatie binnen de bestaande stadsvesting. Verder waren er één of meer paleizen, openbare gebouwen en natuurlijk de tempel. Voor dit grootse doel boude Salomo de koningscitadel ten noorden van de oude stad van David - die maar heel klein was - tussen de Ofel- en de Tempel-berg. Er kwam een mooie buitenhof bij de tempel, waarop twee binnenhoven uitkwamen.
Wat zou de bedoeling zijn van de twee zuilen Boaz en Jachin die het dak niet schraagden?
Een hiervan hoorde bij het koninklijk paleis, de andere was voor de tempel. Op deze binnenhof stonden de twee zuilen Boaz en Jachin, twee van de wonderen van de tempel. Ze waren van brons en stonden aan weerzijden van de poort naar het sanctuarium. De bedoeling ervan is niet duidelijk; ze schraagden namelijk niet het dak - wat wel het geval was bij de tempel die in Megiddo en Arad gevonden zijn - , maar stonden vrij in de ruimte, iets wat ook het geval was bij tempels in Chorsabad in Assyrië.
Verbanden tuseen de twee zuilen Boaz en Jachim en de Sumerische Hoeders van de tempelhut
Ik wil hier graag verwijzen naar de tekst over de DE GODEN VAN SUMER bij de vraag; ‘Wat was de Bron Moemoe?’ staat het volgende stukje:
“Zij boden hun aan, hoeders van de empelhut te worden. Lahmoe en lahamoe hadden hier niets op tegen. Zij kregen woortaan paren beelden voor de deuren van alle tempels, van alle paleizen en van de hutten der mensen. Soms paren bomen of simpele stenen (die waren zeldzaam) en lahmoe en lahamoe woonden daarin.”
Een stuk tekst onder de vraag over ‘hoe belangrijk was klei voor de Sumeriërs?’ Wordt het volgende aangehaald;
“Maar op de één volgt de twee. Daarom waren de goden die uit de bron Moemoe voortkwamen, dubbel. En dubbel was het eerste tastbare ding. Hierdoor plaatsen de Sumeriërs bij voorkeur twee bomen, stenen of beelden voor hun deuren.”
Als je dit stukje tekst zet naast de twee zuilen Boaz en Jachin die het dak niet schraagden... Zou het niet kunnen dat koning Salomo (in de Bijbel wordt hij toch een zeer wijs man genoemd) uit diplomatische overwegingen, en ik denk daarbij aan het-te vriend-houden van de oorspronkelijke Kanaäanieten, hij een heidens herkenbaar element bracht in het joodse geheel?
Daarvoor is het wel belangrijk dat de Kanaäanieten ook dergelijke gebruiken kenden. Herhaaldelijk kan je bij profeten in het oude testament lezen dat de Israëlieten geen heiligschennis meer mogen doen door palen op te richten of heilige bomen te planten bij de altaren van God.
Ik hoop echter nog duidelijkere teksten te vinden rond de religie van de Kanaäanieten om hier min of meer duidelijkheid rond te krijgen.
Wat was de bedoeling van het reusachtige bronzen vat?
Het tweede wonder van de tempel was het reusachtige bronzen vat met een doorsnede van vijf meter. Leeg moet het tussen e vijfentwintig en dertig ton gewogen hebben! Twaalf ossen van gegoten brons vormden het voetstuk; ze stonden in groepen van drie, de koppen gekeerd naar de vier windstreken vann het kompa. Met het water uit dit immnese bronzen vat konden de priester handen en voeten ritueel reinigen. Helaas is er geen spoor van teruggevonden, maaar er staan verglijkbare bekkens op een Assyrische reliëf uit de tijd van Sargon II (721-705 voor Christus) waarop de tempel van Musasir staat afgebeeld. Deze hebben een voetstuk van runderpoten, maar ze zijn jonger dan de bronzen tempelwoorwerpen van Salomo...
Waar stond de tabernakel en de Arke des Verbonds?
...Wat van de tabernakel en de Arke des Verbonds geworden is weet niemand. Volgens een andere traditie bevatte de uit steen gebouwde tempel van Silo alleen de Arke des Verbonds, het heiligste cultusvoorwerp der Israëlieten. * Dus zou de Arke des Verbonds niet in de tempel van Jeruzalem gestaan hebben, of mis ik ergens iets? *
*** Bron 13: blz. 56/58***

-1000 DE TORA (het heilige boek van de Joden)

Hoe werd de Tora samengesteld?
... En dat brengt ons tot de mann(nen) die in de 10de eeuw voor Christus alle vertellingen die nog onder de stammen leefden samenvoegde(n) tot één verhaal. Israêl als koninkrijk bestond toen al, maar was reeds vele eeuwen van de tijd der aartsvaders verwijderd. Mogelijk bestonden er cycli van verhalen. Nummer één zou zich bezighouden met Abraham en Izaak. Nummer twee behort bij Jakob. Abraham is afkomstig uit Mesopotamië, Jakob uit Transjordanië. Tijdens het bewerken van al die verhalen werden familierelaties gelegd om het geheel te versterken en aanvaardbaar te maken. Hier en daar zijn de verhalen historisch op andere punten weer hlelmaal niet. Het is niet doenlijk uit te maken wat al dan niet historisch zou zijn. Eén ding staat echter absoluut vast: de verhalen van de aartsvaders waren NIET afkomstig uit Palestina.
*** Bron 13: blz. 52***

Jericho

Heeft Jozua Jericho verovert?
Wie Jericho zegt verbindt natuurlijk direct de naam met Jozua, die haar veroverd zou hebben. Jericho lag strategisch sterk: de stad belette de toegang tot Palestina. Het bijbelverhaal laat hierover geen twijfel bestaan. Het is spannend en mooi geschreven en pleit sterk voor het historische bestaan van deze grote veldheer, al is het uiterst onwaarschijnlijk dat hij zijn verovering met één enkele veldtocht zou hebben volbracht.
Oorspronkelijk was men eraan gewend dat de vroegst Israëlieten het land vreedzaam binnentrokkenen dat ze voor hun bestaan aangewezen waren op nauw contact met dorrpen , steden en kleine nederzettingen, in verband met de ruilhandel. Door dit vreedazaam samenleven kon er een intensievere landbouw ontstaan van sedentairen en halfnomaden.Dit had vooral plaats in beboste streken van het noorden. Men heeft dit kunnen concluderen door het daar gevonden aardewerk uit de 12de en 11de eeuw voor Christus. Dit rustige patroon van zich in een land vestigen was overigens vaak genoeg regel. De muren van Jericho zij ingestort, meermalen zelfs; soms door aardbevingen, zoals omstreeks 1400 voor Christus, andere malen door de totale verwoesting na een inname. Maar ook kunnen muren verdwenen zijn door dat de erosie van wind en regen de bakstenen aantastte, die dan in de loop van enige tientalle jaren weer tot leem werden. £Die leemresten zijn terug te vinden aan de voet van de tell. Er bestaat echter voor het Jozuaverhaal mogelijk nog een ander oplossing, namelijk dat hij niet deelnam aan de twee reeds eerder vermelde uittochten, maar aan een derde ‘exodus’ uit een vroegere tijd, ee, groep die Palestina binnendrong en inderdaad Jericho moest innemen om heet land te kunnen veroveren. In dat geval had hij muren kunnen omverwerpen door harde gevechten. Hij hoort dan natuurlijk wel in een heel andere tijd thuis, maar tijdens de compilaties van de bijbelboeken is dat meer gedaan om hem mooi te kunnen laten passen in een tijdsbeeld dat men zich in die tijd gevormd had. Helaas bestaan er geen bewijzen, noch voor een vroegere, noch voor een later inneming van Jericho, en hier hebben we dus eenstik van het raadsel. Wel is in 2300 viir Christus de stad veroverd en verwoest, wat gecostateerd kon worden uit een brandlaag. Veel later ontsond er een tentenkamp boven op de ruïnes, daarna een niet ommuurd dorp, dat ijdens een inval van de Amorieten met de grond gelijk werd gemaakt. In ongeveer 1900 voor Christus verrees er eindelijk weer een nieuwe stad met sterke muren.
Wat heeft men nog teruggevonden van Jericho ten tijde van Jozua?
De muur uit 2300 voor Christus, die de archeoloog Garstan toeschreef aan de verovering van Jozua, klopte tussen 1930 en 1936 volkomen met zijn theorie. Alle sporen waren er: verwoesting en een verschrikkelijke brand. Maar met die muur was heel wat anders gebeurd. Er hadden muren uit latere tijden omheen gelegen en die waren door erosie tot leem geworden aan de voet van de tell zonder boven een spoor na te laten. Waar het op neer komt is dat de bovenlaag van Jericho over bijna het hele oppervlak verdween, zodat er van de omtrek van de stad bitter weinig meer te constateren valt. De erosie, die dikke lagen aarde afzette boven en over oude stadsdelen, heeft de opgravers menigmaal parten gespeeld. Maar er bleef wel een stukje menselijk bestaan over: een keukenvloer met een kleioven waarop een aardewerk potje uit de 14de eeuw van Christus. Jericho was toen dus een beetje bewoond. Maar de opgravingen waren niet in staat enige aanwijzing te geven over het hoe en waarom van het raadsel Jericho. * Wanneer heeft Jozua dan geleefd? *
*** Bron 13 blz. 77 ***

-1250? EXODUS (de tocht uit Egypte)

Hoelang zijn de Hebreeën in Egypte geweest?
Met betrekking tot de exodus bestaan er talloze theoriën, niet het minst omtrent de vraag of, hoe en waar die heeft plaatsgevonden. Hoe lang verbleven de hebreeën in Egypte? Volgens de bijbel niet minder dan vierhonderdjaar. Maar ook staat er dat ze na vier generaties - dat wil zeggen : ongeveer honderd jaar - weer wegtrokken. Het hele verhaal over de uittocht is niet historisch en bovendien is er niets waaraan men zich kan vastklampen als het om buiten de bijbel staande gegevens gaat. Daarbij komt dat de bezetting van Kanaän in de bijbel werd teruggeplaatst in de tijd; We hebben hier zeker te maken met overleverigen.
*** Bron 13: blz. 52/53 ***
Welke zijn mogelijke verklaringsgronden voor het onstaan van het exodus-verhaal?
...Wel staat vast dat er reeds in de 13de eeuw voor Christus geregeld Aziatische nomaden met hun kudden naar Egypte trokken, want dergelijke mensen staan afgebeeld in graven van Beni Hassan. Dat waren seizoengebonden trektochten om het vee te kunnen weiden. Het konden ook trektochten uit nood zijn, als er bijvoorbeeld in het eigen land niet genoeg groenvoer aanwezig was door grote droogte. De seizoengebonden tochten hadden ieder jar plaats en gingen ver een afstand van rond 800 km, die in een jaar tijd werd afgelegd. Hebben herinneringen aan dergelijke tochten naar Egypte de basis gelegd voor het exodusverhaal? Die zouden dan als spannende, mondelinge overgebrachte verhalen zijn overgelverd tijdens die eindeloos lange tochten. Zulke verhalen kenden zelfs de stammen uit de tijd der proto-israëlieten, van voor de bezetting van Kanaän. Daarnaast zijn er ook de krijgsgevangen gemaakte Aziaten, die door de Egyptenaren als slaven naar hun land werden meegevoerd om te werkenin de landbouw en bij de bouw van de vele grote monumenten. Veel krijgsgevangenen gingen in Egupte op de gebruikelijke wijze door assimilatie en huwelijken met Egyptenaren op de gebruikelijke wijze door assimilatie en huwelijken in de bevolking op, mar ook zullen er hel veel gezonnen hebben op ontsnapping, hoe dan ook;. Zeker waren daaronder de Israëlieten die te werk werden gesteld bij de aanleg van de nieuwe hoofdstad van Ramses II in de Delta, de stad Pi-Ramses.
*** Bron 13: blz. 53 ***
Was er maar één uittocht of waren er meerdere?
Zelfs het aantal uittochten staat niet vast. Volgens de was dat er maar één en de grote held hiervan is Mozes, overigens een figuur waarvan het historische bestaan nergens gestaafd wordt buiten de Bijbel. Logischer lijkt dat er meer dan één uittocht is geweest van mensen die om een of andere reden in Egypte terechtkwamen en weer weg wilden. Uit de bestaande verhalen daarover werd dan de exodus gecompileerd die n zo nauw verband staat met Mozes, omdat hij van overweldigend belang was door de openbaringen van Jahwe, die zijn volk bescherming bood mits ze zich strikt aan de regels hielden. Men wilde vooral duidelijk maken dat het exodusverhaal een onderdeel was van de geschiedenis van al die groepe die Jahwe vereerden of hem leeerden te vereren.
*** Bron 13: blz. 53 ***
Zijn er historisch (buiten deTora) herkenbare aanknopingspunten voor de exodus?
...Voor de Egyptenaren was zo’n uittocht van een grote tot zeer grote groep arbeidskrachten zeer onaangenaam; derhalve moesten ze teruggehaald worden. In de Egyptische geschiedenis is hierover echter nergens iets te vinden.
Een andere mogelijkheid is dat de Egyptenaren die lastige en opstandige arbeidskrachten graaf kwijt wilden en dat men hen dus het land uitjoeg. Het kan ook zijn gegaan om ongewenste infiltranten die kostbare weidegronden in bezit trachtten te nemen.
Hoe het ook zij - nogmaals, historisch bestaat hieromtrent geen enkel gegeven - , men neemt aan dat er minstens twee uittochten zijn geweest, die gebundeld werden tot dé exodus. Voor één exodus is een historische aannemelijke verklaring te vinden: de afkeer van het zware werk bij de bouw van Pi-Ramses.
*** Bron 13: blz. 54 ***
Welke route volgden de Israëlieten tijdens de exodus?
Dan is er nog de route waarlangs de exodus zou hebben plaatsgehad. Hiervoor zijn twee mogelijkheden. De eerste is de weg langs de Middellandse Zee - de kortste weg naar Egypte. Deze weg kwam uit in de zuidoostelijke hoek van Palestina, waar later het koninkrijk Juda lag. Een tweede weg zou door Mozes gevolgd zijn en hij deed er heel erf lang over: veertig jaar; deze weg ging via de barre Sinaï, waa dus de berg moet liggen waar Mozes zijn geboden ontving. Van het uiteinde van de Sinaï trok men in noordelijke richting door Transjordanië om ten noorden van de Dode Zee de oversteek naar Palestina te maken. De ‘ berg Gods’ zou dan gelgen kunnen hebben teen oosten van de Golf van Aqaba. Van daaruit zouden de groepen nomaden nog verderr hebben gezworven.
*** Bron 13: blz. 55 ***
Waarom zijn de Hebreeën pas na 40 jaar teruggekeerd naar Kanaän?
Men meent echter een logische oplossing te hebben gevonden voor die eindeloos lange tocht door de Sinaï, die weinig aannemelijk is voor een wegtrekkende groep mensen op weg naar het eigen land, dat men liefst zo gauw mogelijk zal hebben willen bereiken.Maar als die trekkende mensen nu eens waren teruggekeerd tot hun nomadisch bestaan? Mensen die rustig met hun kudden rondtrokken op zoek naar weidegronden, zoals ze al eeuwenlang deden? Het zou in dat geval gaan om mensen die als herders naar Egypte kwamen en slechts korte tijd een ander bestaan hadden verkozen. De nomade die zijn zwervend bestaan opgeeft kan later nooit dat bestaan weer opnemen, omdat hij daartoe fysiek niet meer in staat is. Her nomadenleven is letterlijk een survival of the fittest.
... In ieder geval moet de tweede route niet worden gezien als een vaststaande weg. Eerder zwierf men in die veertig jaren - mogelijk waren het er niet meer dan twintig of dertig - rustig voort met de geringe snelheid van grazende kudden. Vele uit Egypte afkomstige deelnemers moeten daarbij overleden zijn, waardoor de herinneringen vager werden; een mens werd in die tijd zelden ouder dan vijftig jaar. De groep van Mozes trok nimmer door gebieden met steden, want daarvan is niet gevonden. Wat er in die streken aan bouwactiviteiten werd aangetroffen was nooit ouder dan de 9de eeuw voor Christus.
*** Bron 13: blz. 55 ***

-1800/-1500 DE AARTSVADEREN; ABRAHAM, ISAAC EN JACOB

Wat vertellen ons de namen van de broer, de grootvader en de overgrootvader van Abraham?
Ook namen kunnen heel wat vertellen en bewijzen. De grootvader en de broer van Abraham, de eerste aartsvader, heetten Nahor. Deze naam is identiek met die van de antieke stad Nahur, bekend uit de Mari-tabletten van de 18de eeuw voor Christus. Nahur lag in de streek Haran, ten westen van een zijrivier van de Eufraat. De overgrootvader van Abraham heette Serug en ook dat is een plaatsnaam. Plaatsnamen en eigennamen worden vaak over en weer uitgewisseld. Wat de namen Nahor en Serug ons vertellen is dat Abraham en de zijnen dus heel lang in die gebieden gellfd moeten hebben.
*** Bron 13: blz. 46 ***
Wanneer heeft Abraham geleefd?
Michael Grant dateert de aankomst van Abraham, Isaac en Jacob in het Heilig land tussen de negentiende en zestiende eeuw (voor Christus natuurlijk). Als men de tijd van Mozes omstreeks dertienhonderd plaatst, wijzen de zeven generaties die tussen de beide grote mannen van Israël liggen er geziende toenmalige levensverwachting op, dat Abraham omstreeks het jaar 1550 v.C moet hebben geleefd.
***Bron 9: blz. 79***
Was Abraham afkomtig van Ur dat lag in het hof van Eden (zie het hof van Eden)?
Ur der Chaldeeën is weer een andere zaak. Ur was een soemerisch centrum, maar met de Chaldeeën heeft het nooit iets te maken gehad. Het bestaan van Ur is duizenden malen bewezen via kleitabletten, maar was Ur werkelijk het stamland der aartsvaders? Het lijkt weinig waarschijnlijk. Wel werd het feit bewezen dat ze in Haran leefden, wat dus hun historische stamland moet zijn geweest. Het trekken van Ur naar Haran en verder naar Kanaän lijkt niet mogelijk, gezien de ontzaglijke afstand. (Is dat zo?)
*** Bron 13: blz. 46 ***
Waren de Hyksos de aartsvaderen?
De Hyksos - ook wel de ‘herderskoningen’ genoemd, wanneer ze in Egypte als farao’s regeren - waren een nomadenvolk met zeer goede bewapening, sterker dan andere volken. Voor het in die tijd hopeloos veerzwakte Egypte met talloze politieke moeilijkheden betekende dat een veroverintg door een vreemd volk en het verlies van Palestina. Vroeger heeft men lang aangenomen dat de Hyksos wel eens de aartsvaders konden zijn geweest, en men fundeerde dit op twee bijbelteksten. Numeri 13:22 vermeldt dat Hebron werd gebouwd ‘zeven jqren voor Zoan’ (Tanis, gebouwd door Ramses I). Dit was dus een mooi chronologisch punt. De tweede tekst komt voor in Exodus 12:40; de Israëlieten zouden 430 jaar in ballingschap in Egypte hebben geleefd. In de voorafgaande hoofdstukken kunnen we lezen dat er dank zij sterke Egyptische aanvoerders een einde wordt gemaakt an de overheersing door de Hyksos, waarmee het Nieuwe Rijk (1580-1085 voor Christus) met de 18de dynastie van weer échte Egyptische farao’s begint. Hiermee kwam tevens een einde aan een bezetting door Aziaten, wier zeden en gebruiken de Egyptenaren absoluut niet lagen. Overigens deden de Hyksos wel of ze Egyptenaren waren, e, ze zogen het land niet uit. Ze brachten Egypte bovendien de door paarden getrokken strijdwagen, hun eigen moderne wapen. De zeer sterke Aziatische boog, een nieuw type bronzen dolk en zwaarden werden ook ingevoerd en graag gebruikt. Palestina kwam nu ook weer onder Egyptische heerschappij.
*** Bron 13: blz. 47 ***

EEN STAD GEBOUWD DOOR KAÏN

Volgens de bijbel was de oudste stad die welke Kaïn bouwde voor zijn zoon Enoch. Enochs zoon heette Irad - en hier zien we wer een verbinding tussen een eigennaam en een stadsnaam, want in Soemer bestond de stad Eridu, gebouwd in het 6de millenium voor Christus en daardoor de oudste stad van Mesopotamië, dicht bij Ur gelegen.
Ik vind persoonlijk dat er toch nogal een groot verschil is tussen de eigennaam Irad en de stadsnaam Eridu om er vanuit te gaan dat men deze met elkaar in verband kan brengen.
*** Bron 13: blz. 63 ***

ADAM EN LILITH OF ADAM EN EVA?

Wie was die Lilith en waar komt ze in voor?
... Uit Adams eerste vrouw, de weerspanninge zelfverzekerede Lilith, vloeide Eva voort, die
Adam als meester moest erkennen en voor straf in pijnen baarde...
***Bron 9: blz. 17***
Zijn er gelijkenissen tussen het bijbelse Genesis verhaal en oude scheppingsmythen?
Uit hetgeen wij normalieter uit de bijbel over deze God de Heer vernemen, komt hij als geverstigde en enige godheid naar voren. Als degene die in zes dagen hemel en aarde schiep en met Adam en Eva de mensen. Maar dat beeld begint tegenwoordig te wankelen, als wij leren begrijpen dat de God van Israël zich zelf pas geleidelijk aan uit een hele reeks goden - elohiem (‘Elohiem’ is een algemeen Semitsch meervoud voor godheid.) - samensmeedde, dat voor deze God de Heer, die de agfelopen tweeduizend jaar beïnvloedde, daarenboven zeer grote en hoogontwikkelde religies hebben bestaan. Dat hij niet alleen was niet de enige, toont alleen al een blik op andere scheppingsmythen. Zo hebben ook de Perzen een god die het universum in een zevenvoudige scheppingsdaad creëerde. En bij hen treft men ook een verwante van Eva aan: de als koningin van alle hoerendemonen in kwade reuk gehomen Jeh had omgang met de duivel om zo alle vrouwen te kunnen bezoedelen. Het slot van het verhaal lijkt op onze zondeval, waarin de slang sumbool voor de seksualiteit wordt: de aan de duivel onderdanige vrouwen storten de mannen in het verderf.
***Bron 9: blz. 78***
Lilith
De Sumerische Lilitu is in de joodse folklore en de schriftelijke uitleg opgenomen als lilith, het wezen van verderfelijke seksualiteit, dat was geschapen als de vrouwelijke helft van Adam of uit het ‘vuile en onzuivere sediment in plaaats van uit stof of aarde’. Ze kwam in aanvaring met Jahweh toen ze vroeg of ze Adam tijdens de seks mocht ‘bestijgen’ en weigerde te accepteren dat ze zijn ondergeschikte was. Ze ontdekte Jahwehs geheime naam en vroeg om vleugels, zodat ze naar de hemel kon vliegen om in vrijheid te leven in een grot bij de zee. Ze moest haar kinderen echter achterlaten. In haar nieuwe leven werd ze de minnares van de zeedemeon Ashmodai en bracht elke dag honderden monsters voort. Bovendien kroop ze stiekem bij mannen in bed en liet ze ejaculeren tijdens hun slaap, opdat ze hun zaad verspilden. Of ze stal het zaad en bevruchtte zichzelf om nog meer demonen voort te brengen -uit wraak voor het verlies van haar hemelse kinderen.
***Bron 12: blz. 100***

ADAM EN LILITH OF ADAM EN EVA?

Wie was die Lilith en waar komt ze in voor?
... Uit Adams eerste vrouw, de weerspanninge zelfverzekerede Lilith, vloeide Eva voort, die
Adam als meester moest erkennen en voor straf in pijnen baarde...
***Bron 9: blz. 17***
Zijn er gelijkenissen tussen het bijbelse Genesis verhaal en oude scheppingsmythen?
Uit hetgeen wij normalieter uit de bijbel over deze God de Heer vernemen, komt hij als geverstigde en enige godheid naar voren. Als degene die in zes dagen hemel en aarde schiep en met Adam en Eva de mensen. Maar dat beeld begint tegenwoordig te wankelen, als wij leren begrijpen dat de God van Israël zich zelf pas geleidelijk aan uit een hele reeks goden - elohiem (‘Elohiem’ is een algemeen Semitsch meervoud voor godheid.) - samensmeedde, dat voor deze God de Heer, die de agfelopen tweeduizend jaar beïnvloedde, daarenboven zeer grote en hoogontwikkelde religies hebben bestaan. Dat hij niet alleen was niet de enige, toont alleen al een blik op andere scheppingsmythen. Zo hebben ook de Perzen een god die het universum in een zevenvoudige scheppingsdaad creëerde. En bij hen treft men ook een verwante van Eva aan: de als koningin van alle hoerendemonen in kwade reuk gehomen Jeh had omgang met de duivel om zo alle vrouwen te kunnen bezoedelen. Het slot van het verhaal lijkt op onze zondeval, waarin de slang sumbool voor de seksualiteit wordt: de aan de duivel onderdanige vrouwen storten de mannen in het verderf.
***Bron 9: blz. 78***
Lilith
De Sumerische Lilitu is in de joodse folklore en de schriftelijke uitleg opgenomen als lilith, het wezen van verderfelijke seksualiteit, dat was geschapen als de vrouwelijke helft van Adam of uit het ‘vuile en onzuivere sediment in plaaats van uit stof of aarde’. Ze kwam in aanvaring met Jahweh toen ze vroeg of ze Adam tijdens de seks mocht ‘bestijgen’ en weigerde te accepteren dat ze zijn ondergeschikte was. Ze ontdekte Jahwehs geheime naam en vroeg om vleugels, zodat ze naar de hemel kon vliegen om in vrijheid te leven in een grot bij de zee. Ze moest haar kinderen echter achterlaten. In haar nieuwe leven werd ze de minnares van de zeedemeon Ashmodai en bracht elke dag honderden monsters voort. Bovendien kroop ze stiekem bij mannen in bed en liet ze ejaculeren tijdens hun slaap, opdat ze hun zaad verspilden. Of ze stal het zaad en bevruchtte zichzelf om nog meer demonen voort te brengen -uit wraak voor het verlies van haar hemelse kinderen.
***Bron 12: blz. 100***